Hollands dagboek

Sijbolt Noorda, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, was ook voorzitter van de begeleidingscommissie van de nieuwe bijbelvertaling. Afgelopen woensdag nam koningin Beatrix de nieuwe vertaling in ontvangst. Sijbolt Noorda (59) is getrouwd met Mieke van der Weij. `We lijken Gert en Hermien wel.'

Woensdag 20 oktober

Als de dag begint, bevind ik me op twaalf kilometer hoogte, ergens boven de oceaan, halverwege Santiago en Madrid. Na negen dagen reizen in Latijns Amerika met een delegatie van de Universiteit van Amsterdam. Dertien universiteiten in drie landen. Enthousiast ontvangen. Amsterdamse studenten willen in Latijns-Amerika een deel van hun studie doen, wij hebben veel te bieden aan studenten van daar en in sommige vakgebieden werken onderzoekers graag samen. Het ziet ernaar uit dat we met zes universiteiten goede afspraken kunnen maken.

Nu door naar Rome voor het eeuwfeest van het Nederlands universitair instituut. Met M gebeld. Eindelijk weer in dezelfde tijdzone. Dat voelt alweer dichterbij.

Door de stad gedwaald om de katterigheid van de vliegreis kwijt te raken. Koop een nagelknipper. ,,Wereldklasse, er is geen betere, meneer.'' Schaartje was in beslag genomen door de terreurbestrijding.

Bel met mijn moeder. Op een goed moment. Ze had net een bericht gelezen over een vliegtuigongeluk in Verweggistan.

Terug naar mijn herberg. Nu uitvoerig bellen met M. Die heeft net een persbijeenkomst achter de rug over de nationale bijbeltest die ze volgende week voor de NCRV presenteert. We lijken Gert en Hermien wel.

Eet met collega in Trastevere. Vertellen elkaar verhalen over thuis en vroeger.

Tegen elven belt R. We spreken af een glas wijn te drinken. In het café proberen we een historische stad te bedenken die tegen Rome op kan. Istanbul? Amsterdam? Ze vraagt me honderduit over het hoe en waarom van de nieuwe vertaling. Ik realiseer me ineens dat in 1968 een bijbelvertaalprobleem mijn allereerste werkopdracht als student-assistent was. Zit er toch nog lijn in mijn leven.

Taxi terug. Val als 'n blok in slaap.

Donderdag

Piep maakt me wakker. Als ik 'm heb opgespoord, blijkt het M die alweer op weg is naar Hilversum voor opnames van haar Nieuwsquiz. Enigszins verfrommeld. Ik daarentegen voor het eerst in tijden uitgeslapen. Teletekst – al jaren de perfecte dienstverlening van de publieke omroep – meldt dat de Red Sox de American League hebben gewonnen. Voor het eerst in de geschiedenis is een club na een achterstand van 3-0 daarin geslaagd. Sinds ik dertig jaar geleden in New York studeerde, zijn de Yankees mijn Ajax en die hebben nu verloren. Nota bene van Boston. In Latijns-Amerika kon ik de laatste innings van de wedstrijden steeds volgen. Hier had ik vannacht tevergeefs gezocht. Gelukkig maar. Had me veel nachtrust gekost. Rest van de ochtend digitaal kantoorwerk.

Dan eindelijk een paar uren in het Museo Borghese. Jarenlang was het dicht of in restauratie. Nu zie ik het in al zijn glorie. Vaut le voyage. Combinatie van rijkdom, pauselijke macht en kunstenaarschap heeft een weergaloos museum nagelaten. Voor mijn Johannes de Doper-verzameling vind ik een nieuwe onthoofdingsscène (met een linkshandige beul).

Telefonisch overleg met mijn medebestuurders in Amsterdam. De fusie van de hogescholen kan doorgaan, heeft de rechter bepaald. Vernieuwing van het hoger onderwijs is een even noodzakelijk als bewerkelijk proces. Soms moet er zot genoeg zelfs een vonnis aan te pas komen.

Dan naar de culturele feesten van het honderdjarige instituut: een Eschertentoonstelling met vooral veel vroeg, Italiaans werk en een curieuze compilatie van stommefilmfragmenten begeleid door spannende nieuwe muziek. Allemaal scènes van femmes fatales en silly men.

Tijdens de receptie na afloop ga ik onderuit. De bananenschil is een schijfje sinaasappel. Het enige slachtoffer mijn Motorola.

Vrijdag Gestoorde nacht. Eerst valt iets zwaars op de binnenplaats achter mijn rustige kamertje. Weer ingedommeld word ik gewekt door opgewonden geluiden als van een heftige bevalling bij de buren van kamer 302. Als babygehuil uitblijft, concludeer ik tot een eerdere fase van de menselijke voortplanting. Om zeven uur in de ontbijtkamer blijken ze een zwijgend stel.

Vroeg op pad naar het instituut voor het jubileum. Majesteit mag niet wachten en het openbaar vervoer staakt. Het wordt een heel aardige ontspannen bijeenkomst. Cultureel ambassadeur Hoekema treedt met verve op als Paul Witteman en directeur Schwegman wekt vertrouwen in de toekomst van het instituut.

Na vertrek van de gasten beginnen we onze jaarlijkse institutenvergadering. Iedereen is er. Uit Athene, Kairo, Damascus, Florence, Madrid, St. Petersburg, Tokio en natuurlijk Rome. Hoewel de belangstelling voor de instituten groeit, is de stemming bedrukt. Overal buiten Rome is de budgettering marginaal, de huisvesting te beperkt en/of de staf overvraagd.

De vergadering wordt onderbroken door een feestelijke maaltijd aan de rand van het Borghesepark. Het uitzicht is verrukkelijk, maar het tafelgesprek lijdt er niet onder. Een van de auteurs van het jubileumboek van het Romeinse instituut zit aan onze tafel en vertelt sappige details over de afgelopen honderd jaar. Tegen het einde spreekt de Groningse rector magnificus en biedt alle gasten een geschenk aan, een in opdracht gemaakt sonnet van Rawie. `De stad bezwijkt welhaast onder de last / van alles wat er over is geschreven. / Het feit dat er gewone mensen leven / komt als een schok voor menig gymnasiast.' Het gaat er in dit gezelschap in als het woord Gods in een ouderling.

Zaterdag

Weer een ongewone zaterdag, zonder vroege wekker en zonder M's opgewekte zaterdagochtendgesprekken in de TROS Nieuwsshow via Radio 1. Ook dat is een door honderdduizenden al jaren gewaardeerd product van de publieke omroep, dat verdwijnt als de omroepen volgens het nieuwste bijgeloof commerciële firma's zijn geworden.

In de Via Monserrato koop ik cadeautjes voor haar en voor ons nieuwe huis. M's initialen zijn het logo van de winkel. Dat trok mijn aandacht. Maar het toeval gaat verder. De winkeldame komt uit het enige dorp in Toscane dat ik wat beter ken en ze is bevriend met de enige vrouw van het dorp van wie ik de naam nog weet. De geschenken moeten wel in de smaak vallen.

Ik stuur een ansichtkaart aan de Argentijnse wiskundige met wie ik tien dagen geleden in Buenos Aires heb kennisgemaakt. Dat was een van de verrassingen tijdens onze Zuid-Amerikaanse reis: als vreemden naast elkaar aan tafel gaan zitten en aan het eind van het diner via tientallen gemeenschappelijke interesses academische vriendschap sluiten.

Hoofdschotel van mijn laatste dag in Rome is een lange lunch met Louise Fresco. Als plaatsvervangend secretaris-generaal van de FAO houdt ze zich bezig met fundamenteler wereldzaken dan terrorisme of fundamentalisme. Hoe kan een steeds kortzichtiger politiek het belang van komende generaties dienen? Kan de wereldlandbouw voortbestaan bij een grotere individuele welvaart van degenen die er werken en louter winkelprijsbewuste consumenten? Wie bekommert zich om simpele bestaansvoorwaarden als water, voedsel en dieren? We nemen de hele wereld door en vooral de vraag hoe je in de door-en-door gespecialiseerde moderne universiteit aandacht kunt krijgen voor de samenhang der dingen.

's Avonds eindelijk weer thuis. De bagageafhandeling van Schiphol is de laatste horde en dan ben ik weer de gelukkigste man van de wereld.

Zondag Een volmaakte dag om op adem te komen. 's Avonds vertrekt M naar haar wekelijkse journalistenforum en schrijf ik mijn toespraak bij de presentatie van de nieuwe bijbelvertaling, aanstaande woensdag. En schaaf nog wat aan een op reis gemaakt artikel voor een theologisch tijdschrift. Was gevraagd te schrijven over de hang van bijbellezers aan oude vertrouwde sacrale woorden. Bestrijd dat bijbeltaal om echte bijbeltaal te zijn maar beter een flinke afstand kan houden van de taal van de eigen tijd. Ook nieuwe vertalingen kunnen bijzonder zijn. Dat neemt niet weg dat gehechtheid aan vertrouwde taal respect verdient. Bijbelgenootschappen blijven niet voor niets oude vertalingen herdrukken. Beeldenstorm wil niemand. Maar het gaat erom ook nieuwe generaties de kans te geven vertrouwd te raken met een vertaling in de taal van hun tijd in plaats van die van hun overgrootouders. En daarom moet er periodiek opnieuw vertaald worden.

Maandag Weer op kantoor. Evenals veel collega's na hun herfstvakantie. Stapels dossiers wachten me op. Word snel bijgepraat en raak even snel weer in de dagelijkse dingen. Meestal is een paar woorden genoeg. Zonder goede en betrouwbare medewerkers is een bestuurder nergens.

's Middags en 's avonds ettelijke bestuursvergaderingen voorzitten.

Half tien thuis. Een souper wacht me. ,,Ik wil wel een beetje voordelig in dat dagboek van je staan. Dat begrijp je toch wel.''

Dinsdag

Een gevarieerde overlegdag, van AMC via Nijenrode en Europese studentenidealen tot het beter benutten van ICT in wetenschappelijk onderzoek. Tussendoor het NOS-journaal over de bijbelvertaling (de wonderlijke woordvermindering: hoe een aardig gesprek van tien minuten gereduceerd wordt tot losse uitspraken van een halve minuut).

's Avonds knipsels en banden met meningen over de nieuwe vertaling doorgenomen. Nieuwswording is een vreemd proces. Iets moois is een beetje nieuws. Iets moois lelijk vinden is echt nieuws. Bekende Nederlanders die iets vinden is groot nieuws.

Woensdag 27 oktober

Vandaag de dag van de officiële presentatie van de nieuwe vertaling. Naar studio Desmet voor een gesprek met het Radio 1 Journaal.,,Wat kost ie nou?'' ,,Zo'n 12 miljoen euro. En weet u wat het aardige is, allemaal uit donateursbijdragen van het bijbelgenootschap.'' ,,Maar wat kost het boek?'' Ineens gaat me een licht op. ,,O. Het boek. De goedkoopste editie zo'n 30 euro geloof ik.''

Dan iets geheel anders. Naar het Filmmuseum voor overleg over de nieuwbouwplannen. In Noord. Aan het IJ. Kan prachtig worden. Maar financieel lastig.

Tegen de middag met M naar Rotterdam. Een domineeszoon uit Dordrecht maakt foto's van me. M gaat naar de Laurenskerk. Ik onderwerp me aan de repetities in De Doelen. Een paar uur later gaat alles vanzelf. Na afloop wordt de koningin enthousiast uitgezwaaid. Bij de garderobe word ik aangesproken door iemand met nummertje 666. ,,Staat dat er nog wel in, meneer? Het teken van het beest, is dat onveranderd?'' Ik kan hem geruststellen.

In de trein naar Amsterdam komt weemoed op.

Gelukkig neemt M me mee naar Hooglied 2:6.

Voor mijn Johannes de Doper-verzameling vind ik een nieuwe onthoofdingsscène