Help ontwikkelingslanden in strijd tegen corruptie

Huberts en Van den Heuvel pleiten ervoor dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel goedkeurt waardoor steekpenningen niet langer aftrekbaar zijn van de belasting (Opiniepagina, 12 oktober). Maar deze maatregel is niet voldoende: de politiek moet harder inzetten op het bestrijden van corruptie.

Corruptie is volgens de Nederlandse overheid de grootste vijand van ontwikkeling. Nederland spoort ontwikkelingslanden aan om te voldoen aan de voorwaarden voor `goed bestuur'. Een speerpunt binnen het streven naar goed bestuur is corruptiebestrijding. Ondertussen dragen Nederlandse bedrijven echter actief bij aan het in stand houden van corruptie in deze landen. Het openbaar ministerie onderneemt namelijk geen stappen om Nederlandse bedrijven die zich in ontwikkelingslanden schuldig maken aan corruptie te vervolgen. Dit is sinds 2001 wel mogelijk. Degenen die zich schuldig maken aan het omkopen van Nederlandse- of buitenlandse ambtenaren in het buitenland, kunnen in Nederland vervolgd worden. En dat is terecht, want je kunt niet de voorwaarde van corruptiebestrijding aan ontwikkelingslanden opleggen en tegelijkertijd het eigen bedrijfsleven ontzien. Zo wordt het effect van ontwikkelingshulp te niet gedaan door het beleid van het ministerie van Justitie.

Om bedrijven die zich schuldig maken aan corruptie in het buitenland ook in Nederland te kunnen vervolgen, moet het ministerie van Justitie het OM en de rijksrecherche meer capaciteit geven. Op die manier kan er meer onderzoek worden gedaan naar corrupte praktijken en kunnen bedrijven vervolgd worden. De Tweede Kamer en de minister van Justitie moeten hun verantwoordelijkheid nemen om ontwikkelingslanden te helpen in hun strijd tegen corruptie.