Heel Nederland houdt van de Statenvertaling

Bijna barstte hij zelf in tranen uit, Jan Mulder, zo verslagen zat hij erbij. Het was ook niet niks wat hij daarnet van dominee Ter Linde had gehoord. ,,En Jozef weende'' was in de nieuwe bijbelvertaling geworden: ,,En Jozef liet zijn tranen de vrije loop.'' Dat kón toch niet! Na afloop, met de boys in het pishoekje achter de studio, kon ie er nog niet over uit, Jan.

En dan die kribbe die voederbak geworden was. ,,Jezus lag in de voederbak... da's toch bijna belédigend!'' Het was een van de grootste wonderen sinds de bekering van Saulus tot Paulus: Jan Mulder die iets beledigend vindt. Maar hij is de enige niet. Alom in den lande hebben commentatoren, intellectuelen en essayisten hun stem verheven. En ze zijn allemaal boos. In hun diepste gevoelens aangedaan. Gekwetst door de ontheiliging van onze Heilige Schrift.

Lezen doen we hem niet meer – alleen dezer dagen even in de nieuwe vertaling, om ons te ergeren aan het oppervlakkige taalgebruik en voor te bereiden op de bijbelkwis van Philip Freriks. We lezen hem niet meer, we geloven hem niet meer en zelfs in het meest afgelegen plattelandshotel ligt hij niet meer op het nachtkastje. Toch willen we hem houden. Let wel: in de oude vertaling, de Statenvertaling. Die zouden we het liefste in een doosje willen doen en hem bewaren, heel goed bewaren ... nou ja, láten bewaren dan, want zelf hebben we hem niet meer in huis.

Het is ondenkbaar dat een nieuwe bijbelvertaling twintig jaar geleden dit effect zou hebben gehad. De intellectuele goegemeente zou er op z'n best schouderophalend aan voorbij zijn gegaan. Wat is er veranderd? De ontkerkelijking gaat op volle snelheid door – dat kan het niet zijn. Een opleving van buitenkerkelijk religieus sentiment? Dat laat onverklaard waarom van God losgezongen opinieleiders zich nu opwerpen als rabiate verdedigers van uitgerekend de meest versteende, welhaast tot een fossiel geworden vertaling.

Het is geen religieuze begeestering die intellectueel Nederland heeft bevangen – of het moest gaan om de letterlijke betekenis van het begrip `religie': opnieuw samenvoegen. De Statenvertaling staat meer dan wat ook symbool voor ons `volkseigen', ze vormt het zuiverste destillaat van onze veronderstelde calvinistische volksaard. Wie aan de Statenvertaling komt, komt niet aan de bijbel, niet aan God, maar aan ons Nederlandgevoel. De Statenbijbel is de totempaal van de lage landen: alleman van Hollands stam danst eromheen in een natiebrede horlepiep.

De Statenvertaling kwam gereed in de vroege dagen van onze natievorming. Ze was een van de eerste wapenfeiten van de Nederlandse republiek. ,,De ganse Heilige Schrift, door last van de hoogmogende heren der Staten-Generaal in onze Nederlandse taal getrouwelijk overgezet.'' Al wat wij gemeen hadden of heetten te hebben – rechtzinnigheid, rechtschapenheid, rechtvaardigheid – is erin gecanoniseerd. En nu die eigenschappen ons uit handen dreigen te glippen, klampen we ons er gretig aan vast.

Gretig – omdat de symbolen voor een wij-gevoel niet voor het oprapen liggen. Lotsverbondenheid koop je niet bij Ikea, het is een besef dat langzaam groeit, gedijt bij traditie en continuïteit.

Alle begrippen die ik hier gebruik om een nationaal saamhorigheidsgevoel aan te duiden, zijn veertig jaar geleden door dezelfde progressieve opinieleiders met een grote zwaai overboord gegooid – samen met de bijbel. Nu keren de verloren zonen op hun schreden terug en omhelzen juist een bijbelvertaling met het patina van eeuwen. Ons nationale schriftuurlijke relikwie mag niet in Ikea-taal gesteld zijn. De zware, onaantastbare volzinnen zijn precies goed. Ze vormen een onwrikbaar ijkpunt. Een vaste burcht voor ons zelfgevoel, nu de horden komen opdringen.

Vierhonderd jaar geleden, in dezelfde periode waarin de Statenvertaling gereedkwam, smeet kapitein Van der Decken zijn bijbel overboord, onder het slaken van een gruwelijke godslastering. Voor straf moest hij als Vliegende Hollander varen tot de jongste dag. Veertig jaar geleden volgde progressief Nederland, dat toen ook behoorlijk de koers kwijt was, en masse zijn voorbeeld. Maar de Heer is ons genadig geweest. Onder leiding van Jan Mulder, Philip Freriks en onze andere nationale voorgangers plukken we de Schrift weer uit de lucht. Misschien kan zij ons opnieuw inspireren bij het uitzetten van een rechte koers.

Herman Vuijsje is socioloog en journalist