Goede doding (eu-thanasie) of medico-legale goede dood 3

De verpleegkundige tekst die door Anton van Hooff wordt aangehaald naar aanleiding van het overlijden van zijn moeder is een rare tekst, daar zijn we het over eens. Zijn ergernis (`middeleeuwse scholastiek is er niets bij') deel ik, maar verschilt ook van de mijne. In ons nationale euthanasiasme is `versterven' de laatste jaren een begrip geworden in ons arsenaal van technieken om het levenseinde van zieken te bewerkstelligen of te bespoedigen. Maar als oude mensen ziek en zwak worden, en weinig levensmoed meer kunnen opbrengen, hebben ze niet zo'n trek meer en nog maar weinig dorst. Als iedereen het erover eens is dat verzet daartegen geen zinvol doel meer dient, dring je eten en drinken niet op. Je biedt eens een lekker hapje aan (wordt meestal afgeslagen) of een slokje thee of water of wat dan ook (soms aanvaard, vanwege de droge mond, maar alsjeblieft niet méér). Technische hulpmiddelen (sonde, infuus) zijn flauwekul in zo'n situatie. Maar nog grotere flauwekul is het om aan deze gang van zaken een quasi-technische term (`versterven') te verbinden. Het is gewoon de manier waarop de meeste mensen sterven, al duizenden jaren, en meestal met zorg omringd.