Goede doding (eu-thanasie) of medico-legale goede dood 2

Stervende, bejaarde mensen kennen dorst noch honger. Hoewel dit voor een familie moeilijk kan zijn om aan te zien, is dit in de omstandigheid waarin een stervende verkeert, niet inhumaan. Door versterven door vochtonthouding een ,,laffe vorm van euthanasie'' te noemen en de verzorgers kwalijk te nemen dat ze de dood niet gewoon `hadden besteld', lees actieve euthanasie hadden toegepast, wordt de verzorgers ernstig onrecht gedaan en de euthanasie opgerekt tot buiten de grenzen van de wet. Anton van Hooff neemt het de verzorgers van zijn moeder kwalijk, dat ze haar niet een paar dagen voor haar einde hebben vermoord. Hij verwoordt hiermee zijn gevoelens van boze en verdrietige zoon. Er is geen enkele distantie tot het onderwerp, dat in zijn verhaal wordt behandeld, wat hem niet kwalijk genomen mag worden, maar dat deze emotionele uitbarsting zo'n prominente plaats krijgt is jammer. Het onderwerp is daarvoor te beladen en het is al te gemakkelijk de verzorgers te verwijten, dat ze weigeren een moord te plegen. Euthanasie kan slechts onder strikt omschreven voorwaarden geschieden en alleen dan is de dader gevrijwaard van vervolging en dat moet vooral zo blijven.