Goede doding (eu-thanasie) of medico-legale goede dood 1

Het verslag van Anton van Hooff over het overlijden van zijn moeder vraagt om een reactie (NRC Handelsblad, 27 oktober). Hij beschrijft hoe de hoogbejaarde vrouw, die niet meer bij bewustzijn is, komt te overlijden. Het onthouden van voeding en medicijnen, anders dan nodig is om pijn en kortademigheid te bestrijden, vindt hij onjuist. Bovendien noemt hij dit beleid alleen een `laffe' rechtvaardiging in het geweten van de verpleging van het verpleeghuis. Is dit zo of zijn er betere alternatieven.

In de gegeven omstandigheden zijn er drie mogelijkheden. Aan de stervende vrouw, die zelf niet kan eten of drinken, kan vocht en eventueel voeding worden toegediend via een infuus of sonde. Afgezien van praktische bezwaren zou dit resulteren in een langer sterfbed met opeenvolgende problemen zoals decubitus, longontsteking, trombosebeen. De beslissing om de behandeling te beëindigen wordt zo verschoven van het al dan niet toedienen van vocht naar het al dan niet behandelen van latere problemen zonder dat het gerekte leven extra kwaliteit heeft.

Een tweede mogelijkheid is het verrichten van euthanasie. Hiervoor is een uitzichtloos en ondraaglijk lijden nodig en de expliciete, herhaalde wens van de stervende. Aan beide voorwaarden lijkt hier niet voldaan te zijn. Het actief beëindigen van het leven van een wilsonbekwaam persoon zonder dat er een wens tot euthanasie ligt en zonder merkbaar lijden zou tot vervolging van de betreffende arts leiden. Temeer omdat er nog alternatieven zijn voor bestrijding van het lijden, zoals pijnstilling en eventueel sedatie. Het is moeilijk te accepteren dat een beleid dat voldoet aan de wettelijk gestelde eisen laf wordt genoemd omdat het alleen het geweten van de verpleging zou sussen. Omdat er met betrekking tot euthanasie een duidelijk en toetsbaar beleid is in Nederland, kan en mag van de behandelaars niet verwacht worden dat zij zich blootstellen aan vervolging wegens moord, dat is de formele aanklacht, wanneer zij afwijken van de gestelde eisen en voorwaarden.

De derde mogelijkheid is het sterfbed zoals Van Hooff dit beschrijft. Waar de betrokkene geen wens tot euthanasie heeft gegeven, en wanneer de behandeling zich richt op het verzachten van pijn en kortademigheid, dan is er feitelijk geen andere mogelijkheid dan `de natuur maar haar werk te laten doen'. De goede doding (eu-thanasie) maakt zo plaats voor de medico-legale goede dood. Dit is misschien wrang, maar onvermijdelijk, zeker omdat het sterven steeds vaker plaatsvindt in verpleeg- en ziekenhuizen onder de verantwoordelijkheid van toetsbare artsen en verpleegkundigen.