Fransen: Kerry wint

Uit een peiling op internet van de Franse afdeling van Yahoo! blijkt dat zeventig procent van de Fransen denkt dat John Kerry de volgende Amerikaanse president wordt. De wens is de vader van de gedachte. Want uit een andere, serieuze peiling blijkt dat 72 procent van de Fransen wenst dat Kerry de verkiezingen wint.

Enkele andere uitkomsten van deze laatste, door het instituut TNS-Sofres uitgevoerde peiling zijn ook al typerend: de spaarzame aanhangers van vertrekkend president George W. Bush zijn laag opgeleid, 77 procent veroordeelt de oorlog in Irak en de Fransen maken een duidelijk onderscheid tussen de Amerikanen en hun huidige president. Bijna driekwart koestert sympathie voor het Amerikaanse volk en bijna de helft vindt het Amerikaanse leiderschap in de wereld zelfs `erg' of `tamelijk' belangrijk.

De publieke opinie weerspiegelt de voorkeur van de Franse media, en is daar waarschijnlijk mede door gevormd. Die voorkeur is, in de feitelijke verslaggeving, eerder een kwestie van toon dan van een ondubbelzinnige stellingname, al gaat de berichtgeving gepaard met een vrijwel unanieme afwijzing van de `eenzijdig' genoemde Amerikaanse buitenlandse politiek.

De Franse media besteden veel, zeer veel aandacht aan de Amerikaanse verkiezingen.

Dagblad Le Monde ruimt er dagelijks twee, drie pagina's voor in, naast speciale dossiers, met reportages, peilingen, interviews en meningen.

Nieuwe gegevens worden uitvoerig vermeld en belicht: iedere krant en televisierubriek heeft het verdwijnen van een grote hoeveelheid munitie uit een wapenopslagplaats nabij Bagdad vorige week bijna hoopvol een `nieuw argument' in de verkiezingsstrijd genoemd.

Veel meer aandacht dan in Nederland is bijvoorbeeld ook besteed aan het via internet verspreide gerucht dat Bush zich middels een in het rugpand van zijn colbertje ingenaaid apparaatje heeft laten souffleren tijdens de debatten met Kerry. Een journaalpresentator liet bij de behandeling van het onderwerp zelfs zijn `oortje' zien, om aan te tonen hoe onzichtbaar dergelijke apparaatjes kunnen zijn.

Veel afkeurend getoonzette aandacht is er voor de religieuze factor in de Amerikaanse campagne. De geregelde kerkgang van zelfs de `linkse' Kerry laat niet na het ongeloof te wekken van een land, waar de scheiding tussen kerk en staat cq politiek als heilig geldt.

Een Franse presidentskandidaat die ook maar één keer het woord 'God' zou bezigen, zou geen enkele kans meer maken.