Europese Constitutie hinkt nog maar op één been

De Europese Constitutie ligt voor bij het Europese Parlement en met de goedkeuring zet `Europa' een stap verder dan ooit in haar roerige geschiedenis. De Constitutie wordt de volken van Europa niet aangeboden door hun Parlement, maar door de staatshoofden van de nationale staten. Een globaal referendum volgt in een later stadium.

De Constitutie beoogt het scheppen van de voorwaarden, waaronder de bevolking van Europa duurzaam in vrede kan samenleven, maar na lang beraad is besloten, ook in de preambule, geen verwijzing op te nemen naar God.

Toch waren het de christelijke uitgangspunten die uiteindelijk ook in Nederland een cultuur voortbrachten met in beginsel voldoende ruimte voor mensen uit een groot aantal andere culturen, om hier onder voor ieder geldende voorwaarden zichzelf te kunnen zijn. Die verworvenheid ontstond uit een langdurige en uiterst moeizame strijd voor een vreedzaam perspectief, waarvoor wij, maar ook Europa zich allerminst behoeven te schamen.

De grondslag voor het onderliggende gedachtegoed komt in de Europese Constitutie niet meer voor en dat weerspiegelt een opstelling die ernstig zorgen baart voor onze komende generaties.

Weliswaar is deze Constitutie organisatorisch een grote stap verder, maar een Europa zonder deze grondvesten staat nog maar op één been met onder het andere been een gapend gat.