Eindexamen

Mickey Hoyle (17) realiseert zich met een schok dat hij over acht maanden eindexamen moet doen. De jongerencolumn van Spunk.

Over acht maanden is het dan zover: eindexamen. Iets wat zich de afgelopen vijf jaar slechts vaag op de achtergrond afspeelde is opeens aanwezig als een olifant in een kamer van twee bij twee. Ik dacht er nooit aan, maar plots, als je 's nachts in je bed ligt en je alles overpeinst wat je nog moet en wilt doen, alles wat niet gelukt is en wat wel, al je wensen en plichten, dan komt opeens dat besef van het eindexamen naar boven. Er gaat een schok door je heen als je je realiseert dat je het niet langer vooruit kan schuiven. Je zult er aan geloven, of je het wilt of niet. Dit jaar is je laatste jaar.

En een zwaar jaar is het. In de vierde klas werd mij altijd wijsgemaakt door oudere vijfde- en zesdeklassers dat de vijfde klas het allerzwaarst zou zijn, je had veel huiswerk, veel toetsen en weinig zin. Maar nu ik de vijfde achter de rug heb, is het wat mij betreft kinderspel bij wat ik nu allemaal voor de boeg heb. Als ik mijn kamer rondkijk, zie ik alleen nog maar stapels boeken en stencils, aan elkaar geniete stukjes papier met meer informatie dan in mijn, voor mijn gevoel veel te volle, hoofd past. Maar ik moet het allemaal weten straks, bij het Centraal Schriftelijk. Ik moet weten welke stijlmiddelen Ovidius heeft gebruikt in zijn Metamorfosen. Ik moet precies weten hoe ik een frequentietabel voor wiskunde in elkaar moet zetten en hoe ik een Franse brief moet schrijven.

Maar leren voor het Centraal Schriftelijk is niet alles. Met het tweedefasesysteem, dat over twee jaar al weer wordt afgeschaft, is ook het profielwerkstuk in het leven geroepen. Tientallen boeken heb ik verzameld over de geschiedenis van Engeland, biografieën, recensies van boeken en ga zo maar door. Het is een doolhof waar ik de weg niet meer weet, maar waar ik 1 december precies de uitgang van moet hebben gevonden.

Boeken voor Duits en Frans liggen naast mijn bed, maar ik kan mezelf er nauwelijks toe dwingen ze te lezen, ook al weet ik dat als ik het niet doe ik straks de lul ben bij mijn mondelingen. ,,Mickey, waar ging het boek eigenlijk over?'' ,,Eh, ja, nou. Hoe zal ik het zeggen. Eehm, ja...'' Nee, dat is een rampscenario dat ik liever niet meemaak. Maar als je alles bij elkaar optelt wat een examenleerling gemiddeld moet lezen en maken, dan kom je tot de slotsom dat het praktisch onmogelijk is om het allemaal op tijd af te krijgen. En terwijl ik dit schrijf, bedenk ik dat ik eigenlijk ook nu dat boek had kunnen lezen in plaats van zeuren over het feit dat ik nog zo ontzettend veel moet doen. We klagen wel graag, als examenleerlingen, maar we doen tegelijkertijd ook erg weinig. Als we nou eerst eens heel erg hard zouden werken en dan erachter zouden komen dat het niet mogelijk zou zijn. Ja, dan hadden we recht van spreken.

www.spunk.nl