De conservatieve revolutie

Amerika is de afgelopen jaren wezenlijk veranderd. George W. Bush is geen losse flodder, maar de logische uitkomst van een langzame, goed geregisseerde conservatieve revolutie. Ook de Democraten zijn hiervoor niet immuun.

Vernon Waits grijpt de versnellingspook, ontkoppelt en zet zijn pick-up truck stil. Tegen de ondergaande zon wijst hij aan hoe ver zijn land reikt: tot vlak vóór de horizon. Zijn `ranch' beslaat 54 vierkante kilometer. Behalve zijn 800 koeien en de wilde kalkoenen, gaffelbokken en prairiewolven is het land leeg. Het is volstrekt stil in de Nebraska Sandhills.

,,God bezit het vee op duizend heuvelen. Je kan niet met deze dieren werken als je niet gelooft dat Hij een rol speelt'', laat Waits zich ontvallen. We staan in een duinlandschap zonder zichtbaar einde. Dit is Amerika's `heartland', het hart van het Midden-Westen. De bewoonde wereld is ver weg. Nergens is een huis of een vorm van elektriciteit te bekennen. 's Avonds zijn alleen de sterren te zien.

Waits is gelukkig. Hij is 65, maar peinst er niet over op te houden. ,,Ik rijd even goed paard als iedere andere rancher. Mijn overgrootvader was een van de eersten die zich hier vestigden, een `homesteader'. Ik ben dankbaar dat God me hier laat wonen, te midden van al dit moois. Niemand valt me lastig. Ik hoop dat het zo blijft. Hoewel, de Mormomen hebben grote stukken land opgekocht. En Ted Turner is een bizonranch in de Sandhills begonnen. Tegen zulke grote bedrijven kunnen mijn zoon en ik niet concurreren.''

McPherson County, waar de Sandhills in liggen, is even groot als de provincie Limburg. Limburg telt 1,1 miljoen inwoners, hier wonen 533 mensen. In het hoofddorp Tryon zijn geen parkeerproblemen. Er is één kruispunt. Je kon er alleen eten bij Aunt Bea's Café. Sinds kort is er eten én drinken te koop in The Iron Horse Saloon – met de eerste drankvergunning in de geschiedenis van Tryon. Bea's staat te koop.

Vóór we het kruispunt passeren, toetert Waits. Zijn zoon stapt net in zijn pick-up. Zij rijden weer met een gerust gemoed: de sheriff, die iedereen lastig viel met bonnen voor onbelangrijke overtredingen, is door een `recall'-verkiezing weggestemd. De lokale democratie heeft soms z'n nut, erkent Waits. Verder denkt hij weinig over politiek. Goed, hij stemt dinsdag Bush, net als tweederde van de kiezers in Nebraska, en viervijfde in McPherson County.

,,Bush heeft betere morele waarden, zeker dan Clinton – dat was een feestfiguur. We hebben er die acht jaar overigens niet veel last van gehad.'' Waits kan niets bedenken dat Bush niet goed heeft gedaan. Irak? ,,Dat moest gebeuren. Hij heeft de vermogensaanwasbelasting verlaagd, dat scheelt. Voor mij is het belangrijkste dat Bush een gelovig man is. Kerry katholiek? Ja, dat zegt ie.''

Het is al donker als Vernon Waits zijn truckje voor de boerderij neerzet. Zijn vrouw Pauline dekt de keukentafel: boterhammen, sla, mayonaise, draadjesvlees en slappe koffie. Na een kort dankgebed vragen zij uitvoerig naar de Europese kijk op Amerika en de wereld. Hun steun voor de Republikeinse partij is vanzelfsprekend, altijd zo geweest, maar zij staan open voor andere ervaringen.Wat dat betreft behoren zij tot een ouderwets soort Republikeinen.

George W. Bush oogst de laatste maanden op campagne voor hallen en stadions vol aanhangers het meeste succes met bijtende zinnen waarin hij zijn tegenstander verwijt alleen Amerikaanse troepen te willen inzetten ,,als de rest van de wereld het er mee eens is''. Dan geniet de zaal huiverend van zijn beschrijving van het Internationaal Strafhof als een soort spookpaleis ,,in a foreign land'' (toevallig Nederland), bevolkt door ,,rechters die aan niemand verantwoording afleggen'', maar wel ,,onze militairen en ministers willen straffen voor wat de president nodig acht om Amerika's veiligheid te garanderen''.

Het zijn flarden uit het draaiboek van de nieuwe Republikeinse partij, die niets moet hebben van internationale organisaties, de Europese Unie, camembert en cappuccino. George W. Bush belichaamt een zelfverzekerd, godvruchtig Amerika dat niet geïnteresseerd is in de mening van het buitenland, maar zich na het Pearl Harbor van 11 september 2001 gedwongen ziet het buitenland zijn mening op te leggen. Hij verenigt oud en nieuw.

Stelling: George W. Bush is een politicus van het hoge niveau-Clinton. Bewijs: kijk naar het talent waarmee hij kans heeft gezien een conservatieve coalitie én een conservatieve werkelijkheid te smeden (met cruciale adviezen van zijn politieke meesterkok Karl Rove). De Republikeinse partij van vandaag omvat het merendeel van de Amerikanen die regelmatig naar de kerk gaan, van wedergeboren `evangelicals' tot en met rooms-katholieken, maar ook boeren en kleine zelfstandigen, ondernemers en vrije beroepers, vrijbuiters in het westen, én nostalgische inwoners van het koloniale zuiden en de bangelijke voorsteden in het noorden en het oosten.

Al die huisvrouwen, verwarmingsmonteurs en softwareverkopers durven Republikeins te stemmen omdat zij zich veilig voelen in zijn morele couveuse, omdat zij hoop houden op hun grote kans in het kapitalistisch universum. Conservatisme is gewoon geworden, terwijl een `liberal' een buitenbeentje is. President Bush vatte de geslaagde revolutie opgetogen samen toen hij één van de belangrijkste krachten achter de beweging, de American Conservative Union, dit voorjaar toesprak ter gelegenheid van zijn 40-jarig bestaan.

,,De conservatieve beweging is het intellectuele zwaartepunt geworden in de Amerikaanse politiek. De beweging heeft vele honderden Amerikanen geïnspireerd zich verkiesbaar te stellen en het openbaar bestuur te dienen. Het is makkelijk te begrijpen waarom. In alle fundamentele kwesties van onze tijd hadden conservatieven het bij het juiste eind. Conservatieven hadden gelijk dat de Koude Oorlog een strijd was tussen Goed en Kwaad. Achter het IJzeren Gordijn wachtten mensen op hun bevrijding, niet op indamming. Conservatieven hadden gelijk dat de vrije ondernemingsgewijze productie leidt tot welvaart, menselijke vrijheid en waardigheid. Conservatieven zagen dat een vrije samenleving wordt geschraagd door het karakter van zijn bevolking. Daarom moeten we het morele en religieuze erfgoed van onze geliefde natie hoog houden.''

Net als Ronald Reagan is George W. Bush ook in het Witte Huis blijven praten over `Washington' en `de overheid' als de tegenstander van de verstandige, eerlijke burger. Sterker dan enige recente president is hij er openlijk voor uitgekomen dat zijn geloof hem stuurt en hem behoedt voor twijfel. Zijn vastberadenheid, moralisme, optimisme en vaderlandsliefde sluiten aan bij zeer breed gevoelde aspiraties van het Amerikaanse volk.

Geen Democraat die daar iets aan verandert. Als hij het al zou willen. En áls hij zou streven naar een wereldwijzer, opener, coöperatiever beleid, dan zal een Congres in Republikeinse handen zijn vleugels binden. Europa kan bij een Kerry-overwinning rekenen op iets meer diplomatieke taal uit Washington. Maar niet op een ander Amerika.

George W. Bush is geen losse flodder. Hij is de logische uitkomst van een conservatieve revolutie die dertig, veertig jaar in de maak is geweest. Hij is de belichaming van aantal Amerikaanse karaktertrekken en tradities die door toeval en hard werk dominant zijn geworden. Amerika is onder leiding van de nieuwe Republikeinse partij veel conservatiever geworden dan in en kort na de Tweede Wereldoorlog. De Republikeinse president Eisenhower ('53-'61) liet zich er nog op voorstaan een `liberal' (progressief) te zijn. Dat zelfde etiket is in 2004 het ergste verwijt waarmee de Bush-campagne John Kerry kan treffen. Toen de Republikein Barry Goldwater in 1964 campagne voerde voor het presidentschap, was hij de eerste die zich openlijk als `conservatief' aandiende. Hij werd in brede kring uitgelachen. Lyndon B. Johnson, die Goldwater vernietigend versloeg, was de laatste president en de laatste Democraat die grote sociale programma's kon doorvoeren. De Texaan wist dat zijn `Civil Rights Act', die zwarte Amerikanen gelijke rechten gaf, het einde van de Democratische partij in het Zuiden zou betekenen. Conservatieve Democraten, Dixiecrats, liepen sindsdien inderdaad massaal over naar de Republikeinse partij.

De Republikein Richard Nixon profiteerde ervan bij zijn verovering van het presidentschap in 1968. Zijn `zuidelijke strategie' was gebaseerd op doorzwerend racisme. En op de opkomst van de airconditioning, zoals de Californische politicoloog Polsby beschrijft in zijn dit jaar verschenen How Congress Evolves: zodra ook zomers te leven viel in het halftropische zuiden, verhuisden veel noordelijke Republikeinen naar prettiger pensioenoorden.

Nixon vertrok eerloos nadat hij de Pentagon Papers (de ware geschiedenis van de Vietnam-oorlog) met alle middelen had willen geheim houden en na de verpeste campagne-inbraak in het Watergate-gebouw. Geen reclame voor de Republikeinse zaak, op het eerste gezicht. Niettemin was Nixon in de ogen van sommigen `de laatste vooruitstrevende president die we hadden'. Althans niet zó conservatief als zij sindsdien zijn geworden. Bill Clinton kon van '92 tot 2000 alleen overleven door de begroting sluitend te maken en de sociale zekerheid te trimmen – twee conservatieve agendapunten.

Er was een voldragen emancipatiestrijd voor nodig om Amerika zo ver naar rechts te krijgen. Barry Goldwaters afgang en Richard Nixons schande gaven de stoot tot de oprichting en uitbouw van denktanks en massamedia die het conservatieve gedachtegoed systematisch gingen verbreiden. Democratische rijken geven van oudsher aan van alles, ook aan Democratische kandidaten. Conservatieve rijken gaven aan conservatieve doelen. Concentratie creëert kracht. Gevolg: toonaangevende conservatieve instellingen als de Heritage Foundation, het Cato Institute, het American Enterprise Institute, de American Conservative Union, Fox News, The Weekly Standard, The National Review, de opiniepagina van The Wall Street Journal, Rush Limbaugh en 1.500 andere christelijke en conservatieve radio-talkshows en The Washington Times, opgetrokken als een armada op weg naar het beloofde land.

Al deze actie-instrumenten zijn in het leven geroepen om één en dezelfde radicale agenda aan de man te brengen, om de `liberals' in `the mainstream media' te ontmaskeren. Om van Amerika een land te maken dat uniek in de wereld is. Een land waar 60 procent zegt dat godsdienst erg belangrijk is, en de helft in de duivel gelooft, waar zwaar wordt gestraft en de gevangenissen voller zitten dan waar ook in de westelijke wereld, waar de inkomensverschillen en het percentage laagverdieners en onverzekerden groter zijn. Een land, ook, dat aan defensie even veel uitgeeft als de rest van de wereld bij elkaar. Een land waar je alleen president kunt worden als je zegt dat de regering een noodzakelijk kwaad is. En belastingen een tijdelijk ongemak op weg naar een stralende toekomst waarin iedereen zijn eigen huifkar repareert.

De revolutie is wonderwel geslaagd. De wereld is het geweten. Onder aanvoering van een aantal voormalige progressieven is de meest geharnaste Amerikaanse buitenlandse politiek uit de geschiedenis geformuleerd en in praktijk gebracht. Robert Kagan, Bill Kristol, Paul Wolfowitz en een handjevol andere neoconservatieven domineren het denken over Amerika's rol als enige supermogendheid zodanig, dat de Democraten gaandeweg zijn opgeschoven naar een vrijwel even gespierde opstelling in wereldzaken. John Kerry en buitenland-adviseurs als Rand Beers, Joe Biden en Richard Holbrooke praten iets meer over bondgenoten, maar al te lang moeten de vergaderingen ook voor hen niet gaan duren.

De Democratische presidentskandidaat meed tijdens de afgelopen campagnemaanden ieder contact met de buitenlandse pers; zijn enige woordje Frans sprak hij laatst tegen aangespoelde Haïtianen in Florida – het laatste dat hij wil is de indruk wekken dat hij zich thuisvoelt in het Europa waar hij een flink deel van zijn jeugd heeft doorgebracht. Vertrouwd zijn met de wereld buiten Amerika is net zo riskant als niet-gelovig zijn of niet van baseball houden.

Het radicalisme van president Bush en zijn naaste omgeving in het Witte Huis, vice-president Cheney, minister van Defensie Rumsfeld en diens onderminister Wolfowitz, was ondenkbaar zonder het werk van de wegbereiders van de conservatieve revolutie. Mensen met een extreem heldere visie, en de discipline om niet te rusten voor die visie is gerealiseerd. Mensen als Grover Norquist.

Ik zit aan het bureau van de voorzitter van `Americans for Tax Reform' om met hem de actualiteit door te nemen. Norquist reinigt zijn nagels met een stiletto. Het oplopende begrotingstekort moet een `fiscal conservative' zorgen baren, zeker als de federale bureaucratie niet kleiner maar groter wordt. Hij heeft bovendien meer dan eens laten blijken geen vriend van grootscheepse buitenlandse interventies te zijn.

Terwijl hij een stroom e-mails beantwoordt en een stapel achterstallige kranten scant en scheurt, staat Norquist af en toe een radiozender te woord. Op zijn kantoor in een bekende straat voor Washingtonse lobbyïsten en medische specialisten is het een komen en gaan van medewerkers. Geestverwanten verdienen steun bij herverkiezing. Waarnemers worden naar stembureaus gedirigeerd. Aan de telefoon komen steeds weer andere medewerkers van belangrijke Congresleden, gouverneurs en actieleiders in heel Amerika. Overal trekt Norquist aan touwtjes.

Soms schiet er een gedachte over voor de export. Bijvoorbeeld naar aanleiding van mijn vraag: Hoe kan president Bush maanden slecht nieuws uit Irak doen vergeten? Norquist: ,,Ik denk dat George W. Bush zal worden herkozen. De succesvolle verlaging van de belastingen en de hervatting van de economische groei zullen de mensen verzoenen met Dick Cheney's oorlog.''

Norquist kan zich opwerpen als de informele leider van de `Leave Me Alone'-coalitie (vóór belastingverlaging, minder overheid, ongeremd particulier wapenbezit), doordat hij hard werkt en veel feiten kent, waaronder de zwaktes van zijn tegenstanders. Hij heeft steeds meer Congresleden een verklaring laten ondertekenen dat zij onder geen enkele omstandigheid zullen meewerken aan verhoging van de inkomstenbelasting.

Sommigen zagen die benadering eerst als een vorm van morele chantage. Maar al snel werd het voor de meeste Republikeinen (en Democraten in conservatieve gebieden) verstandig om te tekenen. Norquist zal met plezier hebben gehoord hoe zelfs John Kerry tijdens het tweede presidentiële debat, in antwoord op de vraag van een burger in St. Louis, beloofde voor niemand die minder verdient dan 200.000 dollar de belasting te verhogen. Het was een verkapte `Norquist Tax Pledge'. Dat kan hem nog wel eens net zo opbreken als president Bush senior (`Read my lips – no new taxes'), die de belastingen toch verhoogde toen de conjunctuur inzakte.

Norquist, die het liefst alle belastingen zou afschaffen, maar bereid is een `vlaktax' (voor iedereen hetzelfde tarief) van een procent of tien te accepteren, zou net als Barry Goldwater worden uitgelachen als hij intussen geen beroep kon doen op hele legioenen gelijkgestemden. Hij is hoofdbestuurslid van de Amerikaanse wapenlobby, de NRA. Hij leidt een debat over onenigheid binnen de conservatieve beweging over een grondwettelijk verbod op het homohuwelijk. Even moeiteloos verzorgt hij een cabaretavond in de marge van de Republikeinse Conventie in New York, aan elkaar gepraat door een bekend gastheer van Fox News. Extremisme is mainstream geworden.

Wie nu het `Contract with America' naleest waarmee Newt Gingrich en de zijnen tien jaar geleden een radicaal-conservatieve Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden veroverden, ziet dat de taal van Grover Norquist in die tijd het Capitool overnam.

Hoewel succesvol, is de revolutie omstreden, zelfs in eigen kring. Actieve `libertarians', Republikeinen die strikt vasthouden aan een `small government' met sluitende begrotingen en zonder overzeese avonturen, vinden George W. Bush een slechte conservatief. De laatste dagen druppelen de stemverklaringen binnen van conservatieve `bloggers' en andere openbare denkers ter rechterzijde die weinig met Kerry ophebben, maar de zonden van hun eigen president nog erger vinden. Dat geluid klinkt zelfs bij voormalig Reagan-medewerker en presidentskandidaat Pat Buchanan, in zijn veertiendaagse magazine The American Conservative. Verschillende beloftes zijn eclatant genegeerd, zeggen deze critici. Belofte Nr. 1, invoering van de `Fiscal Responsibility Act' die een begroting-in-evenwicht vereist, is door de meeste Republikeinen (die zowel in de Senaat als het Huis van Afgevaardigden de meerderheid hebben) én door de president joviaal ter zijde geschoven.

De kritiek wordt gedeeld door enkele sleutelfiguren uit de regering-Nixon, onlangs geïnterviewd door het maandblad Mother Jones. John Dean, de juridische adviseur van Nixon, is daarin keihard over de regeerstijl van George W. Bush: ,,Ik schreef niet voor niets een boek met de titel Worse than Watergate. Aan Nixons wandaden is niemand gestorven. Het machtsmisbruik van de huidige regering kost velen het leven. Als zij worden herkozen, kunnen zij vervallen van kwaad tot erger en onherstelbare schade aanrichten.''

Pete Petersen was Nixons economisch adviseur, later minister van Handel. Hij is voorzitter van de Council on Foreign Relations en was tot voor kort president van de Federal Reserve Bank van New York. Hij noemt de ongedekte uitgavenexplosie van de laatste vier jaar `bijna crimineel'. In een gesprek in kleine kring vertelde hij president Bush dat hij het `immoreel' vond zo veel schulden te maken en door te geven aan kinderen en kleinkinderen. Petersen: ,,Het is een charmante man, maar je kon aan zijn ijzige reactie zien dat belastingverlaging deel is van zijn theologie.''

Russel Train, Nixons minister van milieuzaken en oud-voorzitter van het World Wildlife Fund, herinnert aan alle grote milieuwetten die onder Nixon zijn ingevoerd. Daar zou het Congres nu niet over piekeren. Maar president George W. Bush is verder gegaan, en heeft veel van die verworvenheden teruggedraaid, stelt Train, die als Republikein werd grootgebracht, menend dat die partij voor conservatieve waarden stond. ,,Ze zeggen dat we een oorlog tegen het terrorisme voeren. Mijn indruk is dat George W. Bush het milieu de oorlog heeft verklaard.''

De bezwaren tegen de eerste vier jaar Ongeremd Amerikaans Conservatisme concentreren zich op de `doctrine van de preventieve aanval' en de oorlog in Irak. Het uitschakelen van de Talibaan in Afghanistan vindt iedereen wel best, maar de vergaande inzet van Amerikaanse militaire levens en middelen in Irak levert des te meer kritiek op.

De aanstaande verkiezingen dempen het openbare debat binnen de Republikeinse gelederen over de vraag of de neoconservatieven de president met fatale gevolgen op sleeptouw hebben genomen. Irak was hun project. De aaneenschakeling van rampberichten uit Irak is zeker ook hun probleem. Als Bush dinsdag zou verliezen, dan zal het kabaal over hun invloed oorverdovend worden.

Economist-redacteuren John Micklethwait en Adrian Wooldridge herinneren er in hun recente boek The Right Nation - conservative power in America overigens aan dat de conservatieven niet zo populair zijn als zij zelf wel denken; zij hebben veel macht bereikt doordat zij ,,in een land waar maar de helft van de kiezers de moeite neemt te gaan stemmen betere organisatoren zijn dan andere soorten Amerikanen''.

Het kerkje van Tryon, Nebraska, ruikt nog naar maïs, aardappels en hamburgers. De jaarlijkse liefdadigheidsmaaltijd wordt afgesloten met een optreden van `The Gospel Lights', een zangkwartet bestaande uit twee heren en twee dames, begeleid door een versterker. De zangeressen dragen lange spijkerrokken en een Amerikaans vlagmotief op hun witte T-shirt.

Tegen de achtergrond van een door neon verlicht kruis zingt het viertal een uurtje over engelen die met hun vleugels in de knoop komen `moving up to gloryland'. Het hoofdadvies luidt: `take it to the Lord and leave it there'. Na afloop doen Vernon en Pauline Waits, en de ruim vijftig andere feestgangers hun duit in het collectezakje.

McPherson County is volgens de volkstelling de armste streek van Amerika. Verschillende aanwezigen vinden dat maar onzin. Sommigen zeggen dat boeren gewoon hun hele hebben en houden van hun belastbaar inkomen aftrekken. Zij moeten niets hebben van de stelling in een geruchtmakend boek, What's the Matter with Kansas (door Thomas Frank), dat zich afvraagt waarom arme Amerikanen in het `heartland' zwichten voor de sirenenzang van Bush' conservatisme voor de welgestelden, dat immers tegen hun economisch belang in gaat.

,,Wij zijn super-onafhankelijk, vasthoudend, we hebben aan weinig genoeg. Maar arm, nee'', zeggen de kerkgangers in verschillende toonaarden. Zij waren altijd al Republikeins. In de Sandhills hadden ze daar de conservatieve revolutie niet voor nodig. Zolang de regering zich niet te veel bemoeit met de ranch laat Tryon de politici regeren.

Leave us Alone, laat ons alleen. Een breed gedeeld verlangen in Amerika. Tom Burch, plaatsvervangend sheriff van McPherson County: ,,Als de stad mijn heuvels maar niet opeet.'' Dat kan de revolutie niet beloven. Maar ook in suburbia mag Tom met zijn pick-up blijven rijden, met het geweer achterop en de doodstraf achter de hand.