Consument heeft weinig keus op vrije markt

Het verschijnsel supermarkt is een aanfluiting van de vrije markt. Want de concurrentie is ver te zoeken, in ieder geval in ,,oude Britse marktsteden als Bicester, Brackham en Buckingham'', fulmineert Roy Liddle in het Britse weekblad The Spectator. In dit soort steden kunnen de consumenten alleen terecht bij een filiaal van Tesco. Als je geluk hebt is er ook nog een Lidl, waar je ,,diepgevroren rommel kunt kopen''. De auteur woont zelf in Londen, maar daar is het niet veel beter: ,,De dichtstbijzijnde non-halal slager is vijf kilometer verder op, en God mag weten waar de dichtstbijzijnde visboer zit. In plaats daarvan kennen we de 24-uurs hel van Tesco met een visafdeling waar een hongerige kat nog van terugdeinst.'' Het is dus een fabeltje dat supermarkten de consumenten zoveel keus geven.

Maar supermarkten zijn toch goedkoop? Wat ze wel hebben, zo helpt de auteur deze `Grote Leugen' de wereld uit, is heel goedkope producten als melk, brood, bonen in blik, en dat soort dingen. Maar alle andere producten in de supermarkt zijn veel duurder dan bijvoorbeeld bij de groenteboer. Dat komt, meent de auteur, doordat de supermarkten 60 procent van het fruit als onbruikbaar beschouwen wegens te grote verschillen in omvang en kleur.

Natuurlijk, de supermarkten zullen zeggen dat de consument verantwoordelijk is voor dat soort ontwikkelingen, zo voorziet de auteur. Want die willen alles voor hun gemak onder één dak, zodat ze gauw klaar zijn. Maar de supermarkten hebben ook dat voordeel om zeep geholpen door het assortiment te verbreden met producten als meubels, tv's, boeken, en wat niet al. Dat betekent dat een bezoek aan Tesco langer duurt dan de vroegere gang langs de kleine zelfstandigen in de hoofdstraat.

Dat consumenten niet machteloos zijn, maar het grote bedrijven erg lastig kunnen maken, blijkt uit de gang van zaken bij geneesmiddelenfabrikant Merck. Pas drie jaar nadat gebleken was dat de pijnstiller Vioxx het risico op hartaanvallen en hersenbloedingen verdubbelde, schrijft het tweewekelijkse Amerikaanse blad Forbes, haalde producent Merck het middel van de markt. Daarna hoopten de schadeclaims zich op. Het blad schat dat de affaire Merck en zijn verzekeraar minstens 12 miljard dollar aan schadevergoeding zal kosten. De schatting is gebaseerd op de ervaringen van een kleinere concurrent als Wyeth die in 1997 twee dieetmedicijnen van de markt moest halen wegens schadelijke bijverschijnselen. Wyeth is nog steeds bezig met het afwikkelen van de schadeclaims.

Dat neemt niet weg, constateert het beursweekblad Barron's, dat het de onderneming voor de wind gaat. Dat mag ook wel, want Wyeth voorziet dat het nog minstens 13 miljard dollar extra moet reserveren voor het betalen van de 150.000 schadeclaims die nog in behandeling zijn. Toen de affaire aan het rollen kwam dacht de onderneming nog met een schadebedrag van 4,75 miljard dollar weg te kunnen komen.

Maar de vooruitzichten zijn gunstig. Dat komt op korte termijn doordat veel consumenten het Merck-middel Vioxx zullen verruilen voor pijnstiller Advil van Wyeth. Maar belangrijker is dat de onderneming relatief meer nieuw producten in de pijplijn heeft dan grote broer Merck. De nieuwe producten zijn volgens de analisten die het blad heeft geraadpleegd, zo goed dat ze niet op prijs zullen hoeven te concurreren. Maar ja, de verkiezingen zijn een onzeker element, want als Kerry als president zijn beloften nakomt zal hij de prijzen van geneesmiddelen willen verlagen.

Zo langzamerhand hebben medicijnproducenten een even slechte reputatie als sigarettenfabrikanten. Maar ,,de perceptie dat de farmaceutische industrie profiteert van de Amerikaanse consument, is slechts de halve waarheid'', meent Malcolm Gladwell in het Amerikaanse weekblad The New Yorker. Want de hoge prijzen waar iedereen over klaagt, gelden alleen voor merkproducten. De merkloze geneesmiddelen behoren tot de goedkoopste ter wereld.

De verklaring voor dit soort tegenstrijdigheden is dat het Amerikaanse prijssysteem verschilt van dat van anderen. ,,Amerikanen betalen meer voor geneesmiddelen als ze pas op de markt komen en veel minder als de medicijnen langer op de markt zijn, terwijl de rest van de wereld in het begin minder betaalt en later meer.'' Het is waar, betoogt de auteur, dat de uitgaven aan medicijnen op voorschrift vorig jaar 9,1 procent zijn gestegen. Maar slechts 3 procent daarvan was te wijten aan prijsverhoging, evenveel als het inflatiecijfer van vorig jaar.

Of Kerry, mocht hij president worden, zijn beloften over de gezondheidszorg zal nakomen, is de vraag. Het Republikeinse Congres zal zijn plannen dienaangaande wel om zeep helpen, denkt het Britse weekblad The Economist. Toch lijkt hij beter in staat een economische crisis het hoofd te bieden dan president Bush, omdat hij veel meer oog heeft voor het risico van de groeiende tekorten. Daar staat tegenover dat hij voorstander is van de vrije markt, maar zijn plaatsvervanger een protectionist van het zuiverste water is. Desalniettemin heeft het blad – met bezwaard gemoed – een lichte voorkeur voor Kerry als president.