`Burgers waren geschokt'

Scheepskanonnier Ken Wilkins (79): ,,Ons landingsschip moest Duits vuur aantrekken, om te zorgen dat de mariniers veilig konden landen. Toen we de kust naderden werd het een tikje hairy, ook omdat we geen luchtdekking hadden. De vliegtuigen moesten door mist aan de grond blijven. We concentreerden ons vuur op de bunkers, maar werden zelf ook zwaar geraakt. Toen we weer los waren van het strand zonk ons schip. We werden gered en naar Oostende gebracht. Ons zusterschip was minder gelukkig. Daar was iedereen dood.''

Marinier-radiotelegrafist Dennis Smith (80): ,,Ik raakte een paar uur na de landing in de duinen gewond door scherven. Ik kon terugkomen naar het strand, maar werd pas op de vierde dag geëvacueerd. Natuurlijk waren we bang toen we naar het strand voeren, maar Normandië had ons voorbereid. We dachten vooral aan onze opdracht en niet: we gaan mensen bevrijden. Dat realiseer je je pas achteraf, als je die mensen ontmoet. Dan besef je hoe belangrijk het voor ze was en nog steeds is.''

Korporaal Fred Wyatt (82): ,,Mijn eerste landing mislukte. Het rupsvoertuig waarin ik zat werd geraakt terwijl we nog aan boord waren van ons landingsschip. De twee bestuurders waren dood. Toen we bij het strand kwamen wilde de klep niet naar beneden en moesten we terug. Daarna voeren we op een mijn. Ik voegde me op de derde dag bij mijn eenheid. Ik zag voor het eerst een burger in Zoutelande, ten zuiden van Westkapelle. Die arme mensen waren volkomen geschokt, vooral door het water. Het deed pijn te horen dat er hele gezinnen met jonge kinderen waren weggevaagd. Met de bloemen die we elk jaar leggen, herdenken we niet alleen onze eigen maten, maar ook alle gedode burgers. We hebben al die jaren contact gehouden en ze geven ze ons bij elke herdenking een geweldig welkom. It cheers us up.''