Bonden komen onder één dak

Binnen twee jaar verrijst in of nabij Utrecht het Huis van de Sport. Daarin zullen, zoals het zich laat aanzien, zestien sportbonden samenwerken. De voordelen zijn evident.

Hockeybonddirecteur Johan Wakkie en zijn collega Jan Kossen van het watersportverbond zijn druk doende sportbonden in Nederland onder één dak te brengen. Bij voorkeur alle bonden, maar de brede sympathie voor het plan ten spijt, zal dat om praktische redenen niet lukken. Inmiddels staat vast dat het Huis van de Sport, zoals het initiatief wordt genoemd, er binnen drie jaar komt; met een bezetting van maximaal zestien bonden.

Dat de bundeling van krachten wordt aangewakkerd door Wakkie en Kossen ligt voor de hand, omdat zij met vier andere sportbonden (korfbal, handbal, basketbal en kano) al vijftien jaar één kantoorpand delen, eerst in Bunnik en sinds vorig jaar juli in Utrecht. Hun ervaring is dermate goed, dat zij in deze tijd van bezuinigingen andere bonden de gelegenheid willen geven zich bij hen aan te sluiten. Bovendien ziet het tweetal kansen om de kwaliteit te verhogen. Wakkie: ,,Je zou kunnen denken aan één modern computernetwerk, maar ook aan één controller voor de volledige organisatie, een collectieve loonadministratie of een gezamenlijke afdeling communicatie.''

De honkbal- en schaakbond hebben zich bij het samenwerkende zestal aangesloten en een achttal federaties heeft die intentie uitgesproken. Voor die laatste groep geldt dat eerst praktische, procedurele en/of financiële zaken gladgestreken moeten worden. Als dat lukt sluiten de volgende sporten zich aan: judo, jeu de boules, badminton, dammen, volleybal, atletiek, gehandicaptensport en eventueel zwemmen. De toerfietsunie en de biljartbond doen vooralsnog niet mee, maar hebben warme belangstelling. Tot de bonden die definitief zijn afgehaakt behoren de ski- en gymnastiekbond evenals de wielrenunie.

Tot 1 januari volgend jaar hebben bonden de kans om deel te nemen aan het Huis van de Sport. Volgens Wakkie en Kossen is die deadline noodzakelijk. De zes nu samenwerkende bonden moeten binnen twee jaar het huidige pand aan de Utrechtse Daltonlaan verlaten. En die tijd hebben de initiatiefnemers nodig om een besluit over de omvang van het Huis van de Sport te nemen; het scheelt nogal in ruimte of er acht of zestien bonden moeten worden ondergebracht. Wakkie: ,,We zijn best bereid enig risico te nemen, maar tot een maximum van 1.000 vierkante meter, meer beslist niet.'' Kossen: ,,Het probleem is dat je moet tekenen voor de toekomst. De ervaring leert dat mensen pas enthousiast worden als ze het resultaat zien.''

Naast de vele onzekerheden staat voor Wakkie en Kossen één ding vast: het Huis van de Sport komt in Utrecht of zeer nabije omgeving. Uit het oogpunt van bereikbaarheid vinden zij een centrale ligging een harde voorwaarde. Om die reden zagen Wakkie en Kossen niets in de plannen van sportkoepel NOC*NSF een Huis van de Sport op het nationale sportcentrum Papendal nabij Arnhem te realiseren.

Huur of nieuwbouw, daar zijn de initiatiefnemers nog niet over uit; zij laten dat afhangen van plaats en prijs. Een serieuze mogelijkheid is het aanbod van de voetbalbond om het Huis van de Sport op zijn sportcentrum in de bossen nabij Zeist te realiseren. In dat geval zou dan nieuwbouw gepleegd moeten worden, want de KNVB zelf heeft alle beschikbare ruimte nodig. Volgens Wakkie is dat een interessante optie. ,,Omdat de grootste sportbond een aantrekkelijke partner is en de KNVB over veel faciliteiten beschikt. Als nadeel zie ik de locatie, die met het openbaar vervoer moeilijk bereikbaar is. In dat opzicht zullen we ook met wensen van ons personeel rekening moeten houden.''

Naast sociale cohesie biedt een Huis van de Sport, waarmee de Scandinavische landen goede ervaringen hebben, onmiskenbaar economische voordelen. Wakkie en Kossen sommen er moeiteloos een aantal op: één receptie, één netwerk inclusief beheer, centrale catering, één postkamer, één repro-afdeling, gezamenlijke inkoop, één financiële administratie, één opslagruimte en gedeelde schoonmaakkosten.

Kossen: ,,We hebben uitgerekend dat wij met ons zessen nu alleen al honderdduizend euro per jaar uitsparen met een gezamenlijk netwerk. En dan praat ik nog niet eens over de besparing aan personeelskosten. Wij hebben in de afgelopen vijftien jaar amper nadelen ontdekt; een Huis van de Sport biedt vooral voordelen.''