Bijna niemand in Libië kent Tamoil

De Libische oliemaatschappij Tamoil breidt zijn internationale activiteiten in hoog tempo uit. Alleen al in Europa heeft het bedrijf op dit moment meer dan drieduizend tankstations, waarvan een kleine honderd in Nederland.

Tamoil? Nooit van gehoord. Maar weinig Libiërs weten dat Tamoil een oliemaatschappij uit Libië is. Zelfs in de hoofdstad Tripoli klinkt de naam velen vreemd in de oren. Het Libische benzinemerk met het rood-wit-blauwe logo is dan ook alleen actief op de buitenlandse markt. In Libië zelf, OPEC-lid en de zestiende olieproducent ter wereld, is benzine alleen te koop bij tankstations van het staatsbedrijf Naft. Het enige product van Tamoil dat je in het land van Moe'ammar al Gaddafi wel kunt kopen is motorolie, verpakt in literblikken.

,,Tamoil is een van de snelst groeiende bedrijven uit Libië'', beweert Abdulqasim Abdeltif, onder-directeur bij Tamoil. ,,Nu ook Amerika de sancties tegen ons land heeft opgeheven, liggen zelfs daar kansen.'' In Europa heeft Tamoil, dat volgens Abdeltif voor de volle 100 procent eigendom is van de Libische staat, meer dan drieduizend tankstations. Daarvan staat het grootste deel in Italië. In Nederland bezit de Libische oliemaatschappij een kleine honderd vestigingen. Daarnaast hebben de Libiërs een uitgebreid netwerk in Afrika. In diverse landen, zoals Tsjaad, nam Tamoil de afgelopen jaren tankstations over van Shell.

Het hoofdkantoor van Tamoil staat in Monaco. In Tripoli is slechts een bijkantoor, een bescheiden gebouw, even buiten het centrum. Van buiten wijst niets erop dat hier de lokale vestiging van Tamoil is. Wel is duidelijk dat in het gebouw een bedrijf huist dat iets met olie te maken heeft. Aan de muren hangen meerdere slingers met vlaggetjes van oliemaatschappij Naft. Pas binnen, op de eerste verdieping, maken posters en visitekaartjes duidelijk dat we hier bij Tamoil zijn.

De sancties van de Verenigde Naties, die duurden van 1991 tot 1999 en een gevolg waren van de Libische betrokkenheid bij de aanslag op een Amerikaans vliegtuig boven het Schotse Lockerbie, hadden weinig negatieve effecten voor Tamoil. De export naar Libië van onderdelen voor de olie-industrie was destijds verboden, waardoor de aanvoer van ruwe olie in het gedrang kwam, maar Libische bedrijven die zaken deden in het buitenland konden daar gewoon mee doorgaan.

Tussen Tamoil en Nederland bestaat een bijzonder band. Oilinvest, het moederbedrijf, heeft sinds 1988 zijn hoofdvestiging in Rotterdam. In de Raad van Commissarissen van Oilinvest, dat een jaaromzet heeft van ongeveer zes miljard euro, zitten behalve de Libiër Mohamed Hussein Layas ook de Nederlander Jan van Wingaarden en de Italiaan Secondo Triboldi. Over de winstcijfers doet het bedrijf geen mededelingen.

Oilinvest is niet alleen vanwege fiscaal-technische redenen in Nederland gevestigd. Ook de Amerikaanse dreiging van strafmaatregelen tegen bedrijven die zaken deden met Libië, van kracht tussen 1986 en 2004, speelde een rol. ,,Door een hoofdvestiging in Nederland en gedeeltelijke overdracht van het aandelenpakket aan derden, probeerde de Libische regering buitenlandse bedrijven te beschermen die zaken met hen deden'', zegt een Libische analist die anoniem wil blijven.

Niet alleen Tamoil maakt handig gebruik van de nieuwe mogelijkheden die de opheffing van de sancties biedt. Libiërs doen ook op talloze andere terreinen internationale investeringen. Door omvangrijke overheidssteun via de Libyan Arab Foreign Investment Company kunnen Libische zakenlui daadkrachtig opereren. De Libische overheid bezit inmiddels aandelen in Barclays Bank en Banca di Roma. Ook verwierven Libiërs de afgelopen jaren Brits onroerend goed en boerderijen in Zimbabwe.

Bij het grote publiek is Tamoil waarschijnlijk het meest bekend als shirtsponsor van Italiaanse voetbalclub Juventus. Maar Juventus is niet de enige voetbalclub die door het Libische bedrijf gesponsord wordt. Alleen al in Nederland krijgen nog vijf andere voetbalclubs financiële steun van de Libische oliemaatschappij: Heerenveen, Roda JC, RBC, Excelsior en De Graafschap. Tamoil is geen shirtsponsor van een van deze clubs, maar dat kan nog komen.

,,Libië is een voorbeeld voor Afrika'', zegt Ali Senoussi, een rijke zakenman uit de stad Sebha. ,,Wij gebruiken oliegeld om onze economie te diversificeren, andere olieproducenten op het continent consumeren alleen maar.'' Landen als Algerije en Nigeria hebben nooit pogingen gedaan de internationale markt op te gaan met een eigen benzinemerk, waardoor ze veel geld mislopen. Ook investeren ze nauwelijks. ,,Als de olie op is heeft Libië andere inkomstenbronnen'', zegt Senoussi. ,,Nigeria en Algerije niet.''

In Europa investeert Tamoil vooral in onbemande tankstations. Met lage prijzen hopen de Libiërs klanten te trekken. Ook zijn er extra kortingen voor bepaalde groepen werknemers, zoals leraren uit het basisonderwijs. De kortingen kunnen oplopen tot acht eurocent per liter. Dat is precies de prijs van een liter brandstof in Libië, waar benzine aan de pomp door subsidie goedkoper is dan de kostprijs. Europese Tamoil-klanten betalen daar dus indirect aan mee.