Bijbel aan flarden 1

Wat aardig, dat artikel `De bijbel aan flarden', over ontstaanstheorieën van de bijbeltekst (W&O, 23 oktober). Alleen wel jammer, dat twee visies zo extreem tegenover elkaar bleven staan. Enerzijds Van der Kooij, die de bronnentheorie nog steeds zo interessant vindt dat die voorvragen wel heel veel aandacht opeisen; anderzijds Fokkelman die daar helemaal niets van wil weten en de tekst als kunstwerk wil benaderen. Een diepe kloof tussen Leidse wetenschappers, zo lijkt het.

Intussen gebeurt er op bijbelwetenschappelijk terrein wel iets meer. De literaire of structuralistische benadering heeft de laatste decennia aanzienlijk terrein gewonnen en wordt tegenwoordig ook onder historisch-kritische wetenschappers eindelijk serieus genomen. Dat ligt ook voor de hand: die laatste gestalte van de tekst ligt voor ons, al wat daaraan vooraf ging is op z'n best een `educated guess' zolang er geen harde bewijzen opduiken in de vorm van documenten van die eerdere hypothetische versies. En een literaire benadering van de tekst levert – niet in het minst door het werk van Fokkelman – vaak veel op voor het verstaan ervan.

Anderzijds is onder diegenen die zweren bij de overgeleverde tekst een hernieuwde belangstelling gerezen voor historische vragen, maar dan op een ander niveau, niet dat van de veronderstelde auteur(s) maar van de eerste lezers of hoorders. Dus niet meer `Wie voegde wanneer deze snipper tekst toe aan het geheel?' maar: `Voor welke groep en met welk oogmerk is deze tekst, zoals die er ligt, bedoeld?' Die vraagstelling blijkt vaak veel vruchtbaarder.

Blijft over de vraag, of de teksten verwijzen naar een werkelijkheid buiten die teksten, met als spannendste toespitsing natuurlijk de vraag naar God: `slechts' romanfiguur, of verwijzend naar een werkelijkheid? Fokkelman meent dat zelfs de vraag al volstrekt irrelevant is; voor hem is er alleen de tekst en de wereld van de tekst. Het probleem is, dat de teksten daar zelf anders over denken, dat ze consequent verwijzen naar de reële wereld, en de lezer ook nog eens aanspreken en iets van hem of haar willen. Ze komen met andere woorden met een behoorlijke pretentie op de lezer af, en het lijkt me ook `strikt wetenschappelijk' gezien nodig, dat ook serieus te nemen.

De titel van het artikel verwijst, waarschijnlijk onbewust, naar een dichtregel van Huub Oosterhuis: in flarden hangt Uw woord om onze wereld heen. Ook zó kun je lezen. Wie er gelijk heeft? Zoals altijd mag de tekst het zeggen.