Bidprentje Lee

Nu je van de bijbel niet meer mag wenen en tranen de vrije loop moet laten, en een nachtbordeel al even herbergzaam is als de kribbe, wil ik niet meer aan de bijbel. Doe mij maar Jacques Brel.

Ik heb wel eens aan voetballers en wielrenners gevraagd of zij wisten wie Jacques Brel was. Nee, dat wisten ze niet. Zij waren in René Froger, in de Bauers, in Anouk. Ook goed: teksten hebben geen waarde meer. Althans, ze staan niet op zichzelf. Ze zijn nu eens van Yab Yum, dan weer van Nico ter Linden en Seth Gaaikema. Het woord is vlees geworden, maar wel naar de lijflustigheid van Endemol.

Die souplesse is aan dominees, intellectuelen en taalpuriteinen perfect besteed. In de sport is dat anders: de weinige bijbelfreaks zijn het met hart en ziel. Wars van moderniteiten en vergevingsgezindheid. Ze staan stug in de mandekking van hun geloof. De stugheid van minderheden.

Soms is geloof als poëzie. Na zijn softenon-doelpunt in de wedstrijd PSV-Ajax viel Young-Pyo Lee op de knieën. Hij sloot de ogen, vouwde de handen en dankte God. Gewoon in de middencirkel. Geheel in de ban van een hogere sirene zat hij daar, een atoom lang. Warmer dan zijn gemoed. Evert ten Napel zei: ,,Lee had vandaag geen tijd om naar de kerk te gaan, dat haalt hij nu in.'' Triviale taal van een ongelovige. Wie in God is, heeft niets in te halen. God, bal en man zijn in het hoofd van Lee de eeuwige drievuldigheid. Een biddende Koreaan in een orkaan van (kwetsende) spreekkoren, ook dat kan voetbal zijn. Een biddende sponsor is mij niet bekend.

Het bidprentje Lee, ik zou het hem niet nadoen, maar ik kan wel leven met zijn interieure ballingschap. Liever een gelovige topsporter dan een bijgelovige paljas. Waar is de grens tussen geloof en bijgeloof? Er zijn voetballers die voor een wedstrijd regelrecht uit het bordeel komen. Toch slaan ze een kruis bij de aftrap. Denk maar aan Romario, aan Kezman, aan Grieken en Afrikanen. Spits John van Loen was geboren als heiden. Hij droeg wel een schapulier. Na elk doelpunt kuste hij zijn schapulier zoals Zidane en Raul nu hun trouwring kussen. Spitsen hebben gevoel voor ontleende autoriteit.

Bert Konterman deed alles in naam van de Here, tacklen, passen, een enkele doodschop. Hij kwam er ook rond voor uit, op radio en televisie, in Zwolle en in Glasgow. Bert was eerder bijbelvast dan balvast. Zijn geloof werd alom gedoogd. Niet dat hij als zieltjeswinner enige kans maakte, maar iedereen gunde hem de ingetogenheid van een gebed in de Zestien. Hij heeft er nooit misbruik van gemaakt. Konterman was eenzaam in de Heer.

Roberto Baggio bekeerde zich op het hoogtepunt van zijn carrière tot het boeddhisme. Ineens stond hij daar in de spits met een staartje. Geloken en gebroken naar de eeuwige rust van zijn religie. Zijn, zo wist hij, was belangrijker dan scoren en dus bleven de doelpunten achterwege. Het respect voor Roberto bleef intact. Hij kreeg geen particuliere spreekkoren over zich heen. Boeddha aan de bal, waarom ook niet?

Wielrenners en schaatsers zijn gemiddeld geloviger dan voetballers. Zij staan dichter bij de elementen, dichter bij de kleine dood die in elke wedstrijd bestorven ligt. René Ruitenberg en Jan Maarten Heideman zouden in hun marathon nog het liefst Jezus van zijn kruis schaatsen. Als dat niet lukt, gaan ze zelf als gekruisigde op het podium staan. Een marathonschaatser met de lach aan zijn kont is onbestaanbaar. Altijd weer treden ze aan als gangmakers van het lijden.

Het geloof bij wielrenners is lichter. Zo licht dat schater en kruis in elkaars verlengde liggen. Kermisgeloof. Niet God doet ertoe, het ritueel volstaat. Michael Boogerd is zo'n uitgesproken lijkbidder: God als zweet- of polsbandje. Vanessa had ook gekund. Alles wat het onderscheid voor de camera markeert, mag aangeroepen worden. Heilig, heilig, heilig.

Topsporters verkeren in een staat van moleculaire burgeroorlog. Ze ontrafelen zichzelf tot extreme prestaties en worden toch geacht van een publieke lifestyle te zijn. Dat red je niet zonder hogere machten. God, Boeddha, Xaviera Hollander, Miep Brons, het maakt niet uit: als er maar iets van boven komt dat de sporter tot hemellichaam verheft, is het al goed. Het heelal als voltooiing van de pedaalslag. Het hogere: voor Gullit was dat Mandela, voor Rijkaard REM, voor Koeman is het een landschap in de Algarve. Het hogere voor de visserszoon Kuijt? Een regering met een geweten die ervoor zorgt dat vis- en landbouwquota blijven wat ze zijn.