Antoni, de Grootste

Ook genoeg van die Grootste Nederlander-verkiezing? Van meet af aan was daar van alles mis mee. Het idee is gepikt, de Engelsen hebben inmiddels Churchill, de Duitsers Adenauer gekozen. De fatale fout om nog levende Nederlanders toe te laten, heeft ons een toptien met Johan Cruyff opgeleverd, terwijl we maar net zijn ontsnapt aan een serie andere sporters, tweederangs politici, incourante Oranjes, cabaretiers en zelfs een diskjockey.

Ook het criterium deugt niet: `Grote Nederlanders hebben iets unieks op hun terrein gedaan van grote nationale betekenis.' Zo komen de hardlopers en hardzingers wel in de top-100. Minimaal had de eis moeten zijn: een prestatie, die ook over 100 jaar nog als uniek en belangrijk wordt gezien, liefst ook buiten Nederland. Dan was niet alleen Pim Fortuyn uit de top-10 verdwenen, maar waarschijnlijk ook Willem Drees. Dat had ruimte gemaakt voor wereldberoemde Nederlanders als Hugo de Groot, vader van het volkerenrecht, en Baruch de Spinoza, grondlegger van de verlichting.

En dan dat stemmen. Wij hebben geen referendum-democratie, omdat ingewikkelde kwesties niet goed per referendum beslist kunnen worden. De Grootste Nederlander is zo'n kwestie. Wie geen benul heeft van geschiedenis, kan er geen zinnig woord over zeggen. Dat stemmen gebeurt overigens niet met stembussen onder notaristoezicht, maar via telefoon en website. Vooral die website leent zich voor fraude, zoals Tom Rooduyn in NRC Handelsblad van 23 oktober (pag. 58) heeft uitgelegd. Zo wordt straks Pim Fortuyn de Grootste met 160 miljoen stemmen, tenzij de goedgelovige KRO de uitslag masseert. Ik denk trouwens dat er al gemasseerd is bij de selectie van de top-10. Het is wat verdacht dat er überhaupt een echte geleerde bij de laatste 10 is beland.

Want daarom begin ik er over. Die geleerde is Antoni van Leeuwenhoek, de `vader van de microbiologie'. Ik heb daar een pleidooi voor gehouden, waarvan inmiddels een paar snippers zijn uitgezonden in een Antoni TV-special. Dat daarin ook onzinnige dingen werden gezegd kan ik niet helpen. De KRO vond de ontdekking van zaadcellen in menselijk sperma door Antoni zelfs taboedoorbrekend! Alsof Nederland preuts was in de 17de eeuw.

Antoni is de enige wetenschappelijke onderzoeker in de top-10. Zelfs bij de bovenste 100 zaten maar weinig onderzoekers, zo'n 18 tel ik er, maar dan reken ik ook alles mee: De ingenieurs Stevin, Leeghwater en Lely, de ontdekkingsreizigers Barentsz en Tasman, de filosofen Erasmus en Spinoza, en zelfs de wetenschapspopularisator Jacq. P. Thijsse. In medisch-biologische hoek waren het er maar 5: Herman Boerhaave, Willem Kolff (van de kunstnier), Aletta Jacobs, Thijsse en Antoni.

Ter vergelijking heb ik `De top-100 van wetenschappers' van John Simmons (Het Spectrum, 1997) erbij gepakt. Van de drie Nederlanders in die lijst heeft Kamerlingh Onnes (van de supergeleiding bij lage temperatuur) de Nederlandse top-100 niet eens gehaald, terwijl Christiaan Huygens, de hoogst geplaatste Nederlander, niet geschikt werd bevonden voor de top-10 van grootste Nederlander.

Die keus voor Antoni boven Christiaan heeft waarschijnlijk een triviale reden: de meeste Nederlanders kennen Antoni van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, maar niet Christiaan. Toch was Christiaan Huygens een genie, `de nieuwe Archimedes', de bekenste Nederlandse geleerde van de 17de eeuw. Zijn golftheorie van het licht heeft hem voor altijd een positie in de geschiedenis van de fysica bezorgd. In tegenstelling tot Antoni had hij echter van meet af aan de wind in de rug voor een wetenschappelijke carrière. Geboren als zoon van topdiplomaat Constantijn Huygens kreeg hij uitstekend privé-onderwijs en, na een studie in Leiden, werkte hij 5 jaar in Londen en 15 jaar in Parijs. Meer nog dan een groot Nederlander werd hij een groot Europeaan.

Hoe anders verging het Antoni. Van huis uit kreeg hij niets mee. Als zoon van een mandenmaker had hij alleen lagere school en wat administratief onderricht van een oom. Daarna moest hij het maar zien te redden, eerst als lakenkoopman, later als winkelier in de garen en band winkel die hij in Delft met zijn vrouw dreef. Geen wetenschappelijke opleiding, geen talenkennis, niets kreeg hij mee van thuis behalve een goed verstand. Hij was en bleef een oer-Nederlandse Delftse burger.

Als lakenhandelaar gebruikte Antoni vergrootglazen om de stofkwaliteit te controleren. Wellicht dat daar zijn belangstelling voor microscopie uit voort kwam. Doorslaggevend voor zijn succes waren zijn technische vaardigheid en zijn gedrevenheid als onderzoeker. Antoni heeft eigenhandig zo'n 500 microscoopjes gemaakt, allemaal met één minuscuul klein lensje. Ook die sleep hij zelf en zijn beste lenzen konden tot 300 keer vergroten, voldoende om objecten van één duizendste millimeter te zien. Over die gedrevenheid schreef hij zelf dat hij zijn werk had gedaan ``uyt een drift van weetgierigheyt die meer in mij woont, zoals ik merk, dan in andere mensen''.

In Delft was aanvankelijk niemand geinteresseerd in wat Antoni door zijn microscoopjes allemaal zag, klaagt hij in één van zijn brieven. Aan dit isolement kwam een eind toen de Delftse dokter Reinier de Graaf Antoni introduceerde bij de Engelse Akademie van Wetenschappen, de Royal Society (RS), in die tijd het belangrijkste wetenschappelijke college ter wereld. Curieus is dat dit gebeurde in 1673, midden in de derdee Nederlands-Engelse oorlog (1672-1674). Kennelijk vonden de geleerden uit die dagen dat zo'n handelsoorlog niet hun zaak was en zoiets schrijft De Graaf ook aan de RS. Deze oorlogscorrespondentie werd het begin van een lange serie brieven aan de RS waarin Antoni zijn waarnemingen vastlegde. Omdat hij geen enkele buitenlandse taal kende, moesten zijn brieven eerst in Londen in het Engels worden vertaald, voor ze in de Transactions van de RS gepubliceerd konden worden.

Wat hedendaagse onderzoekers nog het meeste aanspreekt in Antoni is de zorgvuldigheid waarmee hij zijn gegevens vergaarde. Antoni was een echte experimentele onderzoeker, die proeven vele malen herhaalde en die zijn waarnemingen zeer precies vastlegde. Hij mat alles op, vaak met een baardhaar als interne standaard. Waarneming en interpretatie hield hij strikt gescheiden. Dat gaf hem ook de zekerheid dat zijn kleine ``dierkens'' werkelijk bestonden, ook toen niemand aanvankelijk zijn waarneming van bacteriën kon bevestigen, omdat niemand over microscopen beschikte die goed genoeg waren om organismen kleiner dan een honderdste millimeter te zien.

Antoni is dus niet gek als grootste Nederlander. Hij heeft de microwereld ontdekt die het leeuwendeel van het leven op aarde vormt. Zijn ontdekking van bacteriën en andere micro-organismen zal ook over 100 jaar nog in alle schoolboeken staan, net als de ontdekking dat de aarde om de zon draait. Hij heeft het idee dat leven spontaan kan ontstaan systematisch door zijn waarnemingen ontkracht, waarbij zijn ontdekking van de zaadcellen bij mens, dier en plant een belangrijk tussenstation was. Door weetgierigheyt voortgedreven, bleef hij tot zijn dood, bijna 90 jaar oud, waarnemingen doen. Hij was sober, nuchter, aards, zuinig en hij heeft nooit gepoogd om zijn kennis of microscoopjes te gelde te maken. Kan het Nederlandser?

Op 15 november is de grote finale, waarin de Grootste Nederlander aller tijden gekozen zal worden. De belangen van Antoni worden in het slotdebat verdedigd door onze nationale arts-astronaut André Kuypers. Bij de vraag `wie in hemelsnaam voor Antoni' was de enige geleerde, die de KRO wist te verzinnen, een astronaut. Geen hoogleraar celbiologie, die beroepshalve door microscopen kijkt, geen Ronald Plasterk, een microscoop-vaardige geleerde met TV-ervaring, maar een astronaut. Misschien weten de KRO-intellectuelen niet zo goed wat het verschil is tussen een microscoop en een telescoop en dachten ze dat microscopen gebruikt worden om astronauten op hun ruimtereis te volgen.

Zo'n succes is de verkiezing bij de KRO-leden, dat de KRO zelfs ``cultuurhistorische rondvaarten door de Amsterdamse grachten organiseert op zondagen, waarbij telkens één van de tien genomineerden feestelijk wordt uitgelicht middels een lezing aan boord''. De Antoni-lezing zou door niemand minder dan onze vorige nationale astronaut, Wubbo Ockels, worden gegeven. Zo krijg je de rondvaartvloot wel vol. Helaas, Wubbo liet het afweten, en toen ben ik ingevallen om Antoni te promoten. Ik hoop dat u ook een handje toesteekt bij deze verkiezing. De 260.000 NRC-abonnees en hun computervaardige kinderen moeten toch 10 miljoen stemmen voor Antoni kunnen genereren, zodat hij niet achter Cruyff belandt.