Anna Paulowna Hippolytushoef

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het noorden van Noord-Holland

,,Niet daar gaan wandelen, het is er verschrikkelijk'', waarschuwde de voormalige boerenzoon van nabij Hippolytushoef. Een jeugdtrauma: onderweg naar school woei hij bij herhaling van zijn fiets. Hij is een leuke dunne man en hij was vast een leuk wegwaaibaar jongetje. Ik luister niet, ik ga toch.

Op de verlaten, stanleymes-recht afgesneden Noord-Hollandse asfaltwegen krijg ik geen spijt. Inderdaad, het waait stevig. Het regent ook, soms met buitjes die je alleen maar opmerkt dankzij de kringen in de plassen en de sloten, maar ook uit alle macht. De wind voorziet de hemel van pleisterwerk met krullen en ornamenten, in allerlei tinten tussen gipswit en donkergrijs. De regen verzadigt het dor-geel van gemaaide velden en oud riet tot de warme kleur van crème caramel. Ik houd hiervan. De plaagstoten van de elementen zetten aan tot stevige pas, ze geven energie en warme handen.

Ganzen vliegen over, schetterend als saxofoons. Iepen op rijtjes breken de eindeloosheid van het uitzicht. De iepen zijn kaal. Van veraf lijken ze elk sprekend op één van hun eigen afgevallen dorre bladeren: hun stam het steeltje, hun takken de nerven.

Na akkers met bieten en bieten op bergen, en na velden vol winterwortelloof en zwarte grond met obsceen geplette, oranje wortelresten, sturen de markeringen en het routeboekje van het Duin- en Polderpad ons over de kruin van de dijk. De windvlagen rimpelen het water en waaien het weer glad, net of er waaiers worden opengevouwen en weer dichtgeklapt. Wat gaat het wandelen heerlijk. Nog uren kan ik kan zo door, met die wind schuin tussen de schouders en de regen beukend op mijn flapperende kleren you keep a-knocking, but you can't come in!

Nu naar links, de Ulkesluis over, lekker verder over de dijk, langs het heftige loodkleurige water. O jee. Er is een baggermolen, een hijskraan en puin. De sluis maakte plaats voor een meters breed gat.

Ik stel voor om langs het kanaal een brug te zoeken, maar man vertrouwt het niet. Hij belt de taxicentrale. Daar wordt gesputterd, want wij kunnen geen exact adres van bestemming noemen. Man onderhandelt zwaar, staat op zijn ponteneur en wint.

Het duurt even, dan komt de taxi.

Hij stopt aan de overkant van de sluis.

De chauffeur ziet ons zwaaien, ,,ik rij een ommetje!!'' Drie kwartier later zet hij ons af, een eind verder op de route, bij een café. De waardin vertelt dat die sluis de hele zomer al opgebroken is: ,,Ik krijg hier wandelaars die de volgende brug genomen hebben, een omweg van 15 kilometer. Halfdood wankelen ze binnen. En dan zijn ze boos op mij.''

15 km. Kaarten 17 t/m 20 uit: Duin- en polderpad. Uitg. NIVON, 1998. Uitverkocht. Een nieuwe druk is in voorbereiding. De brug die de Ulkesluis zal vervangen is op zijn vroegst in december gereed. Op de websites van Nivon en wandelplatform- LAW vond ik geen alternatieve route. Tel. taxi 0900 8878.