Alles stroomt

De strijd beweegt alles wat er is. Alles is in voortdurende beweging: Panta rhei.

Zou de spreuk van de Oudgriekse filosoof Heraclitus ook op Nederland van toepassing zijn?

Hiervoor moeten we bij Kees Fens zijn, die al in 1997 zei (in het boek Dwars door puinstof heen): ,,Het enge is, dat alles in de samenleving op elkaar is gaan lijken. Neem de politieke partijen: je moet wel verdomd fijnkammig te werk gaan om nog verschillen te vinden. En we zijn het ook zo godsgruwelijk met elkaar eens. Dat komt waarschijnlijk omdat het over niks meer gaat. Die consensus-houding is dodelijk voor de ontwikkeling in de literatuur. Polemiek wordt al heel gauw een scheldpartij.''

Polemiek is de manier waarop men naar de politieke, literaire en filosofische waarheden zoekt. Deze rust verstorende activiteit is afhankelijk van twee factoren: een veilige en vrije publieke ruimte én scherpe intellectuelen en politici. Vrijheid is hier het codewoord. Houdt de Nederlander van vrijheid? Gerard Reve weet het in een polemiek te ontvouwen: ,,Ik geloof dat Toergenjev gelijk heeft: `De mens is niet voor vrijheid geboren'. En zéker de Nederlander niet. '40-'45 is de enige tijd dat hij echt iets heeft méégemaakt. Hij verlangt terug naar de terreur, dictatuur, in de rij staan, loketten.'' De terreur is er al: de terreur van middelmatigheid en onwaarachtige polemische pogingen. Dit zijn de moleculen waaruit het huidige Nederland ontstaan is. Laten we bijvoorbeeld kijken hoe Sjoerd de Jong poogt te polemiseren.

Op deze plaats schreef ik twee weken geleden dat de linkse partijen onder leiding van Lodewijk de Waal via een referendum willen bepalen wat in het algemeen belang is. Dit druist in tegen het representatieve karakter van het Nederlandse parlementaire stelsel. Daarom diende Wouter Bos zich, als een verantwoordelijk politicus, ervan te distantiëren. De vakbonden moeten nooit ofte nimmer het algemeen belang, maar de concrete belangen van hun leden bepalen. Wat heeft De Jong van mijn analyse begrepen? Hij schreef: ,,Met de waardering van het volk kan het gek lopen. In het kielzog van Fortuyn heeft sinds een paar jaar een nieuwe voorhoede van politici en commentatoren zich ontfermd over de volkswil [...].''

Hoe komt De Jong, die kennelijk niet in staat is teksten zorgvuldig te lezen, tot zo'n verkeerde vergelijking? Wanneer heeft Fortuyn een massademonstratie georganiseerd? Wanneer heeft Fortuyn een volksreferendum geëist? Fortuyn, in tegenstelling tot huidig links, handelde in overeenstemming met het wezen van de representatieve democratie: wél de verkiezingsstrijd (parlementarisme) en geen referendum. Luisteren naar het volk en dat dan in het parlement aan de orde stellen, is van een andere orde dan wanneer de linkse kerk het volk als een politiek instituut in het leven roept teneinde directe volkssoevereiniteit uit te voeren.

De Jong: ,,Maar dan moet het volk zich natuurlijk wel aan het script houden. En niet in de peilingen weglopen naar de PvdA [...].'' Verblind door peilingen vergat Bos het principe van de vertegenwoordigende democratie. Zocht De Jong via polemiek naar waarheid, dan had hij, ondanks zijn typisch protestants-Hollandse minachting voor stijl en symboliek, de essentie kunnen begrijpen. De koddebeiers van de Moerasdelta zijn eraan gewend met modder te gooien en niet te polemiseren. Nou begin ik de Nederlandse zelfhaat beter te begrijpen. In deze geest zei Rudy Kousbroek ooit: ,,Ik vind Nederland een verschrikking. [...] Nederland is een derderangs land, alles is hier derderangs.''

Stalken is in principe verboden, maar het is gelukkig niet verboden voor een columnist-recensent als De Jong. Want het is helaas niet de eerste keer dat hij mijn teksten uitlegt zoals hem goeddunkt. Als men columns en boeken op deze buitenissige wijze gaat weergeven, dan wordt het lezen van een recensie overbodig. Immers, in een analyse van mijn tekst over, onder meer, het belang van de Grondwet, schreef De Jong het volgende: ,,Voor wie de problemen van de multiculturele samenleving radicaal wil aanpakken, is de Grondwet juist eerder een sta-in-de-weg. Dat besefte Pim Fortuyn, door Ellian bewonderd als `zoon van het volk', die artikel 1 wilde schrappen [...].'' Hier is sprake van twee evidente onjuistheden: (1) Mijn artikel in Trouw dat in de nacht vóór de begrafenis van Fortuyn was geschreven, had als titel: `De dappere zoon van Nederland'. Fortuyn was zéker een volksheld, zoals Reve een volksschrijver is, maar niemand mag mijns inziens als de zoon van het volk worden beschouwd. (2) Fortuyn wilde art. 1 van de Grondwet niet afschaffen. Art. 1 bestaat uit twee delen: gelijkheidsbeginsel en non-discriminatiegebod. Dit laatste wilde hij afschaffen. Destijds, bij de invoering van de strafbepalingen ten aanzien van dit beginsel, waren veel rechtsgeleerden daar tegen. Het is normaal dat er over deze bepaling verschil van mening bestaat.

De Jong gaat regelmatig insinuerend te werk, en dat is een doodzonde voor iemand die wenst als polemist serieus genomen te worden. Want de eerste regel bij polemiseren is een juiste en waarachtige weergave van de standpunten van de andere partij. Het tweede beginsel verplicht de polemist om zich eerst een beetje te verdiepen in de materie voordat hij zich als een kip zonder kop in de arena gooit. In het debat over de Grondwet had De Jong zich dan echt moeten gaan verdiepen in het constitutionalisme, (bijvoorbeeld `The Federalist Papers' en Hannah Arendt) én rekening moeten houden met de Duitse sporen die door Habermas worden aangeduid met de prachtige term: grondwetpatriottisme. Grote woorden, grote symbolen, zouden de koddebeiers schreeuwen. Deze chronische middelmatigheid, platheid en de onbelezen minachting voor de ideeënwereld en polemiek is even achterlijk als een aantal achterlijke elementen in de islamitische cultuur. Alles stroomt. Zelfs ooit in een moerasdelta.