Alleenheersers

Weinig alleenheersers voelen zich zo miskend als judoka Wim Ruska. Hij was in technisch en lichamelijk opzicht misschien wel beter dan Anton Geesink, maar de Utrechtse bouwvakker vergaarde meer geld en vooral meer roem dan de Amsterdamse uitsmijter. Hij werd bij de zwaargewichten negen keer Nederlands kampioen, zeven keer Europees kampioen en twee keer wereldkampioen. Kroon op zijn vechtloopbaan moesten de Olympische Spelen van 1972 worden. In München behaalde hij twee gouden medailles en dat was er eentje meer dan Geesink in 1964 bij de Spelen van Tokio. De prestaties van Ruska werden echter ondergesneeuwd door de Palestijnse gijzeling met dodelijke afloop van Israëlische sporters. In het olympisch dorp praatte niemand over de heldenrol van Ruska, sterker nog: hem werd verweten dat hij geen eerbied had getoond voor de slachtoffers. ,,En zonder publiciteit heb je niet gewonnen'', zei hij bitter. Na zijn afscheid verdiende hij geld met lucratieve worstelgala's in Japan en Amerika. Hij was al bodyguard en nachtportier op de Wallen. Zijn eerste vrouw kreeg een hersenbloeding en verhuisde op jonge leeftijd naar een verzorgingstehuis. Aan de hand van zijn tweede vrouw is hij nu zelf herstellende van een soortgelijke aandoening. De blonde reus loopt met een stok en praat mondjesmaat. Van zijn grote hobby – zeezeilen op een catamaran – kan hij alleen nog maar dromen.

Dit is de dertiende aflevering van een serie over alleenheersers in de sport.