Alleen met een boek is ook leuk

Na 23 jaar Kamerlidmaatschap nam Jeltje van Nieuwenhoven deze week afscheid. Er zijn mensen die niet begrijpen dat ze zo lang Kamerlid is geweest en nu ten slotte PvdA-gedeputeerde van Zuid-Holland wordt. ,,De perceptie is dat Kamerlid niet genoeg kán zijn voor iemand. Je wilt minister worden, je wilt altijd iets worden. Maar ik wilde helemaal niets worden.''

Op een koude maandagnacht half januari dit jaar zat Jeltje van Nieuwenhoven in een taxi op weg van het Hilversumse Mediapark naar haar woonplaats, Den Haag. Ze was die nacht te gast geweest in het radioprogramma Casa Luna. ,,De auto raakte in een spin en ging recht op het water af'', vertelt Van Nieuwenhoven nu. ,,Ik voelde vanaf het eerste moment dat dat het geval was. Maar je kunt niets doen.'' De auto raakte niet in het water, maar kwam tot stilstand op nog geen halve meter van de middenberm. Van Nieuwenhoven: ,,Als ie door was geschoten, was ik misschien wel dood geweest. Ik bloedde verschrikkelijk, maar zei meteen tegen de chauffeur: `Bel 112.' Zo verschrikkelijk aards ben ik.''

Van Nieuwenhoven zat onder het bloed, haar wenkbrauw was gescheurd, en haar bovenlip was helemaal door. ,,Ik ben niet buiten bewustzijn geweest, maar het was een grote bloederige bende, ik had veel wonden in mijn gezicht, op mijn benen.'' In de Haagse wandelgangen ging na het ongeluk en het langdurig herstel van Van Nieuwenhoven het verhaal dat zij wegens de littekens in haar gezicht niet meer zou willen terugkeren op het Binnenhof. ,,Ik heb daar nooit iets over gezegd, maar mensen hebben dat toch gekoppeld aan mijn vertrek, vreemd genoeg. Ik ben er redelijk goed van hersteld, fysiek. Ik had geen hersenschudding, daar is mijn kop te hard voor. Maar als je, op mijn leeftijd, zo'n fysieke klap krijgt, dan doet dat wel wat met je. Ik hoefde niet te leren lopen en zo, maar het herstel gaat wel veel langzamer, dat is lastig. Geloof het of niet, maar het heeft niets te maken met mijn vertrek.''

Feit is dat Jeltje van Nieuwenhoven (Noordwolde, 1943) deze week na 23 dienstjaren de Tweede Kamer vaarwel zegt. De PvdA-politica verwierf nationale bekendheid toen zij in 1998 de eerste vrouwelijke Kamervoorzitter werd. Het leverde haar bij de verkiezingen in 2003 ruim 217.000 voorkeurstemmen op. Nu vertrekt ze naar de provincie, ze wordt gedeputeerde voor Zuid-Holland. Van Nieuwenhoven hekelt het cynisme van veel `kaasstolpbewoners' over haar overstap: ,,Als de landelijke parlementaire pers er niet over gaat, is het dus een functie in de luwte. Daar ben ik het niet mee eens.''

Waarom bent u dan wél gestopt?

,,De PvdA zocht een nieuwe gedeputeerde in Zuid-Holland nadat Marnix Norder was afgetreden om wethouder in Den Haag te worden. De provinciale fractievoorzitter belde mij, of ik niet eens na wilde denken of ik Norder op wilde volgen. Ik kreeg heel even het gevoel: waarom vragen ze dat aan mij. Hij zei: `We zoeken de best mogelijke opvolger. Denk er es over na.' Dat heb ik gedaan, ben gaan praten met mensen, vrienden binnen en buiten de politiek. Wat veel mensen toen al opviel, was dat ik er direct al enthousiast over klonk. Ze zeiden: `Je moet het gewoon doen. Kennelijk komt het op een goed moment, je bent er aan toe.' Een dag later wist ik het, ik wilde het doen.''

Vond u het gek om te merken dat het u zo weinig moeite kostte om de Tweede Kamer achter u te laten?

,,Ja, dat vond ik eerlijk gezegd wel gek. Tuurlijk kost het me wel moeite, maar vooral wegens de mensen die je om je heen hebt. Sommige medewerkers van de Kamer werken er al net zo lang als ik daar ben. Niet de Kamerleden, maar de bodes, sommige fractiemedewerkers, griffiers, Trees in het restaurant. Dat is toch een vertrouwde omgeving. Wouter Bos reageerde precies, zoals je zou moeten reageren: `Natuurlijk moet je het doen, jij moet beslissen wat jij moet doen.' En aan de andere kant met de gepaste woorden: `Ik kan je eigenlijk niet missen, maar toch. Je hebt zo vaak gekozen voor de partij, kies nu wat je zelf wilt.'''

Voelt dit als afscheid van de actieve politiek of is het een nieuw begin?

,,Absoluut een nieuw begin. Ik klink nu vast ook weer te enthousiast, dat weet ik. Zo van: ze heeft die beslissing genomen en nu gaat ze daar voor zichzelf heel vrolijk mee om. Ik was in de fractie de laatste jaren heel erg met begeleiding bezig, PvdA-standpunten naar buiten brengen, mensen helpen. Ik had niet het gevoel dat ik zelf nog veel eigen verantwoordelijkheid voor de politieke inhoud had.''

Van Nieuwenhoven komt uit een arbeidersgezin uit het Friese Noordwolde, gemeente Weststellingerwerf. Haar ouders hadden niet gestudeerd, vader had alleen lagere school gehad, maar was toch een hartstochtelijk lezer. Dat heeft Van Nieuwenhoven van hem overgenomen. Haar ouders waren geen lid van een politieke partij, maar thuis draaide alles wel om de VARA en de Arbeiderspers. Van Nieuwenhoven bezocht de plaatselijke mulo, maar wilde eigenlijk naar het gymnasium. ,,Mijn ouders waren niet rijk genoeg om een kind op eigen kosten te laten studeren; ik was zestien en wist niet dat er beurzen waren en hun werd het niet verteld. Dat heeft me wel gevormd. Een van mijn ooms, die ik erg graag mocht, zei tegen mijn vader: `Ach, wat maak je je nou druk, het is een meisje, die trouwt toch.' Dat heeft mijn verdere leven wel bepaald, dat er verschil gemaakt wordt tussen jongens en meisjes.''

Van Nieuwenhoven volgde een opleiding tot bibliothecaresse en trouwde op haar 23ste met een diergeneeskundestudent uit Utrecht, met wie ze later in Abcoude ging wonen. Daar, en later in Vinkeveen, werd ze actief in de politiek. ,,Ik ben in 1970 lid geworden van de PvdA, dankzij een Utrechtse PvdA-wethouder die onderwijs deed. Hij deed het zo goed dat ik besloot lid te worden van de partij. Later, na mijn echtscheiding, ben ik naar Amsterdam verhuisd, daar was ik al lid van de Rooie Vrouwenwerkgroep. De PvdA had een heel gewestelijke kandidaatstelling. Amsterdam had een eigen gewest. Tijdens een van die vergaderingen zei iemand: waarom word jij eigenlijk geen Kamerlid? Ze zeiden: je kunt dat altijd zo goed verwoorden. En toen bedacht ik: ja, dat wil ik eigenlijk wel.''

U heeft zich altijd bezig gehouden met het lot van de vrouw.

,,Ik ben een sociaal-democraat, lid van de PvdA, maar binnen dat werk heb ik altijd aandacht aan vrouwen gegeven. Wetgeving beter toesnijden op het functioneren van vrouwen. Ik ben vanaf dag één dat ik actief werd, bezig geweest met kinderopvang en met de Wet gelijke behandeling.''

In uw afscheidsspeech deze week zei u: pas op dat de invoering van een districtenstelsel niet slecht uitpakt voor het aantal vrouwen in de politiek. Waar komt die angst vandaan?

,,Kijk maar naar landen die een ver doorgevoerd districtenstelsel hebben, Amerika en Groot-Brittannië. Daar zitten ontzettend weinig vrouwen in het parlement. Ik ben in de Kamer gekomen omdat het gewest Amsterdam vond dat dat moest, niet de landelijke partij. Een gemengd stelsel zoals in Duitsland, met districten en een representatieve vertegenwoordiging, daar ben ik voor. Ik ben eigenwijs, maar ik denk dat er veel districten in Nederland zijn die mij best wel zouden willen kiezen, dus persoonlijk ben ik er niet zo bang voor. Maar ik denk dat heel veel van mijn vrouwelijke collega's het af zouden leggen tegen de mannen.''

Waarom denkt u dat?

,,Je moet ineens voor jezelf campagne gaan voeren. Vrouwen zijn altijd maatschappelijker, coöperatiever dan mannen. In het politieke handwerk zijn vrouwen sneller geneigd het gemeenschappelijke naar voren te halen in plaats van het individuele. Dat heb ik niet verzonnen, zo is dat nu eenmaal. En dus delven ze sneller het onderspit.''

Heeft u dan in al die jaren niet bereikt wat u wilde toen u de politiek in ging: een gelijke behandeling van mannen en vrouwen?

,,Voor een heel groot deel wel. In die 23 jaar dat ik in de Kamer zit is er aan gelijke behandeling heel veel gebeurd. Maar vrouwen krijgen nog steeds 12 tot 16 procent minder per uur betaald voor hetzelfde werk. Dat is toch heel raar voor een land als Nederland.''

U dacht niet: hoe komt het dat ik op mijn laatste dag in de Kamer nog steeds moet waarschuwen dat we de positie van vrouwen in de gaten houden?

,,Ik dacht: hoe kán het nou toch dat ik dat vandaag nog op moet schrijven? Hoe kán het dat de Kamer denkt dat zo'n districtenstelsel goed zou zijn? Blijkbaar denken ze nog niet na over man-vrouwverhoudingen.''

Wat boeit u het meest in de politiek?

,,Ik probeer altijd iets te doen waar mensen echt iets aan hebben. Ik vind het heerlijk om hele lange verhandelingen te houden over de theorie van het socialisme, de sociaal-democratie, de verschillen daartussen en waarom er een recht op luiheid bestaat, maar het moet wel een praktische uitwerking kunnen hebben. Er is een dichter, Jan Emmens, hij was niet zo bekend, maar ik kende hem goed, hij is nu dood, en die schreef:

Een wiel dat draait, ik niet

Ik strompel op twee benen

en noem dat lopen gaan

Sta ik toevallig stil

Dan heet dat het standpunt

Dat ik inneem

Dat zeg ik ook tegen nieuwe Kamerleden: zo kijken mensen van buiten af naar de politiek. Die zien niet altijd dat jij beredeneerd een standpunt inneemt, alleen de momentopname. Maar het waarom en hoe je daartoe gekomen bent, eigenlijk gaat politiek daarover. Ik was geen aanhanger van Fortuyn, van zijn denkbeelden als zodanig. Maar hij heeft ons één ding geleerd. Bij de politiek in het algemeen is er veel te veel ingeslopen dat we besluiten nemen zonder te laten zien hoe we daartoe gekomen zijn. Fortuyn heeft iedereen er met de neus bovenop gedrukt dat dat niet de manier was om politiek te bedrijven. Dat is gewoon goed geweest.''

Bent u vergroeid geraakt met het Binnenhof?

,,Ja, zeker. Ik heb weleens gezegd dat het moeite kost om onder de kaasstolp vandaan te kruipen. Ik was niet echt op zoek naar wat nieuws, zat niet chagrijnig op mijn werk. Maar misschien was het wel te veel. Ik kan een stapel post meenemen en naar een debat gaan zitten kijken, in een tussenuur tussen twee vergaderingen of afspraken in. Maar ik ben nooit met mijn werk getrouwd geweest, daarvoor ben ik een veel te grote lezer en ben ik te veel met andere dingen bezig. Ik denk dat het meer is dat mijn collega's het zo vertrouwd vinden mij in de Kamer te zien rondlopen. Dat zij denken dat het mijn natuurlijke habitat is. Maar dat is het absoluut niet en dat is het nooit geweest ook.''

Partijgenoten van u zeggen dat het feit dat u zo vergroeid bent geraakt met de Kamer deels veroorzaakt wordt doordat u alleen bent.

,,Ja, dat beeld bestaat, ja. Maar hun probleem is dat zij niet weten dat ik heel goed alleen kan zijn. Ik heb sinds ik kan lezen een boek altijd een heel goed gezelschap gevonden. Dat klinkt altijd wat zielig. Dan denken mensen: dan zit ze daar op de bank met haar boek. Maar dat is niet waar. De twee mannen in mijn leven hielden ook heel veel van lezen. Met z'n tweeën op de bank, met twee boeken, is leuker, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar alleen met een boek is ook leuk. Het beeld dat je oproept door weduwe te zijn, het woord alleen al is meelijwekkend, daardoor denken mensen: `Ze heeft tenminste nog de Tweede Kamer.' Maar ik eet bijna nooit in het Kamerrestaurant. Ik heb andere afspraken, of ik eet thuis, ik hou namelijk ontzettend van koken. Toen ik Kamervoorzitter was, ging ik in de dinerpauze heel vaak naar huis, de krant lezen, een borreltje drinken, een hapje maken en om acht uur was ik er weer. Er zal altijd iets omheen blijven hangen dat dat een beetje zielig is, maar ik heb dat gevoel niet. Ik heb zoveel vrienden en vriendinnen, ik moet me er af en toe zelfs toe zetten om afspraken te maken.''

Heeft het overlijden van uw tweede man, nu zo'n vijftien jaar geleden, uw politieke leven beïnvloed?

,,Ja, na het overlijden van Bob (Bob Groen, voormalig parlementair verslaggever van de Volkskrant, red.) had ik veel meer relativeringsvermogen. Hij had dat altijd al en ik had me daar tot zijn overlijden altijd stevig tegen verzet. Dat kan ik nu beter. Winnen we het vandaag niet, dan doen we het morgen nog een keer. Verliezen werd acceptabeler, omdat ik privé de betrekkelijkheid van het leven had ingezien. En ik ben heel anders gaan denken over euthanasie. Bob had kanker, en sommigen zullen zeggen dat hij aan de ziekte is overleden, anderen dat hij aan de pijnbestrijding is overleden. Daar heb ik van geleerd, ook door erover te praten en erover te lezen. De wil tot leven is veel sterker dan de wil tot de dood. De discussie in Nederland over euthanasie is eigenlijk een afgeleide van de vraag hoe je mensen zo goed mogelijk door een ziekte heen kunt helpen. Een ziekte als kanker leidt tot de dood, maar dat is niet de discussie: iemand wil graag dood. Mensen die zeggen dat de discussie over abortus en euthanasie eigenlijk dezelfde discussies zijn, die kan ik wel slaan. Die hebben niets met elkaar te maken. Ik vind de euthanasiewet veel minder belangrijk geworden, het gaat meer om het voorkomen van lijden.''

Hebben fractieleden u altijd als een gegeven beschouwd binnen de partij?

,,Ik ben nooit zo bedreigend geweest, voor niemand. Ik vond het altijd belangrijker dat de PvdA een goed standpunt had dan dat het om mij persoonlijk ging. Het aantal moties en amendementen dat ik voor anderen heb gemaakt is ontelbaar, daar ben ik trots op. Ik was ook nooit op zoek naar hogere functies, binnen of buiten de fractie. Dat werd wel gewaardeerd.''

U bent wel in de race geweest voor het fractievoorzitterschap.

,,Toen Ad Melkert wegviel in 2002, kon ik niet anders dan de kar gaan trekken. Toen Wouter Bos na een enige campagnetijd de strijd om het partijleiderschap won, heb ik me daarna vrij dienstbaar opgesteld en ben ik vice-fractievoorzitter geworden. Dat zal wel weer `vrouwen eigen' gevonden worden. Het was niet zozeer mijn eigen keus als een keus die voor de hand lag en waar ik ingesprongen ben, zowel in 2002 als 2003. Ik heb de echt inhoudelijke debatten misschien wel gemist, daar kom je als vice-fractievoorzitter niet meer aan toe, maar niet zodanig dat ik erover ben gaan klagen.''

U zegt: misschien wel gemist. Dat weet u toch?

,,Als dingen zijn zoals ze zijn, dan ga ik me daar niet tegen verzetten. Dat heb ik mijn hele leven al. Mijn moeder zei altijd al: onze Jeltje heeft maar één boek en dat heet: Jeltje kan het zelf. Ik neem het zoals het op me af komt. En ik pas mijn eigen handelen daarop aan. Na januari 2003, toen we aan het formeren waren met het CDA, had het best gekund dat ik minister geworden was. Maar ik ben niet iemand die daar nou gefrustreerd over raakt, die dat jammer vindt. Mensen zeggen dat wel eens dat ik daardoor verloren rondliep.''

Hoe komt het dan, dat mensen dat denken over u?

,,De perceptie is dat Kamerlid niet genoeg kán zijn voor iemand, je wilt staatssecretaris worden, of minister, of burgemeester, je wilt altijd iets worden. Maar ik wilde helemaal niets worden, ik wilde gewoon een goed Kamerlid zijn. En toen werd ik ook nog Kamervoorzitter, dat was het einde! Dat wilde ik wel worden, hoewel ik ook niet wist of ik dat kon. Maar het paste me, ik kon dat. En dat gevoel heb ik nu weer, nu ik naar de provincie ga: ik kan dat.''

Sommige van uw partijgenoten zeggen: ik snap niet dat ze naar de provincie gaat, ze had zo ergens burgemeester kunnen worden.

,,Mensen hebben mij de afgelopen jaren heus wel eens gevraagd om ergens burgemeester te worden, maar dat wilde ik niet. Deels omdat ik alleen ben, en je dus ook overal alleen naartoe moet, en je alleen maar functionele contacten krijgt. Daar heb ik nooit zoveel in gezien. En ik hoef nu ook niet te verhuizen, dat vind ik ook een voordeel. Ik heb een prachtig appartement in het centrum van Den Haag. En ik ben ook liever gedeputeerde dan burgemeester van Den Haag, met excuses voor Wim Deetman.''

Wat is het mooiste dat u heeft nagelaten, waar bent u trots op?

,,Moeilijk, nooit over nagedacht. Ik heb er hard aan getrokken om het onderzoeks- en verificatiebureau van de Tweede Kamer op te richten. Als je als Kamer meer macht wilt hebben tegenover het kabinet, moet je dat echt zelf organiseren. Eduard Bomhoff heeft me op het idee gebracht en me in contact gebracht met de directeur van het Amerikaanse Congressional Budget Office. Het is nog lang niet onafhankelijk genoeg nu, dat Nederlandse onderzoeksbureau, er zouden econometristen aangenomen moeten worden met een brede belangstelling: niet bang voor cijfers, en in staat te vertalen wat er met die cijfers maatschappelijk kan gebeuren.''

Opmerkelijk dat u een ambtelijk bureau noemt als grootste nalatenschap.

,,Ik vind het niet zo ambtelijk, hoor. Meestal zeg ik de kinderopvang en de Wet gelijke behandeling, maar daar hadden we het al over gehad. Maar het is van dezelfde orde van grootte.''

Heeft de revolte van 2002 iets wezenlijk veranderd aan de politiek? Er zijn zoveel nieuwe Kamerleden bijgekomen.

,,Ik moet er wel verschrikkelijk om lachen. De huidige generatie Kamerleden heeft vaak weinig oog voor hoe we het gedaan hebben, en kijkt meer vooruit, hoe ze het willen doen. Dat vind ik eigenlijk wel goed. Eerst denk je: kan dat wel? En na twee minuten denk ik: ja, het kan anders, laten we het dan ook maar anders doen. Maar het is wel lastig, dat grote aantal nieuwelingen. Het kost veel tijd omdat mensen de procedures niet kennen. Daar heeft Frans Weisglas, mijn opvolger als Kamervoorzitter, ook wel moeite mee.''

U heeft generaties politici zien komen en gaan. Is de heimwee naar vroeger nu groter dan in, zeg, 1982?

,,Ook toen al keek men met weemoed terug op de oudere garde. Er was wel veel meer hiërarchie toen, die is nu helemaal weg. Nu is er anarchie. Mensen komen de Kamer binnen en zijn gelijk de beste woordvoerder op elk terrein. Daar moet ik wel eens om lachen.''

Is dat erg?

,,Nee, dat vind ik niet, je ontdekt er ook natuurtalenten mee, ook bij ons in de fractie.''

Maar die nieuwe politiek, die ook binnen de PvdA belangrijk is geworden, heeft dat de manier van politiek bedrijven veranderd?

,,Eigenlijk niet zozeer, althans, niet door de komst van de LPF.''

Heeft het voor de PvdA veel veranderd?

,,Ja, we zijn veel meer de straat op aan het gaan, als collectief, en we doen nu aan fact-finding over de zaken waar het voor de mensen op straat om gaat. Dat levert heel veel complimenten op, dat is heel goed. Ik heb dat altijd wel geprobeerd, dat contact met de straat en de afdelingen, dat draagvlak behouden. Maar het is wel voor het eerst in de 23 jaar dat ik in de Kamer zit dat de hele fractie dat als een collectief doel ziet.''