Wethouders Rotterdam blijven zitten

Het financiële schandaal bij het Rotterdamse Havenbedrijf dat de gemeente Rotterdam mogelijk een strop van 110 miljoen euro oplevert, blijft voorlopig zonder politieke gevolgen.

Aan het einde van een raadsdebat dat tot half twee vannacht duurde, bleek er geen meerderheid te vinden voor het houden van een enquête. Ook een motie van wantrouwen tegen de verantwoordelijke wethouders Van Sluis (Haven, Leefbaar Rotterdam) en Janssens (Financiën, VVD) haalde het niet.

Coalitiepartijen Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD menen dat het houden van een enquête het belang van de stad schaadt. Volgens hen heeft een in opdracht van het college door CDA-senator Lemstra verricht onderzoek voldoende duidelijk gemaakt dat voormalig directeur W. Scholten van het Havenbedrijf op eigen houtje bankgaranties verstrekte aan defensiebedrijven van J. van den Nieuwenhuyzen.

Fractieleider R. Sørensen van Leefbaar Rotterdam stelde dat de stad met het houden van een enquête ,,ten behoeve van politiek gewin van de oppositie'' het risico liep dit geld te verspelen: advocaten van banken zouden hun voordeel kunnen doen met de uitkomsten van de enquête. Sørensen: ,,Stel dat er nog één of twee geruchten worden ontrafeld, is ons dat dan die schade voor de stad waard?'' Het CDA voegde hieraan toe dat het houden van een enquête ,,het zoeken naar nieuwe directeuren voor het Havenbedrijf ernstig zal bemoeilijken''.

De oppositiepartijen wezen erop dat een `second opinion' van de Rotterdamse Rekenkamer heeft aangetoond dat in het Lemstra-onderzoek hiaten zitten. Zij wilden een enquête omdat zij het de taak van een gemeenteraad achten het bestuur te controleren. PvdA-fractieleider B. Cremers: ,,De grootste schade die wij de stad aan kunnen doen, is dat we ons werk niet doen. Ons werk is: het bestuur controleren. Een ongecontroleerd bestuur kan tot nog veel meer uitglijers leiden.'' Hij vond het ,,vreemd'' dat de coalitiepartijen ,,denken procedures te winnen door informatie achter te houden''.

Ook over de politieke verantwoordelijkheid van de wethouders verschilden coalitie en oppositie van mening. Volgens de coalitie wisten de wethouders van niets en zijn zij dus niet verantwoordelijk. De oppositie stelde dat de wethouders in hun controlerende taak tekort zijn geschoten.

achtergrond: pagina 12