Weinig tegenstand Kamer bij hervorming zorg

Minister Hoogervorst en staatssecretaris Ross boekten deze week in de Kamer een gemakkelijke overwinning bij de hervorming van de zorg.

Vooraf verwachtten haar adviseurs veel tegenstand in de Tweede Kamer, maar net als minister Hoogervorst (Volksgezondheid) bleef ook staatssecretaris Ross (Welzijn) deze week eenvoudig overeind tijdens de behandeling van de zorgbegroting. Zo was er gerekend op attent weerwerk van de oppositie als, onvermijdelijk, de nieuwe Wet maatschappelijk ondersteuning (WMO) ter sprake zou komen.

De oppositie sprak aanvankelijk dreigende woorden. Maar de PvdA hoorde net als de LPF tot de ondertekenaars van de motie waarin wordt ingestemd met de WMO. Dat die motie, een initiatief van de regeringspartijen, bovendien vastlegt dat de wet in stappen wordt ingevoerd was vooraf al met Ross besproken.

Zo boekte Ross een belangrijke overwinning in het `moeilijke dossier', want met de invoering van de WMO wordt immers gebroken met de `verworven rechten'. Het gaat er in dit geval om dat onder meer huishoudelijke hulp en verzorging straks niet meer voor de rechter kunnen worden opgeëist. Het is de bedoeling dat deze voorzieningen, die nu nog deel uitmaken van het verzekeringspakket dat onder het regime van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) valt, tot de gemeentelijke taken gaan behoren. Tegen de maatregel lopen patiëntenorganisaties en gemeenten te hoop. De patiënten doen dat omdat het `recht op' wordt geschrapt, de gemeenten omdat ze vrezen dat ze voor deze taak niet voldoende geld krijgen.

De overheveling maakt deel uit van het pakket maatregelen om de AWBZ af te slanken. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunt Hoogervorst en Ross bij hun pogingen om deze volksverzekering betaalbaar te houden. Dit gebeurt onder meer door het verzekeringspakket `op te schonen'. Zo gaat de kortdurende, op genezing gerichte geestelijke gezondheidszorg over van de AWBZ naar het basispakket van de toekomstige basisverzekering.

Hoogervorst en Ross hadden er voor gezorgd dat ze het deze week in de Kamer eenvoudig hadden. Met zowel ziekenhuizen als met de inrichtingen, thuiszorg en verpleeg- en verzorgingshuizen hadden ze in afgelopen weken convenanten gesloten. Daarin is in grote lijnen vastgelegd dat meer en beter wordt gewerkt in ruil voor de zekerheid dat zij de komende jaren op het huidige budget kunnen rekenen.

Deze aanpak leverde de bewindslieden het verwijt op dat zij de instellingen het `mes op de keel hadden gezet' om ze te laten meewerken. Tegelijk hekelde het Kamerlid Heemskerk (PvdA) `het luie en gemakzuchtige' karakter van de convenanten. De ziekenhuizen zouden veel meer doelmatigheidswinst kunnen boeken, zoals eerder door adviseurs was aangegeven, dan in de afspraak is vastgelegd. ,,U koopt rust met het veld omdat u die nodig heeft voor de stelselwijziging'', aldus Heemskerk. Een constatering die Hoogervorst deed grijnzen.

Tijdens het debat bleek dat binnen de verschillende fracties niet meer met één mond wordt gesproken. Zo pleitte de ene PvdA-woordvoerder, Arib, voor het weer in het ziekenfondspakket opnemen van `de pil' (kosten 8 euro per maand) en paracetomol (45 cent per doosje), terwijl de andere (Heemskerk) de minister voorhield nu eindelijk eens `de trechter van Dunning' te gaan hanteren om te bepalen wat wel en wat niet in dat pakket hoort. Met `de trechter van Dunning' wordt onder meer nagegaan of een voorziening of middel werkzaam en effectief is en of de kosten ervan voor eigen rekening kunnen komen. Volgens de minister is dat een uiterst moeilijke operatie. Hij gaat er vooralsnog van uit dat het pakket bij de nieuwe basisverzekering (waarmee deze week opnieuw een ruime meerderheid instemde) ongeveer dat van het ziekenfonds zal zijn.

Ook bij de VVD werd niet met één mond gesproken. Terwijl het Kamerlid Schippers pleitte voor veel minder directe bemoeienis van de overheid bij de zorg, wilde haar fractiegenote Van Miltenburg dat diezelfde overheid precies vastlegt aan welke kwaliteitsnormen bijvoorbeeld verpleeghuishulp moet voldoen.