Verliefd op veroveren

Met zijn soepele en lyrische stem belooft Joseph Calleja een van de zeer grote tenoren te worden. Deze maand is hij de hertog in `Rigoletto' bij de Nederlandse Opera.

Je zou hem in de stad zo voorbijlopen. 's Nachts zelfs het liefst een beetje snel. Met zijn stevige postuur, gemillimeterde haar, driedagenbaard en gouden ketting lijkt tenor Joseph Calleja nog het meest op een jonge maffioso. Althans, in het boekje van zijn extreem succesvolle debuut-cd Tenor Arias. Zijn stem klinkt precies tegenovergesteld. Wie even de ogen sluit bij Calleja's lichte, slanke vibrato – en die neiging is sterk – waant zich terug in de gouden dagen van Italiaanse tenoridolen als Caruso, Schipa of Gigli.

Maar Calleja is generaties jonger, en werd bovendien geboren op Malta. ,,Tamelijk ver verwijderd van Italië, al heeft Malta wel een mooi operahuis en nemen ook wij familie en theater zeer serieus. Uiteindelijk maakt het ook weinig uit waar je opgroeit. Als puber luisterde ik toch liever naar Iron Maiden.''

Al is hij pas 26 en laat de fysieke bloeitijd van zijn stem nog een decennium op zich wachten, alles wijst erop dat Joseph Calleja een van de zeer grote lyrische tenoren zal worden – zo hij dat niet al is. Deze maand maakt hij bij de Nederlandse Opera zijn Amsterdamse debuut als de bronstig brute Hertog van Mantua in de reeks voorstellingen van Rigoletto onder regie van Monique Wagemakers. Diezelfde rol zong hij ook al bij prestigieuze operahuizen als de Deutsche Oper in Berlijn, de Weense Staatsopera en de Royal Opera aan Covent Garden in Londen.

Veel minder bekend is dat Calleja in de luwte al tweemaal eerder in Nederland te beluisteren was. Hij was understudy-Hertog bij de met tegenslagen omgeven openluchtproductie van Rigoletto aan de Maas (2001) en maakte hier in 1997 als negentienjarige zelfs zijn Europese debuut in een weinig succesvolle productie van Donizetti's Maria Stuarda bij de Reisopera. ,,Als beginnend zanger was een paar maanden Enschede goed vol te houden'', zegt hij. ,,Ik waardeerde het dat de Reisopera het aandurfde mij, als een totale beginner, een kans te geven. Typisch Hollands-pragmatisch. Waarom zou je een jonge vent zich niet gewoon laten bewijzen?''

Voor de eerste Rigoletto-repetitie op het podium van het Muziektheater staat het mannenkoor van de Nederlandse Opera opgesteld als een indrukwekkende, gesloten falanx. Regisseuse Monique Wagemakers instrueert de groep oplettend, beweging voor beweging. ,,Sluit je mond pas als je arm omhoog is. En waarom zijn er geen kaarsen? Rekwisieten, ik wil kaarsen voor het koor. Nu!''

Abstract

,,De enscenering van Wagemakers is in verhouding tot mijn andere Rigoletto-ervaringen tamelijk abstract'', zegt Calleja na afloop. ,,Maar ze respecteert het libretto; alles klopt als een bus. De meest extreme Rigoletto waaraan ik tot nu toe heb meegewerkt was een productie van de Welsh National Opera, met een natuurgetrouwe reproductie van The Oval Office als basisdecor. Ik was John F. Kennedy. Het was grappig, maar leidde ontzettend af van de handeling.''

Calleja heeft een bijzondere voorkeur voor de rol van de hertog in Rigoletto, vertelt hij. ,,Hij lijkt een ééndimensionale vrouwenversierder, maar is een complex figuur. Natuurlijk is het een onbetrouwbare smeerlap, maar zijn voortdurende verliefdheden zijn oprecht. Alleen verdwijnen die steeds twee minuten nadat de liefde is geconsumeerd, waarna hij zich in het volgende amoureuze project vastbijt. Eigenlijk is de hertog eerder verliefd op het veroveren dan op zijn veroveringen. Maar zelf ziet hij dat niet in.''

Juist die oprechtheid maakt de hertog toch weer aantrekkelijk, vindt Calleja. ,,De dames in Rigoletto blijven voor hem vallen, en ik eigenlijk ook. Met een goede rol ga je als zanger een soort relatie aan. Een interessant personage verveelt me nooit, hoe vaak ik de rol ook zing. Het is als een huwelijk. Doordat je zelf voortdurend verandert, ontdek je ook steeds nieuwe facetten aan de ander. Dat is het mooie van de liefde, en dat is ook het mooie van kunst.''

In Wagemakers' enscenering vormt de hertog (Calleja) letterlijk het middelpunt van de openingsscène. Het is nog maar een repetitie, dus Calleja zingt zijn aria Questa o quella op een kwart van zijn ware stemkracht. Toch hoor je al de typische kwaliteiten van een echte belcantostem. In het snelle, broze vibrato, het mezzavoce, de diminuendi op de hoge noten.

,,Verdi heeft de hertog eigenlijk drie stemmen gegeven'', zegt Calleja. ,,Ik zing afwisselend licht-lyrisch, lyrisch en zelfs lirico spinto, ofwel met meer kracht en dramatiek. Dat maakt dit tot een veeleisende rol, maar dat vind ik alleen maar leuk. Alfredo in Verdi's La traviata is veel minder zwaar, maar ik zing liever de hertog.''

Gedurende zijn Amsterdamse verblijf woont Calleja niet in een gastenappartement onder de rook van het Muziektheater, zoals gebruikelijk is, maar in de Concertgebouwbuurt. Per fiets verplaatst hij zich dagelijks van huis naar het theater en vice versa. `Thuis' wachten zijn kersverse dochtertje en echtgenote (`Helaas ook een operazangeres'). ,,En gedurende ongeveer een week lijken we hier dan net een normaal gezinnetje'', zegt Calleja. ,,Maar dat is schijn. Als ik me dramatisch mag uitdrukken; mijn leven is gebouwd op offers. Ik sport, ik eet gezond, drink niet, rook niet, praat niet – althans, niet wanneer ik 's avonds moet zingen – en ga op tijd naar bed. Voor een 26-jarige is dat een bizar monnikenbestaan. Alleen in de vakantie leef ik normaal.''

Zijn liefde voor opera begon bij de film The Great Caruso met tenor Mario Lanza. Calleja was dertien, en begon zijn vader te vermaken met natuurgetrouwe Lanza-imitaties. Het nazingen werd vervolgens een soort hobby. ,,Dan zei mijn vader: `Doe eens Pavarotti!' Dus dat deed ik, en het lukte ook, althans gedurende twee minuten. Maar daarna was ik twee dagen mijn stem kwijt.''

Zangles

Calleja kwam voor zangles terecht bij zijn eilandgenoot Paul Asciak, nu 82, in de jaren vijftig een beroemd tenor. ,,Bij Asciak realiseerde ik me na een paar lessen dat ik ook echt serieus met zingen bezig zou kunnen zijn. Ik kan me nu geen ander beroep meer voorstellen, maar zingen begon echt als een hobby. Ik zong als kind voortdurend, maar gewoon, voor me uit. Geen opera-aria's. Het idee!''

Zijn eerste cd Tenor Arias bevat alle grote aria's uit, onder meer, Rigoletto. Calleja's uitvoering van Parmi veder le lagrime stemt bijna nostalgisch, zo onvervalst klinken de belcantotechnieken. ,,Mijn leraar heeft daar sterk op gehamerd'', erkent hij. ,,In het begin mocht ik alleen klinkers zingen. Daarna zei hij: `Zwaar en luid zingen kan iedereen'. Ik moest dus vooral zacht zingen, en daarin dan toch heldere en gelijkmatige crescendi en decrescendi realiseren. Als je dat niet meteen leert, lukt het later nooit meer. Ik heb in die tijd ook verplicht veel geluisterd naar oude tenoren als Jussi Björling, Franco Corelli en noem ze allemaal maar op. Zij representeerden het echte belcantogeluid. Het waren heldenstemmen in staat tot zoetheid. Ik denk dat zo'n geluid mensen aantrekt, altijd.''

Calleja erkent dat `de echte belcantostem' desondanks een uitstervende soort lijkt. ,,Er zijn nog maar weinig leraren die aandacht hebben voor de oude belcantotechnieken'', verklaart hij. ,,Die worden `ouderwets' gevonden. Wat ook meespeelt is dat veel dirigenten willen dat alle tenoren hetzelfde zingen – met een lekker stevig geluid. Daar trappen jonge zangers in, waarna ze zich ook nog eens te snel aan te zware rollen vertillen. Als je De Drie Tenoren buiten beschouwing laat, hielden de echte stertenoren met zangers als Mario Lanza en Richard Tucker in de jaren vijftig op te bestaan.

,,Mijn verklaring is dat de muziekwereld is verhard. Toen de jonge Caruso eens was vergeten dat hij moest zingen en 's avonds stomdronken op het podium stond, werd hem dat gewoon vergeven. Als je op dit moment jong en goed bent, is alle aandacht op je gericht. Faal je, dan is het sprookje meteen uit. Met die prestatiedruk moet je leren omgaan, en dat is lastig. Emoties gaan niet ongemerkt aan stembanden voorbij. Als ik me zorgen maak, hoor je dat onmiskenbaar aan mijn hoge noten.''

Naar alle waarschijnlijkheid zal Calleja's stem de komende jaren sowieso donkerder worden, iets dieper en meer in staat tot drama. ,,Maar je weet het nooit'', lacht hij. ,,Waar ik naar streef, is met mijn stem te acteren zoals Pavarotti dat kon. Ik heb alle grote tenoren beluisterd en kan in detail aangeven wie ik in welk repertoire bewonder. Maar Pavarotti is voor mij een categorie apart. Als ik in de auto zit en ik draai een verzamel-cd met grote tenoren uit heden en verleden, is het steeds Pavarotti bij wie ik voor het eerst een diepe zucht slaak, en me volledig ontspan. De stem van de jonge Pavarotti uit de jaren zestig en zeventig is voor mij als een warme omhelzing van mijn oma. Het is een stem die geen begin en geen einde lijkt te hebben. Pavarotti wil ik horen op mijn sterfbed.''

`Rigoletto' van Guiseppe Verdi door de Nederlandse Opera o.l.v. Daniele Callegari. Alle voorstellingen op 4, 7, 9, 12, 16, 19, 22, 25, 28 en 30/10 in het Muziektheater zijn uitverkocht. Er is een wachtlijst. Inl: 020-6255455. Op de zondagmiddagen 7 en 28/11 signeert Calleja in het Muziektheater zijn cd `Tenor Arias '(Decca 470 648-2) om ca. 16u30. Toegang gratis.