Vaders lopen soms weg

LA PAZ/ COCHABAMBA. Zondagochtend om kwart voor zeven verliet ik Warschau en zondagavond om half twaalf lokale tijd kwam ik aan in La Paz, Bolivia. Vlak voor de tussenlanding op Bonaire had ik nog even gekotst in het vliegtuig.

Het vliegveld van La Paz ligt op ruim vierduizend meter hoogte en heeft één bagageband. Ik had mij voorbereid op de hoogteziekte die mij daar in 1994 velde.

In de aankomsthal verwachtte ik Baby Rat aan te treffen, die van de zomer in mijn appartement de eerste weken van zijn leven had doorgebracht, zijn moeder, zijn vader, zijn oma, maar de enige die ik zag was de moeder van Baby Rat. Zij huilde.

,,Waar is de vader?'' vroeg ik. De hoofdpijn van de hoogteziekte begon op te zetten, maar zo erg als in 1994 was het niet.

,,Die is net weggelopen'', zei ze.

Vaders lopen soms weg. De mijne is nooit weggelopen, maar daar stond tegenover dat hij weinig sprak. Hoe minder je spreekt hoe kleiner de noodzaak weg te lopen.

,,Laten we maar een taxi nemen'', zei ik.

We reden door de krottenwijken van El Alto. Weinig was hier veranderd in tien jaar.

De moeder van Baby Rat zag er vermoeid uit, het leven knaagde aan haar. Het was geen spel meer, wat het wel was viel moeilijk te zeggen.

,,Hij komt wel weer terug'', zei ik.

We namen de lift naar de vierde verdieping van het hotel. Onze kamers lagen naast elkaar.

,,Als je geïnstalleerd bent'', zei ze, ,,kom maar even naar de baby kijken.''

Er viel weinig te installeren.

De kamer naast de mijne was gevuld met spullen, maar in het schaarse licht was moeilijk te zien wat voor spullen. Luiers vermoedde ik, kleren, een koffer, flesjes, papieren, een borstel. Als een volksverhuizing zag het eruit, een familie uit een dorp in de bergen die haar geluk gaat beproeven in de grote stad.

Op de bank zat de oma van Baby Rat. Zij was gehuld in een traditioneel indianengewaad, maar niet om toeristen te behagen, want die waren er niet. In haar armen lag Baby Rat. Een kwartier zat ik naast haar met de baby in mijn armen, hij was groot en hongerig geworden. Wij wachtten, maar er kwam niemand.

Uiteindelijk ging ik terug naar mijn kamer. De volgend dag zou druk worden, een lunch met de ambassadeur, 's avonds een lezing met een Boliviaanse schrijver, tussendoor interviews.

Ik ging op mijn bed zitten. Iemand had mij geattendeerd op de woorden van Tom Hanks: ,,No matter how I struggle and strive, I'll never get out of this world alive.'' Je kon het proberen. Misschien was er een gaatje.

De volgende ochtend vroeg klopte ik op de deur van Baby Rats kamer. De vader bleek diep in de nacht te zijn teruggekeerd. Hij stond zwijgend bij het raam. Ik schudde hem de hand. Zijn lippen bewogen, maar er volgde geen geluid. Hij was gedrongen. Hij droeg een stoffen tas over zijn schouder.

Op de bank zat zijn moeder met de baby. Er was anijsthee gezet. De hotelkamer leek op een camping.

Ik hoorde een kraan druppelen en toen begon Baby Rat te krijsen.

In de kelder van het hotel bevond zich de ontbijtzaal. De oma van Baby Rat, zijn moeder, de baby zelf en ik daalden af naar de kelder. Een lid van de lokale bevolking bakte een omelet voor ons.

Die middag was er een lunch met de Belgische en de Nederlandse ambassadeur. Wij aten eend, op aanraden van Gonneke, cultureel attaché te La Paz. Ze had een restaurant gehad op de Canarische Eilanden, maar na een paar jaar was ze teruggekeerd naar de diplomatieke dienst. Er was iets mis met de Canarische Eilanden. Of met het restaurant.

Naast mij zat meneer De Haan, zijn functie op de ambassade was mij onduidelijk. Hij was lang en mager, zijn vrouw studeerde medicijnen. Hij beweerde een tandem te bezitten en betreurde het dat ik niet wat langer in de stad was, dan had hij mij La Paz laten zien.

De Nederlandse ambassadeur had hiervoor in de Palestijnse gebieden gediend. Wij spraken over gevarentoeslag voor diplomaten. Zo'n toeslag bleek niet te bestaan. Wel kreeg de Nederlandse diplomaat die op een gevaarlijke post diende extra verlofdagen.

De ambassadeur zei dat hij geen polariserend type was. Tijdens het dessert werd de cocaïneproblematiek behandeld.

's Avonds las ik voor met Edmundo Paz Soldán, een Boliviaanse schrijver die tegenwoordig in Sevilla doceerde. Hij had een vrouw uit Californië, een zoon van vier en hij sprak in vriendelijke gemeenplaatsen waarmee niemand het oneens kon zijn.

Na afloop van de lezing waren er bitterballen. Meneer De Haan was er ook. Hij zei: ,,Ik heb om twee jaar verlenging gevraagd, zodat mijn vrouw kan afstuderen.''

De volgende ochtend vloog het gezelschap naar Cochabamba. De vader van Baby Rat had om een plaats in het vliegtuig verzocht, zo ver mogelijk van zijn kind en de moeder van zijn kind vandaan.

In Cochabamba zou het programma van La Paz worden herhaald en daarna zou ik nog op een aantal scholen en universiteiten voorlezen.

Ik logeerde in het tuinhuis van een Nederlandse leerlooier die al veertig jaar in Cochabamba woonde. Ooit was hij honorair consul geweest, maar die functie had hij overgedragen.

Baby Rat en zijn familie woonden in een hutje in Vinto, een voorstad van Cochabamba, waar bijna alleen maar hutten zijn. Veel golfplaat en honden in plaats van sloten.

De lezingen gingen goed, het voorlezen op scholen was dankbaar werk, en op een nacht werd ik om half twee gewekt door de vrouw van de leerlooier. Ze stond aan mijn voeteneind. Ze zei: ,,De vader van Baby Rat staat hier voor de deur, hij heeft zijn pols doorgesneden, hij wil niet naar het ziekenhuis, hij wil niks, hij wil alleen maar dood. Hij zegt dat ze bij hem is weggelopen en hij is zo dronken dat hij nauwelijks meer op zijn benen kan staan.''

Toen verdween de vrouw van de leerlooier weer, maar ik kon de slaap niet meer vatten en kleedde me aan.

In de keuken stond de leerlooier. Hij zei: ,,Ik probeerde hem een taxi in te duwen, maar hij is sterk. Hij zei dat hij de moeder en de baby ging vermoorden en daarna zichzelf. Ik denk dat ik hem maar even ga zoeken. Ik heb de politie al gebeld, maar die hebben geen wagens vrij.''

Er zaten verscheidene bloedvlekken op het hemd van de leerlooier.

,,Ik heb haar geprobeerd te bellen'', zei hij, ,,maar ze neemt niet op. Ik denk dat haar mobiele uitstaat of de batterij is op.''

Vijf minuten later liepen de leerlooier en ik door de straten van Cochabamba op zoek naar de vader van Baby Rat.

We raakten het bloedspoor kwijt. Of ik dit nog prettig vond wist ik niet. Ik heb veel tolerantie voor alternatieve vormen van geluk, maar dit was geen alternatieve vorm meer. Na een halfuur zei de leerlooier: ,,Daar zit hij, op die vuilnisbak.'' We liepen er langzaam heen. Een man met een mes is een man met een mes. Maar het was een bewaker die in slaap was gevallen.

We zochten nog een halfuur verder, keken in de half drooggevallen rivier en keerden toen weer naar huis terug.

De vrouw van de leerlooier deed open. ,,Hij is inmiddels hier'', zei ze. ,,De meid en ik zijn hem in de keuken aan het verbinden. Het is een diepe snee, maar er is geen land met hem te bezeilen.''

,,Ga jij maar naar je tuinhuis'', zei de leerlooier, ,,en doe de ramen en deuren dicht, want je weet het nooit.''

Zo zat ik opgesloten in mijn tuinhuis. Het was vrijdagochtend half vijf lokale tijd. Over een uur of zeven zou bekend worden wie de AKO-prijs had gewonnen, maar dat kon me even niet meer boeien.

Wordt vervolgd