Uitdeuken Toyota Corolla is een simpel klusje

Afghanistan krabbelt langzaam overeind, maar nog lang niet alles loopt op rolletjes. Een auto uitdeuken is bijvoorbeeld nog wat anders dan het onderhouden van een vliegtuig. Vlucht 705 naar Frankfurt zou om 9.00 uur vertrekken. Een groot krat met gebruikte vliegtuigbanden is als eerste in de bagageruimte geladen. Na anderhalf uur staat het toestel van de Afghaanse luchtvaartmaatschappij Ariana nog steeds stil op het vliegveld van Kabul.

,,We wachten nog even op toestemming van Frankfurt om te vertrekken'', meldt de gezagvoerder vanuit de cockpit. Als de stewards beginnen met het uitdelen van het ontbijt, wordt duidelijk dat die toestemming nog wel even zal uitblijven. De vliegtrap blijft staan en groepjes mannen klimmen er voortdurend op en af, grapjes makend met het cabinepersoneel.

Na ruim drie uur wachten worden de vliegtuigdeuren dan toch gesloten en wordt koers gezet naar de eerstvolgende bestemming. Dat is Baku, de hoofdstad van Azerbajdzjan. In die oliestaat is brandstof goedkoop. Dat een noodlijdende maatschappij als Ariana, drie jaar geleden verblijd met de gift van enkele door Air India afgeschreven Airbussen, daar een tussenstop maakt om te tanken, is alleszins begrijpelijk.

Maar daarna gaat het toch de verkeerde kant op, althans niet naar Frankfurt. Aan het eind van de middag meldt de gezagvoerder dat de landing op de luchthaven van Istanbul wordt ingezet en hij dankt de passagiers voor het vliegen met Ariana. De resterende afstand naar Frankfurt zal, na een oponthoud van bijna vier uur, worden overbrugd met een inderhaast gecharterd toestel van een Turkse maatschappij.

Een meereizende functionaris onthult wat er aan de hand is. De luchtvaartautoriteiten in Frankfurt hebben Ariana verboden daar te landen omdat de Airbus niet aan de veiligheidsvoorschriften voldoet. Recentelijk waren er ook al problemen geweest, iets met een van de motoren. Toen was de Afghanen voor de laatste keer te verstaan gegeven hun onderhoudsverplichtingen na te komen. In Kabul had zelfs de Afghaanse onderminister van Luchtvaart vanuit de cockpit nog geprobeerd de Duitse autoriteiten over te halen nog één keer de hand over het hart te halen, maar tevergeefs.

Daarom komen de passagiers van vlucht 705 even na middernacht met een vertraging van ruim acht uur aan op de internationale luchthaven van Frankfurt. Dat is bijna twee keer zo lang als de broertjes Mazhar (20) en Sawar-u-Din (18) de dag ervoor nodig hadden om de Toyota Corolla van Jabar van voren en van achteren uit te deuken, en van een nieuwe bumper te voorzien.

Jabar is een goede chauffeur die zijn wagen soepeltjes door het almaar drukker wordende stadsverkeer van Kabul loodst. Maar hij heeft zijn lot niet in eigen hand: de meesten van zijn medeweggebruikers trekken zich weinig aan van verkeersregels en velen hebben zelfs geen rijbewijs, moppert hij. In Kabul en daarbuiten rijden gele taxi's en personenauto's met zowel het stuur rechts als met het stuur links, wat het inhalen er niet overzichtelijker op maakt.

Iets is er wel verbeterd de afgelopen jaren. Hoofdstedelijke politieagenten doen tegenwoordig oprechte pogingen op rotondes en kruispunten de verkeersstroom in goede banen te leiden. Hier en daar zie je zelfs een bereidwillige agent die schoolkinderen probeert te helpen bij het oversteken. Gloednieuw in het straatbeeld zijn ook de gekleurde politiebusjes: de groene zijn geschonken door Duitsland, die met een rode streep door Japan. Een busje staat naast een drukke rotonde in het centrum van de stad. De politieagent die op de achterbank zit schreeuwt zijn aanwijzingen via een megafoon op het dak naar de passerende automobilisten.

Jabar is op tijd gestopt voor alweer een nieuwe opstopping, maar de berijder achter hem niet. Een kop-staart botsing is het gevolg. ,,Nee, niet verzekerd'', reageert hij op mijn nogal naïeve vraag. Hij blijft kalm, ook als de omstanders hem op het hart drukken niet te veel heisa te maken omdat de jongen die het ongeval heeft veroorzaakt met zijn bestelwagen nu eenmaal ,,een arme jongen'' is. De oplossing is dat ze gezamenlijk naar een herstelwerkplaats rijden aan de andere kant van Kabul.

Daar komen Mazhar en Sawar-u-Din in beeld. Mazhar is een tengere jongen. Hij en zijn broer hurken naast de auto en ze beginnen met een gezicht van `geen probleem' met het afschroeven van de gebutste achterbumper. Ze zullen nieuwe koplampen kopen en met een hamer zullen ze de ergste deuken uit het plaatwerk halen. Over een paar uurtjes, aan het eind van de middag, zal de Toyota Corollo er weer toonbaar uitzien. Voor een schappelijk prijsje: omgerekend iets maar dan honderd dollar.

Jabar brengt de broers na hun werkdag naar huis, nog een heel eind rijden in het donker naar een buitenwijk van Kabul met destijds door de Russen gebouwde flats. Mazhar beaamt volmondig dat veel automobilisten in de stad helemaal niet kunnen rijden. Maar hij reageert verontwaardigd op de suggestie dat dat hem en zijn broer wel goed uitkomt. ,,God is groot en we zijn Hem dankbaar dat we werk hebben. Maar we zijn niet het soort mensen dat hoopt op het ongeluk van anderen.''