Twaalf belangrijke passages uit oude en nieuwe bijbelvertalingen

Spreekt de slang nog, in de nieuwe bijbelvertaling? Zeker. Maar het riet is voortaan geknakt, en niet meer gekrookt. Een selectie van kernpassages uit nieuwe en oude vertalingen.

De Schepping (Genesis 1:1-2)

In het begin schiep God de hemel en de aarde.

De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.

Nieuwe Bijbelvertaling 2004

In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

Statenvertaling 1637

In het begin schiep God de hemel en de aarde.

De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren.

Willibrordvertaling 1995

Sinds het begin is God schepper,–

van de hemelen en de aarde.

De aarde

is woest en vormloos geweest,

met duisternis op het aanschijn

van de oervloed,–

maar adem van God reeds

wervelend over het aanschijn van het water.

Naardense Bijbel 2004

De zondeval

(Genesis 3:16-19)

Tegen de vrouw zei hij: `Je zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen. Tegen de mens zei hij: `Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. Dorens en distels zullen er groeien, toch moet je van zijn gewassen leven. Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.

Nieuwe Bijbelvertaling

Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben. En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens. Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten. In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.

Statenvertaling

Jakob en Esau

(Genesis 25:29-32)

Eens was Jakob aan het koken toen Esau uitgeput thuiskwam van de jacht. `Gauw, geef me wat van dat rode dat je daar kookt, ik ben doodmoe', zei Esau tegen Jakob. (Daarom wordt hij ook wel Edom genoemd.) `Pas als jij me je eerstgeboorterecht verkoopt', antwoordde Jakob. `Man, ik sterf van de honger', zei Esau, `wat moet ik met dat eerstgeboorterecht?'

Nieuwe Bijbelvertaling

En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede. En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom. Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte. En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte?

Statenvertaling

Jobs klacht

(Job 3:24)

Ik heb geen ander voedsel dan verdriet, mijn klachten stromen in een vloed van tranen.

Nieuwe Bijbelvertaling

Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water.

Statenvertaling

Zuchten is dagelijks brood, lijkt het wel, klagen het water dat ik te drinken krijg.

Willibrordvertaling

Ik heb geen ander voedsel dan verdriet, geen andere drank dan mijn tranen.

Groot Nieuws Bijbel 1983/1996

Want voor het aanschijn van mijn brood komt mijn zuchten als waterstromen storten zich uit mijn kreten van smart.

Naardense Bijbel

Prediker 1:2

Lucht en leegte, zegt Prediker,

lucht en leegte, alles is leegte.

Nieuwe Bijbelvertaling

IJl en ijdel, zegt Prediker, ijl en ijdel, alles is ijdel.

Willibrordvertaling

IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.

Statenvertaling

IJdelheid der ijdelheden heeft Verzamelaar gezegd, ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid!

Naardense Bijbel

Geboorte van Jezus

(Lucas 2:7)

En ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

Nieuwe Bijbelvertaling

En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.

Statenvertaling

En ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

Willibrordvertaling

Maria bracht een zoon ter wereld, haar eerste. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak, want er was in de herberg geen plaats voor hen.

Groot Nieuws Bijbel

En zij baart haar eerstgeboren zoon; zij wikkelt hem in doeken en legt hem in een kribbe omdat er voor hen geen plaats is in de herberg.

Naardense Bijbel

David en Batseba

(2 Samuel 11:2-6)

Op een keer stond hij [= David] aan het eind van de middag op van zijn rustbed en liep wat heen en weer over het dak van het paleis. Beneden zag hij een vrouw die aan het baden was. Ze was heel mooi om te zien. Hij liet uitzoeken wie ze was, en men zei hem: `Dat is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van de Hethiet Uria. David liet haar bij zich komen en sliep met haar. (De voorgeschreven periode van onthouding na haar onreinheid was juist verstreken.) Daarna ging ze terug naar huis. Enige tijd later merkte ze dat ze zwanger was. Ze liet dat aan David berichten, waarop David aan Joab opdracht gaf om Uria naar hem toe te sturen.

Nieuwe Bijbelvertaling

En het geschiedt tegen de tijd dat het avond wordt: David staat op van zijn ligbank en gaat wandelen op het dak van 's konings huis; vanaf het dak ziet hij een vrouw die zich wast en die vrouw ziet er zeer goed uit. David zendt iemand uit en laat vragen naar de vrouw; men zegt: is dat niet Batseba, dochter van Eliam, vrouw van Oeria de Chitiet? David zendt boden uit en laat haar meenemen; zo komt zij bij hem en legt hij zich met haar neer,– zij heeft zich net van haar maandelijkse smet geheiligd; dan keert zij terug naar huis. De vrouw wordt zwanger; zij zendt bericht, meldt aan David en zegt: zwanger ben ik! David zendt bericht naar Joab: zend naar mij toe Oeria de Chitiet.

Naardense Bijbel

Onze Vader

(Mattheüs 6:9-13)

Bid daarom als volgt:

Onze Vader in de hemel,

laat uw naam geheiligd worden,

laat uw koninkrijk komen

en uw wil gedaan worden

op aarde zoals in de hemel.

Geef ons vandaag het brood

dat wij nodig hebben.

Vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij hebben vergeven

wie ons iets schuldig was.

En breng ons niet in beproeving,

maar red ons uit de greep van het kwaad.

Nieuwe Bijbelvertaling

Gij dan bidt aldus:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.

Statenvertaling

(nb: de laatste twee zinnen stammen uit een verouderde grondteksteditie en worden in moderne vertalingen weggelaten)

Dus moet gij zó bidden:

Vader over ons in de hemelen,

geheiligd worde uw naam;

kome úw koninkrijk,

geschiede úw wil

als in de hemel ook op de aarde,

ons nodige brood,

geef ons dat vandaag;

en vergeef ons

onze schulden,

zoals ook wij vergeven hebben

wie ons iets schuldig zijn;

en breng ons niet in beproeving,

maar ontruk ons aan wie kwaad wil! –

Naardense Bijbel

De Bergrede

(Mattheüs 5:38-39,41)

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: Een oog voor een oog en een tand voor een tand. En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren. [...] En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.

Nieuwe Bijbelvertaling

Gij hebt gehoord, dat gezegd is: Oog om oog, en tand om tand. Maar Ik zeg u, dat gij den boze niet wederstaat; maar, zo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe; [...] En zo wie u zal dwingen een mijl te gaan, gaat met hem twee mijlen.

Statenvertaling

De kruisdood

(Lucas 23:44-47)

Rond het middaguur werd het donker in het hele land omdat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. En Jezus riep met luide stem: `Vader, in uw handen leg ik mijn geest.' Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit. De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: `Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!'

Nieuwe Bijbelvertaling

Al rond het zesde uur werd het donker in heel het land, tot het negende uur. Er was een zonsverduistering. Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor. Toen riep Jezus luidkeels: `Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.' Na deze woorden stierf Hij. De centurio, die zag wat er gebeurde, verheerlijkte God en zei: `Waarachtig, die man was een rechtvaardige.'

Willibrordvertaling

De overheid

(Romeinen 13:1-2)

Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af.

Nieuwe Bijbelvertaling

Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld.

Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen.

Nederlands Bijbelgenootschap 1951

Alle ziel moet zich aan de gezagsmachten bóven zich onderstellen; want er is geen gezagsmacht tenzij onder God, en die er zijn zijn onder God gesteld; zodat wie zich te weer stelt tegen de gezagsmacht, de instelling van God weerstaat; en wie die weerstaan halen een oordeel over zich.

Naardense Bijbel

De Liefde

(I Corr 13:1)

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.

Nieuwe Bijbelvertaling

Al spreek ik de taal van mensen en engelen – als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.

Willibrordvertaling

Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.

NBG'51

Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

Statenvertaling

Al spreek ik in de talen van mensen en engelen, maar liefde heb ik niet,– geworden ben ik een galmend stuk brons of een dof-dreunende handtrom.

Naardense Bijbel

Opstanding

(Lucas 24:35-36)

Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: `Vrede zij met jullie.' Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien.

Nieuwe Bijbelvertaling

En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden! En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen

Statenvertaling

Terwijl zij dit aan het vertellen waren, stond Hij opeens in hun midden. `Vrede!' zei Hij tegen hen. In hun opwinding en hun schrik dachten ze dat ze een geest zagen.

Willibrordvertaling