Stilte zegt het meest

Man, vrouw, huis, fjord: dat zijn de vier constanten in het universum van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse. ,,Op jezelf leven voorkomt problemen.''

p een avond in deze herfst staat de Noorse toneelschrijver Jon Fosse (1959) aan het raam van zijn huis in Bergen. Buiten is het donker. Hij hoort het ruisen van de fjord. Hij beseft dat op diezelfde avond zijn toneelstukken worden opgevoerd in tal van schouwburgen overal ter wereld, van Berlijn tot Japan. De volgende ochtend vertrekt hij naar Amsterdam om in Theater Frascati de uitvoering van zijn stuk Een zomerdag (1999) bij te wonen, geregisseerd door Olivier Provily met Celia Nufaar in de naamloze hoofdrol. Ze heet eenvoudig de `oude vrouw'. Haar man is verdronken in de fjord. Zijn lege boot wordt gevonden. Nufaar met haar donkere ogen en lange zwarte jurk lijkt op een vrouwengestalte op een schilderij van Edvard Munch.

Na afloop van de voorstelling zegt Fosse: ,,Ik kan geen dag zonder de zee, zonder de geluiden van de wind, de golven. Voordat ik naar Amsterdam ging, ben ik naar mijn boot gelopen. Het regende die ochtend. In mijn toneelstukken regent het vaak. Dat moet je niet al te symbolisch opvatten. Regen is gewoon regen.''

Fosse debuteerde op zijn twintigste als romanschrijver en dichter maar is op slag een beroemd toneelschrijver geworden. Toonaangevende regisseurs en gezelschappen brengen zijn werk uit. Dat is verwonderlijk. Zijn toneel is eerder poëzie. De personages hebben iets gelatens over zich, ze zwijgen meer dan dat ze praten. De stilte is Fosses stijlkenmerk. Soms moet een acteur minutenlang zwijgen en door het venster staren, daar waar zich in het duister een fjord bevindt.

Fosse zelf is allesbehalve een zwijger. Ik had me voorbereid op een gesprek als een wedstrijd in stiltes en pauzes. In zijn regieaanwijzingen wemelt het van aanduidingen als `stilte', `pauze', `korte pauze' en nog eens `korte pauze'. Maar Fosse praat snel en betrekkelijk onstuitbaar.

Hij werd geboren in de kustplaats Haugesund in het zuidwesten van Noorwegen niet ver van de Hardangerfjord. Daar bracht hij zijn kinderjaren door. ,,De geluiden van deze streek liggen ten grondslag aan alles wat ik schrijf'', zegt hij. ,,Hoe ik als twaalfjarige langs de dorpsweg liep, omringd door de geluiden van de natuur. De plenzende regen. Dat zijn mijn bronnen. Ik ben opgegroeid met uitzicht op de grijze Noordzee. Als ik de zee lange tijd niet heb gezien, denk ik dat de wereld niet meer klopt.''

Al neemt Fosse nauwelijks een toneelstilte in acht, hij blijft even ongrijpbaar als zijn personages. Herhaaldelijk zegt hij: ,,Dat is moeilijk uit te leggen.'' En vervolgens schiet hij door in een uitvoerig antwoord. Hij heeft iets van een sluwe en ook schuwe grijze vos met zijn naar achteren gekamde haar en argwanende ogen. Ik vraag hem hoe hij zijn schrijfstijl met die befaamde en voor acteurs beruchte stiltes heeft ontdekt: ,,Die heb ik niet ontdekt, het is vanzelf gekomen. In de moeilijke jaren tussen mijn twaalfde en zestiende speelde ik in een rockbandje. Ik op gitaar. Ik wilde geen schrijver worden, eigenlijk wilde ik niks. Wel schreef ik verhaaltjes en gedichten. Opeens hield ik op met de muziek en begon te schrijven. Ik verhuisde naar Bergen en studeerde een jaar sociologie, een jaar filosofie en daarna vergelijkende literatuurwetenschap. Ik was zo geïnteresseerd in de grote namen uit de literatuur, zoals Dante, Homerus of Euripides, dat ik er meer van wilde weten. Dante kun je moeilijk alleen lezen, je hebt begeleiding nodig. Ik verdiepte me in de literaire theorie van de Franse filosoof Derrida. Hij zegt dat een tekst een pure tekst is die je niet al te krachtig of symbolisch moet interpreteren.''

In de adempauze die valt, vraag ik: ,,Maar uw werk is geladen met symboliek. Eén van uw stukken, Droom in de herfst, speelt zich af op een kerkhof. Een man en een vrouw ontmoeten elkaar na jaren. U schrijft dat het regent, dat de bomen zwart zien, het is laat in de herfst, dood en regen. Zijn dat geen opvallende symbolen?'' Fosse aarzelt geen moment: ,,Nee, dat zijn geen symbolen. Ik heb het kerkhof nodig om het verhaal te vertellen van de man en de vrouw die elkaar sinds lang weerzien. Ze rakelen gebeurtenissen uit het verleden op, net zoals in Een zomerdag. Daarin lopen twee tijden door elkaar. De oude vrouw rouwt om het verlies van haar man. Zijn dood is jaren geleden. Ze tuurt door het raam naar buiten. In de huiskamer spelen zich gelijktijdig scènes uit haar jonge leven samen met haar man af. Hoewel ze hoopten gelukkig te worden in het eenzame, verlaten huis aan de fjord werd hij bevangen door rusteloosheid. Uiteindelijk zoekt hij de dood in de fjord. Het verleden laat zich nooit temmen, het is altijd aanwezig in het heden. Spoken van vroeger waren overal rond.''

Demon

Nu het woord `spoken' valt, vraag ik of Fosse be-

invloed is door het toneelwerk van zijn landgenoot Henrik Ibsen, die een toneelstuk Spoken noemde: ,,Eerlijk gezegd heb ik Ibsen vroeger gehaat. Het hedendaagse Noorse toneel is ondenkbaar zonder Ibsen. Ik vind hem een destructieve demon. Bij Strindberg heb je altijd nog naast de haat de liefde. Niet bij de kille Ibsen. Als je eenmaal in zijn toneelstukken terecht bent gekomen, dan kun je niet meer ontsnappen. Hij verstikt je met zijn ijzeren dramatische constructies. Mijn afkeer van Ibsen strekt zich uit naar het theater. Naar de schouwburg gaan is een sociale handeling. Ik ben geen sociaal mens, ik ben liever alleen. Toch ben ik een regisseur in Bergen bijzonder dankbaar, dat is Kai Johnsen. Nadat hij mijn romans had gelezen, vroeg hij me voor het theater te schrijven. Ik had er geen idee van hoe dat moest. Als ik schrijf zie ik geen beelden voor me, ik ontbeer visuele begaafdheid. Ik hoor stemmen en geluiden, alsof er muziek klinkt. Johnsen heeft me als toneelschrijver ontdekt, daarna is het snel gegaan en nu wordt mijn werk wereldwijd uitgevoerd. Ik sta daar nog steeds verbaasd van. Temeer omdat ik in het nieuw-Noors schrijf, een taal die slechts door een half miljoen Noren wordt gesproken.'' Na een korte onderbreking zegt hij: ,,Ach, altijd is er een schrijver die ontdekt wordt. Dat zijn van die golfbewegingen.''

Fosse zet de ingewikkelde taalsituatie van Noorwegen uiteen. Als gevolg van de taalstrijd in de negentiende eeuw is het oud-Noors, het zogeheten Bokmål, de taal van de stad geworden, van wetenschap en pers. Het nieuw-Noors staat dichter bij de oude dialecten, waarvoor de stedelijke bevolking de schouders ophaalt. ,,Ik leef in West-Noorwegen en daar geldt het nieuw-Noors als een literaire taal'', zegt hij. ,,Ik schrijf in een artificiële taal, temeer omdat ik gebruikmaak van herhalingen en minimale variaties. Zoals ik schrijf, schrijft of praat eigenlijk niemand. Dat is geen teken van eigendunk, het is een constatering.''

In tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland is het toneelwerk van Fosse in Nederland niet tot de grote zalen doorgedrongen. Het Vlaamse gezelschap Theater Zuidpool bracht in 2002 als een van de eerste Er zal iemand komen uit. Deze geheimzinnige tekst is kenmerkend voor Fosse. Een man en een vrouw betrekken samen een eenzaam huis, alweer, gelegen aan een stille fjord. Ze verwachten er gelukkig te worden, maar de vrouw heeft het duistere voorgevoel dat er `iemand zal komen'. Telkens, als een dreigend refrein, herhaalt ze deze zin en daarmee roept ze inderdaad het onheil over haarzelf en hun liefde af.

Acteur Jacob Derwig werd meteen, bij eerste lezing van het stuk De naam, gegrepen door Fosse. Hij regisseerde het begin dit jaar bij de Theatercompagnie in Amsterdam. De kern van dit stuk is een geheim over incest tussen vader en dochter. Heeft hij haar zwanger gemaakt? Desgevraagd zegt Derwig dat hij soms de neiging had Fosse te bellen en het hem te vragen. ,,Ik weet zeker dat hij gezegd zou hebben dat ik het stuk maar goed moest lezen, dan komen we er vanzelf achter. Een toneelschrijver verklapt zoiets natuurlijk nooit.''

Derwig concentreerde zijn regie op de lichtheid van de vaak zwaar aangezette Fosse-zinnen. Hij wilde als een dirigent zijn die de taal laat klinken, sprankelen, juist niet zwaar. In de ijszeeën van stilte die zich tussen de personages uitstrekken heeft elk woord dramatische betekenis. ,,Ik wilde een sfeer van angst oproepen'', zegt Derwig. ,,De toeschouwer moet het incestdrama vermoeden. Het gaat erom de juiste balans te vinden. De tekst van Fosse is als muziek, het gaat zo: zinnetje-zinnetje-stilte, zinnetje-zinnetje-pauze, zinnetje-zinnetje-aarzeling. Dat doet hij niet voor niets. Zijn regie-aanwijzingen zijn rigide, ik vraag me af in hoeverre je daarvan kan afwijken.''

Nu ik Fosse spreek, leg ik hem deze vragen van de regisseur voor. Hij antwoordt: ,,Ik weet het zelf niet of de vader zijn dochter zwanger heeft gemaakt. Ik heb er nooit aan gedacht, dus ik denk van niet. Bij de Schaubühne uit Berlijn in de regie van Thomas Ostermeier lag daarop het accent. Ik begrijp dat spelers en regisseurs een verklaring nodig hebben voor het geheim, maar van mij mag dat geheim gerust zo blijven. Ik bouw geen plot op zoals Ibsen, ik begin te schrijven, in mijn werkkamer of op mijn boot. Dan komen de zinnen vanzelf. Die zinnen vormen het verhaal. Mensen zijn dragers van emoties, de atmosfeer is dat wat er tussen personages gebeurt. Ik ben op zoek naar die sfeer. Identiteit heeft geen betekenis in theater, want hiermee creëer je geen drama. Drama is wat er tussen mensen gebeurt, zoals de Engelsen noemen het `in-between'. Theater heeft altijd te maken met dit `in-between'. Het gaat tussen de acteurs onderling, tussen regisseur en acteurs, tussen acteurs en toeschouwers. In mijn werk zijn de terzijdes, de onaffe zinnen en stiltes van belang. Ook in het dagelijkse leven merk je dat mensen met stilte vaak het meeste zeggen.''

Actrice Celia Nufaar zegt dat ze `intuïtief' met die stiltes omgaat: ,,Ik wacht het juiste moment af om na een lange pauze het woord te nemen. De tekst is poëtisch, maar als je het al te gevoelig gaat zeggen dan wordt het heilig. Dat moet niet. Ik vecht dus tegen het ongewone door de gewone spreektoon te gebruiken. Afgelopen zomer ben ik voor het eerst van mijn leven in Noorwegen geweest en maakte ik een boottocht over de Sondefjord. Ik vroeg me af of dit de fjord zou zijn waarover Fosse schrijft in Een zomerdag. Het is de diepste fjord, wel twee kilometer diep.''

Met enige teleurstelling moesten de spelers constateren dat Fosse na afloop van de voorstelling zich naar zijn Amsterdamse hotelkamer spoedde en niets zei over het spel. Nufaar had wel willen weten of haar timing goed was. ,,Misschien is hij wel verlegen'', verzucht ze. ,,Ik denk dat hij meer een dichter dan een man van het theater is. Hij leeft teruggetrokken daar in Noorwegen, misschien heeft hij niet eens een gezin.''

Veiligheid

De actrice kan gerustgesteld worden: Fosse verklaart bij herhaling dat zijn familieleven hem even dierbaar als onmisbaar is: ,,Ik woon met vrouw en twee jonge dochters, plus een zoon uit een eerder huwelijk, in een huis. Dat geeft mij een gevoel van veiligheid. Schrijven is een gevaarlijk beroep en zonder de bedding van een gezin raak ik gemakkelijk op drift. Een leven met vaste contouren geeft mij werkkracht. Op mijn twintigste kreeg mijn toenmalige vriendin ons eerste kind. Kennelijk ben ik aldoor op zoek geweest naar een veilige plaats om te leven. En ook om te schrijven. Als ik schrijf schep ik mijn eigen wereld.''

Man, vrouw, huis, fjord: dat zijn de vier constanten in Fosses universum. In al zijn toneelstukken, gedichten en romans varieert hij hierop. Fosse: ,,Soms maak ik een toneelstuk van een gedicht of een roman van een toneelstuk. Op die manier zoek ik een andere benadering, want ik geloof niet in rotsvaste waarheden. Mijn regieaanwijzingen zijn inderdaad streng, maar een regisseur heeft de vrijheid ervan af te wijken. Ik zag de versie van de Vlaamse regisseur Luk Perceval van Droom in de herfst. Dat speelt zich, zoals gezegd, af op een kerkhof. Perceval koos voor een witte lege ruimte, helemaal kaal. De tekst kon dat goed hebben. Je zou mijn teksten kunnen vergelijken met liederen,iedereen kan ze nazingen met zijn eigen stem.''

Regisseur Olivier Provily van Een zomerdag wil dat zijn voorstelling op volmaakte wijze traag zou zijn. Net als Derwig was hij meteen gefascineerd door het werk van Fosse. ,,Hij vertelt geen verhaal'', zegt Provily, ,,het is eerder een gevoelsstroom die hij noteert. Het is de kunst voor de spelers om van de taal een melodie te maken. Het getuigt ook van durf om de stiltes te nemen, soms zelfs tergend lang. Dat mag. Fosse beschikt over dezelfde melancholische sensibiliteit als Tsjechov, maar hij gebruikt minder woorden. Zijn teksten lijken bedrieglijk eenvoudig.''

Een mooi detail in Provily's regie van Een zomerdag is de pendule op het dressoir die de werkelijke tijd aangeeft. Half negen: begin voorstelling. Tien over tien: einde. De klok heeft tijdens het spel negen uur geslagen, half tien en tien uur. Ik vraag aan Celia Nufaar of de spelers met de tekst telkens op hetzelfde moment uitkomen: ,,Nee, we werken daar niet naartoe. Eén keer deed de klok het niet. Dan mis je hem wel. Soms speel ik tegen die gongslagen in, anders wordt het te symbolisch. De verdrinkingsdood van de man, een tikkende klok, de regen die langs de vensters slaat: het is soms erg veel.''

Fosse vergelijkt zijn manier van schrijven met vissen. Hoe diep is het hier, hoeveel honderden meters reikt het vanaf de boot tot de bodem? Wat kunnen we vinden in de diepte van het water? Een andere constante – naast die van man, vrouw, huis, fjord – zijn de seizoenen. Stukken hebben namen als Winter, Een zomerdag of Droom in de herfst en Namiddag, Avond en morgen en De nacht zingt zijn liederen. En alsof het niet genoeg jaargetijde is, speelt Een zomerdag zich af op een regenachtige herfstdag.

Voor Fosse zijn die seizoensaanduidingen `doodnormaal': ,,Ik verbaas me er altijd over dat regisseurs en toeschouwers zo diepgaand interpreteren. Alles wat er gebeurt op de wereld, gebeurt toch altijd in een seizoen, of het nu najaar of hoogzomer is. Ik vind het verrassend dat mijn stukken, die zo geworteld zijn in een kleine Noorse gemeenschap, kennelijk een universele betekenis hebben. De paradox is dat lokale kunst juist een algemene geldigheid heeft. Uit mijn jeugd ken ik het beeld van huizen in de avond, omringd door het duister. In elk van de huizen brandt licht. Van gemeenschapszin is weinig sprake, ieder leeft voor zich. Daarom zijn mijn personages zwijgzaam. Op jezelf leven voorkomt problemen. Problemen ontstaan in menselijke verhoudingen. Theater is voor mij de mooiste vorm om deze gedachte uit te drukken en dan liefst op muzikale wijze. Als een voorstelling goed is, dan heet dat bij ons `er wandelt een engel over het toneel'. Die momenten van de engel streef ik al schrijvend na.''

`Een zomerdag' door Toneelschuur Producties. 29/10 Verkadefabriek, Den Bosch; 30/10 Chassé Theater, Breda; 2/11 Kruithuis, Groningen; 3/11 Schouwburg, Arnhem. Inl: www.toneelschuur.nl