Spel met illusies

Wie dezer dagen de galerie van Dick de Bruijn bezoekt en doorloopt naar de leestafel, treft daar een boek aan over Pieter Bruegel. Dat is bijzonder, want Bruegel is niet bepaald een alledaagse inspiratiebron voor jonge kunstenaars. Daarvoor is zijn oeuvre te ongrijpbaar, te gelaagd, te tijdloos ook. Des te intrigerender dus, dat Derk Thijs (1977) al op zijn eerste solo juist die moeilijk grijpbare `Bruegeliaanse' aspecten van de schilderkunst opzoekt. En nog bijzonderder: dat het werkt.

Thijs viel al eerder op bij de laatste editie van de Prix de Rome, waar hij de tweede prijs won. Op de bijbehorende tentoonstelling in het Stedelijk werden zijn ambities goed zichtbaar: Thijs werkte figuratief, maar had, in tegenstelling tot het gros van zijn generatiegenoten, weinig op met modieuze verschijnselen. Hij schilderde niet naar foto's, hield zich verre van `moderne media', maar vluchtte ook niet in het escapisme van de natuurlyriek, zoals veel schilders op de huidige expositie van de Koninklijke Prijs. Thijs tekende liever jagers in de sneeuw of donkere silhouetten, verloren in hun omgeving, die even makkelijk een citaat van Heraclitus uitspreken als een tekst van cult-zanger Will Oldham. Dat leverde spannende, vervreemdende tekeningen op waar de geest van Bruegel overheen had geademd, maar die toch met beide benen in het heden stonden.

Deze lijn zet Thijs door op de expositie bij De Bruijn. Daar hangen zes schilderijen. De teksten zijn verdwenen, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door Thijs' schilderkunstige techniek. Niet dat hij met zijn virtuositeit te koop loopt – op het eerste gezicht lijken Thijs' doeken zelfs wat slordig geschilderd. Maar hoe langer je kijkt, hoe duidelijker het wordt dat Thijs heel goed weet wat hij doet. Losjes speelt hij met diepte (soms lonkt de ruimtelijkheid, dan is alles weer ultraplat), met compositie (zijn doeken zijn subtiel uitgebalanceerd) en vooral met illusie. Op een doek van een ijszee met walvissen en jagers bijvoorbeeld, zijn de ijsbergen niet meer dan simpele driehoeken van wit. Op een ander, titelloos, doek is een landingsbaan voor vliegtuigen niet meer dan een paar stroken paarse verf die bijna lijken te zweven. Toch blijf je het geloven.

Daar komt nog bij dat er op al deze doeken een curieuze, dreigende sfeer hangt (met jagers, vuur, tanks en golven van verf die de nietige personages bijna overspoelen) - genoeg om te beseffen dat er op dit moment in Nederland maar weinig jonge schilders zijn die, als Thijs, al zoveel registers weten te bespelen, en de toeschouwer tussen zoveel illusies heen en weer weten te slingeren. Hier gebeurt iets bijzonders.

Derk Thijs bij galerie Dick de Bruijn, Singel 74 Amsterdam. Wo t/m za 13-18u. T/m 17 november. Inf. www.galeriedebruijn.nl