Seks? Vraagt u maar!

`Ik heb het gevoel dat mijn hele leven op zijn kop gaat en waarom is me niet duidelijk,' schreef Germaine Groenier op 30 december 1975 in het dagboekje dat ze ging bijhouden. `Het is een vreemd onbestemd maar euforisch gevoel. Ik ben aan iets begonnen dat nog niet bestaat in Nederland, is dat het? Ik ga het bijhouden en zal het later misschien kunnen ontleden.'

Een radioprogramma waarin de presentatrice onbekommerd reageerde op seksvragen van opbellende luisteraars, bestond in Nederland inderdaad nog niet. Germaine Groenier presenteerde 2,5 jaar lang een drie uur durend VPRO-programma op de popzender Hilversum 3 (de netmanager bestond nog niet), waarvan het laatste uur – ingeleid door Cité Tango van Astor Piazolla – bestond uit de seksgesprekken die door een groot publiek werden beluisterd. De vraag is alleen waarom de dagboekjes die ze in die tijd bijhield, nu – bijna dertig jaar na dato – nog eens in boekvorm verschijnen.

`Ik geloof dat het goed gaat,' noteerde Groenier na een paar weken. Maar al snel slaat haar stemming om. De NVSH, toen nog een machtige organisatie, reageerde uiterst argwanend op het feit dat de VPRO dit programma liet presenteren door een pure leek, in plaats van door een seksuologe of een andersoortige beroepsbegeleider. En tot overmaat van ramp namen muziekmedewerkers als Rik Zaal, Jan Donkers en Wim Noordhoek een vijandige houding aan, omdat al dat gepraat ten koste ging van hun muziek. `Ze maken me bloedonzeker', schreef de sekspresentatrice enkele weken later, `en ik ben echt doodsbang om fouten te maken en het allerergst om dicht te klappen voor de microfoon.'

Van die ambivalentie kwam Germaine Groenier nooit meer af. Het ene moment was ze tevreden over haar programma en gelukkig met het succes (`ik geniet erg van mijn leven'), maar er hoefde maar iets te gebeuren of ze sloeg weer om. Toen tijdens een vakantie haar stem door andere vakantiegangers werd herkend, raakte ze overstuur: `En ik heb in de struiken gekotst. Ik jankte, ik voelde me klote!'

Het is lastig nu nog mee te leven met gebeurtenissen en gevoelens, die zo veel jaren later ineenschrompelen tot muizenisjes. Dat haar programma uit allerlei hoeken felle tegenstand ondervond, dat de VPRO haar na de uitzending per taxi naar huis liet gaan omdat er `een bedreiging' was geuit, en dat er ook wel eens onenigheid was met het telefoonteam dat de voorselectie pleegde – het zal wel. Zelfs de verslagen die het team van elk telefoongesprek maakte, waaruit pagina na pagina wordt geciteerd, beginnen na verloop van tijd danig te vervelen. De voorbeelden op de bij het boek gevoegde cd, gemonteerd uit het oorspronkelijke programma, zeggen genoeg.

Af en toe lardeert de dagboekschrijfster haar relaas met opmerkingen over de buitenwereld, zoals de dood van de Duitse activiste Ulrike Meinhof (`ik vind het erg en jammer dat ze niet meer leeft'), een vliegtuigongeluk op Tenerife (`ons allemaal doodgeschrokken en erg down') en de Zuid-Molukse treinkapers die veertien jaar celstraf kregen (`dat is nogal wat'). Ook daarvan worden we dus niet veel wijzer.

Hoewel het boek niets over de werkwijze vertelt, heeft Germaine Groenier zich zo te zien beperkt tot het overtikken van haar oude dagboekjes. Iedere vorm van reflectie ontbreekt; de ontleding, waarop ze in de eerste regels vooruitkijkt, blijft uit. Hoe ze nu op die tijd terugkijkt, worden we niet gewaar. Ze blijft steken in haar meisjesopwinding van toen. Alsof die nu nog ongewijzigd van kracht is.

Germaine Groenier: Germaine sans gêne. Herinneringen aan een spraakmakend radioprogramma. Contact, 224 blz. €24,90