Potje met miljoenen voor technostarters

Wetenschappers moeten ondernemen. En investeerders moeten geld stoppen in startende techbedrijven. De staatssecretaris wil helpen.

Al vijf jaar leurt Bart de Wert met zijn futuristische eenpersoonsauto langs investeerders. Maar die willen nog geen geld stoppen in zijn Aerorider, die door een elektromotor wordt aangedreven en snelheden van 45 kilometer per uur haalt. De Wert draagt zelf geld bij, via zijn andere baan – hij is portier en draait slaapdiensten in een inrichting voor geestelijk gehandicapten. De rest van de 50.000 euro die hij heeft geïnvesteerd, komt van familie. ,,Het is bijna op. De vervolgfinanciering heb ik nog niet rond'', zegt De Wert, die volgend jaar vijftig exemplaren van zijn stille, milieuvriendelijke auto wil bouwen.

Het is een bekend probleem in Nederland. Ideeën genoeg, maar te weinig risicokapitaal om startende technologiebedrijven door de vaak moeilijke beginperiode heen te helpen. Daarom heeft het ministerie van Economische Zaken gisteren op een bijeenkomst in Amsterdam officieel een fonds opgericht om investeerders aan te trekken. De overheid stopt er tot 2010 in totaal 132 miljoen euro in. Het is de bedoeling dat investeerders eenzelfde bedrag gaan inleggen.

Het initiatief is onderdeel van een groter plan om meer technologische bedrijven in Nederland te krijgen, met name spin-offs van universiteiten. Volgens Van Gennip telde Nederland vorig jaar 6.500 startende technologiebedrijven, met een gezamenlijke omzet van 1,3 miljard euro. Het is beduidend minder dan in omringende landen. Als het aan de staatssecretaris ligt, zijn er in 2010 ruim 8.000 van deze technostarters. Hun omzet moet dan zijn verdubbeld.

Het past in de Lissabon-doelstelling: Europa wil in 2010 de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie ter wereld zijn, en Nederland wil binnen Europa tot de top behoren. Maar daar is het nog lang niet.

Daarom stelt Van Gennip onder meer 10 miljoen euro per jaar beschikbaar voor universiteiten die, bij voorkeur samen met het bedrijfsleven, gaan zoeken naar manieren om meer geld uit hun kennis te slaan. Bijvoorbeeld door meer octrooien af te sluiten.

Tineke Creemers is positief over het inititatief. Ze is medeoprichter van Bfactory, een twee jaar oud Wagenings bedrijf dat bijenhoning verwerkt in crèmes en zalven en die verkoopt als snelle wondgenezer. Volgens Creemers pakt EZ nu twee dingen aan waar zij veel problemen mee had. Geld van investeerders krijgen, en overleggen met de universiteit over intellectueel eigendom. ,,In het begin is het moeilijk in te schatten wat je octrooi waard is. Je probeert het zo goedkoop mogelijk over te nemen, maar de universiteit wil er juist zoveel mogelijk uitslepen. In mijn geval waren het moeizame, tijdrovende onderhandelingen'', zegt de biologe.

Lieven Dubois, van de Leidse softwareontwikkelaar UReason, wijst erop dat universiteiten fundamenteel onderzoek moeten blijven doen. ,,Dat is essentieel voor de evolutie van kennis'', zegt hij. Volgens hem moeten universiteiten ervoor waken om octrooimachines te worden. ,,Nou, laat ze dat eerst maar eens worden'', reageert staatssecretaris Van Gennip. ,,Al die kennis die daar ligt. Daar moet wat mee gedaan worden.''

Gert Veldhuis van het Hengelose bedrijfje Nanomi vraagt zich af wie het geld in het fonds gaat verdelen: EZ, of de investeerders? ,,Wij niet'', zegt Van Gennip nadrukkelijk. De investeerders beheren de hele pot met geld. ,,De markt beslist. Als die ergens geen toekomst in ziet, dan gaan wij niet aan een dood paard trekken.'' Zelfs niet als de investeerders in geen enkele technologische starter geld willen stoppen, vraagt een toehoorder. Ook dan niet, zegt ze. Mocht dat gebeuren, dan kan Nederland de Lissabon-doelstelling op zijn buik schrijven.