Polen raakt uitgekeken op de regering van Bush

Polen, trouwste bondgenoot van de VS op het Europese vasteland, raakt uitgekeken op het Amerika van president George W. Bush. Vooral de Irak-missie is inmiddels impopulair.

Polen houdt van Amerika, maar de liefde is tanende. Ruim 75 procent van de Polen vindt dat de eigen deelname, met 2.500 soldaten, aan de oorlog in Irak snel beëindigd moet worden, aldus peilingen. Vorig jaar geleden was het omgekeerd: 70 procent was vóór deelname. Veertig procent van de Polen denkt door `Irak' negatiever over de Verenigde Staten.

Polen is tot nu toe een loyale bondgenoot van de Amerikaanse president George W. Bush geweest. Maar ,,het bastion van de Bushmannen'', zoals de Amerikaanse Polen-expert Michael Kennedy het noemt, zakt ineen. Twee weken geleden moest premier Marek Belka, om een vertrouwenscrisis af te wenden, het parlement beloven dat de Poolse jongens vanaf begin volgend jaar naar huis komen. Eind 2005 moet de terugtrekking zijn voltooid.

De ommezwaai hing al in de lucht. Eerder deze maand klonk het jaartal 2005 uit de mond van minister Jerzy Szmajdzinski (Defensie). Medeministers haastten zich om te zeggen dat Szmajdzinski niet het officiële regeringsbeleid vertegenwoordigt. Maar intussen doet hij dat kennelijk wel.

De kritiek op Amerika groeit. De eerste ergernissen doken op in januari, toen president Aleksander Kwasniewski in Washington pleitte voor opheffing van de visumplicht voor Polen die naar de Verenigde Staten reizen. Bush weigerde echter een uitzondering maken voor zijn trouwste bondgenoot op het Europese continent. Onlangs zei president Kwasniewski zich ,,misleid'' te voelen over de massavernietigingswapens, die nooit in Irak zijn gevonden, alle verzekeringen van Bush ten spijt.

Onderminister Janusz Zemke (Defensie) klaagde vorige week in een interview dat de Irak-missie Polen jaarlijks 100 miljoen dollar (78 miljoen euro) kost, terwijl het vorig jaar 27 miljoen dollar ontving van Washington. Het ergert Zemke dat landen ,,die hun pink amper kunnen bewegen'' – die veel minder soldaten leveren – bijna net zoveel geld krijgen als Polen. De VS zijn niet ongevoelig voor deze kritiek en hebben Polen dit jaar inmiddels 66 miljoen dollar toegezegd. Maar daarmee is het gemor nog niet bedwongen.

Begin vorig jaar besloot Warschau om voor 3,5 miljard dollar aan Amerikaanse gevechtsvliegtuigen, type F-16, te kopen. Die transactie kwam tot stand na de toezegging van fabrikant Lockheed Martin (lees: Washington) dat het actief zal lobbyen om voor zes miljard dollar aan Amerikaanse investeringen naar Polen te halen. De beloofde investeringen blijven volgens de Polen echter achter.

Aan het gemor liggen ook minder banale overwegingen ten grondslag. Socioloog en Polen-kenner Michael Kennedy schreef vorige week in dagblad Chicago Tribune dat de Polen vorig jaar gevoelig waren voor de Amerikaanse ,,lokroep van de vrijheid'' – het leidmotief van de Poolse geschiedenis is immers de eeuwige strijd voor de vrijheid. Maar die lokroep klinkt inmiddels ,,onoprecht''.

De Poolse regering beseft volgens Kennedy dat Bush schadelijk kan zijn voor de eigen belangen. De democratische presidentskandidaat John Kerry zal Iran of Syrië niet binnenvallen. Bush wordt hiertoe in staat geacht. En dan zal Polen voor een moeilijke keuze staan, die hoe dan ook tot gezichtsverlies leidt.

Aleksander Smolar, een vooraanstaande Poolse politieke analist, riep premier Belka vorige week op om zich voor te bereiden op een mogelijke overwinning van Kerry. Kerry zal de transatlantische verhoudingen willen herstellen en dit kan leiden tot een marginalisering van Polen. Het land moet daarom toenadering zoeken tot Duitsland en Frankrijk, wat op dit moment overigens ook al gebeurt. En dat betekent min of meer automatisch: afstand nemen van Bush.

Polen en de Verenigde Staten hebben traditioneel een sterke band, gebaseerd op het gedeelde geloof in vrijheid en traditionele waarden. Bovendien wonen in Amerika zo'n tien miljoen burgers van Poolse komaf. Nog eens vier jaar Bush en die speciale band is om zeep geholpen, meent Michael Kennedy.

De verandering van het Poolse standpunt komt Bush niet gelegen. In de recente tv-debatten met Kerry wees hij graag naar Polen om te onderstrepen dat zijn Irak-beleid internationale steun geniet. Kerry beloofde afgelopen maandag in dagblad Gazeta Wyborcza dat Polen met hem als Amerikaanse president serieus zal worden genomen. Het Poolse bedrijfsleven zal veel meer betrokken worden bij de stabilisering van Irak, aldus Kerry. ,,Ik ben Polen dankbaar dat het in moeilijke tijden heeft geprobeerd bruggen te slaan tussen Europa en Amerika.''

Hij beloofde ook snel een einde te maken aan de visumplicht voor Polen. Bush wilde destijds, in januari, niet zwichten voor de smeekbede van zijn Poolse ambtgenoot Kwasniewski. Hij sprak op een persconferentie wel warme woorden over de ,,duizenden'' Amerikanen van Poolse komaf. Duizenden? Kwasniewski corrigeerde Bush onmiddellijk. ,,Miljoenen, meneer de president, miljoenen.'' Allemaal potentiële kiezers.