Persoonlijke president is goed voor Europa

Vandaag ondertekenen de regeringsleiders van de Europese Unie de Europese grondwet. W.T. Eijsbouts juicht toe dat de constitutie voorziet in een Europese president.

De Europese Unie is tot dusver een kwestie van vooral recht en van regels. Dat is mooi maar het bindt of boeit de mensen in het algemeen weinig. Voor niet-betrokkenen zijn regels te abstract. Dit is een euvel van de Unie zelfs uit democratisch oogpunt. Wat naast de goed ontwikkelde Europese rechtspraak en wetgeving vooral ontbreekt is iets als een regering, een instantie die zichtbaar is, ingrijpt, spreekt, leiding geeft. Zo'n regering maakt de overheid concreet, lichamelijk. Wat moesten wij in Nederland met een bestuur zonder regering, zonder premier?

Het belangrijkste nieuws van de Europese constitutie zit in de sfeer van de regering. Er komt een Europese president. Deze is dan formeel wel slechts voorzitter van de vergadering van opperhoofden of regeringsleiders, de Europese Raad. Maar als het een beetje wil zal hij of zij vanzelf gezag naar zich toetrekken, door te spreken uit naam van die regeringsleiders samen en van de Unie. Als dat spreken voor anderen lukt zal hij of zij vanzelf ook wel zelf iets te vertellen en te doen krijgen. En als dat gaat dan weten de mensen tenminste waar ze moeten kijken om te weten waar die Unie mee bezig is: naar de president. Dat zal zijn functie dan weer verder oppeppen.

Wat moet het Europese Parlement daarmee? De Europese Raad is niet verantwoordelijk tegenover het parlement en die president al helemaal niet. Hoe kan die figuur dan bijdragen aan de democratie?

Zijn eerste bijdrage aan de democratie is al genoemd: te zorgen voor belangstelling en begrijpelijkheid. Dit wordt door deskundigen en ook de parlementariërs niet goed begrepen. Zij zijn voortdurend in de weer, de Unie `transparant' te maken, stellend dat dit de mensen bij het bestuur zal betrekken. Dat is een misvatting. Transparantie van het bestuur is goed voor de ingewijden en de betrokkenen bij het bestuur. De gewone mens wil niet dat het bestuur zichzelf blootlegt, maar dat het de werkelijkheid verheldert. De openbare werkelijkheid is nu eenmaal ondoorzichtig en verwarrend; ze kan alleen tijdelijk en plaatselijk worden opgehelderd. Dat kan weer alleen door een vitale politiek, die een verwarde situatie in tegengestelde standpunten opentrekt. Zonder debat geen verheldering. Zonder ingrijpen geen debat. Zonder regering geen vitaal parlement.

Maar hoe moet het Europese Parlement greep krijgen op de Europese president die het niet `naar huis kan sturen'? Kijk naar Amerika. Het Amerikaanse parlement heeft voldoende greep op zijn president, ook al kan het die niet naar huis sturen. In de Unie zijn de middelen aanwezig. Elk groot besluit in de Unie wordt in feite door de regeringen samen genomen. Dat is op zichzelf niet slecht, want het geeft die besluiten een solide politieke grondslag. Alleen is het weinig bevorderlijk voor de belangstelling van de mensen.

In 1999 besloten de Europese opperhoofden samen om Turkije tot kandidaatlid van de Unie te bevorderen. Dat gebeurde niet in drie minuten, zoals stemmingmakers wel beweren, maar in een zeer dramatische vergadering. Was er toen een president geweest, dan had deze het besluit namens de Unie wereldkundig gemaakt. Het Europarlement had meteen kunnen ingrijpen en debat eisen, want het kan toetredingen blokkeren. Via zijn greep op wetgeving en begroting kan het parlement het hele bestuur van de Unie in de tang nemen, zoals ook het Amerikaanse Congres dat doet.

Europese parlementariërs moeten zich niet laten opsluiten in het abstracte bestuur van de Unie. Hoe verder weg en abstracter het een bestuur, hoe persoonlijker, concreter, de volksvertegenwoordiging moet functioneren. En dat is niet goedkoop. Zie eens welke verheldering van de hele Europese situatie het persoonlijke conflict rond de onnozele filosoof en kandidaat-commissaris Buttiglione de afgelopen dagen bracht.

De gewoonte in de Unie om besluiten te nemen die pas jaren later gelden of voelbaar worden, zoals het besluit rondom Turkije (maar ook de euro kwam er zo) is deel van het abstracte, niet onmiddellijke karakter van de Unie. Het parlement mag blij zijn met elke mogelijkheid om die abstracties te doorbreken. Dus ook met de Europese president, die het van zijn persoonlijke inzet zal moeten hebben.

W.T. Eijsbouts is hoogleraar Europees constitutioneel recht, Universiteit van Amsterdam.