`Openheid over haven niet in belang van stad'

De Rotterdamse raad heeft twintig uur gedebatteerd over het havenschandaal dat de stad 110 miljoen euro kan kosten. De conclusie: de wethouder blijft zitten en er komt geen enquête.

Oppositiepartij PvdA had een column van wijlen Pim Fortuyn meegenomen omdat ,,wij het niet beter zouden kunnen zeggen''. In deze column uit Elsevier van juli 1999 hekelde de voormalig leider van Leefbaar Rotterdam het ,,weerzinwekkende verantwoordelijkheidsmijdende gedrag'' van politici. Fortuyn: ,,Als het beginsel van politieke verantwoordelijkheid voor ambtelijk handelen wordt losgelaten [...] dan is niet minder dan de vrijheid van de burger in het geding. [...] Ambtelijk optreden wordt dan alleen ingeperkt door het optreden van de rechter.''

Fortuyn schreef de column naar aanleiding van het Zuid-Hollandse bankschandaal rond Ceteco, waarvoor commissaris van de koningin Leemhuis-Stout uiteindelijk wel opstapte. In Rotterdam stapte naar aanleiding van een ander bankschandaal gisteren niemand op. Dat hoefde ook niet, betoogden Fortuyns erfgenamen van Leefbaar Rotterdam.

Op het schandaal dat Rotterdam wellicht 110 miljoen euro gaat kosten heeft de wethouder adequaat gereageerd, zei de woordvoerder van Leefbaar Rotterdam, de grootste coalitiefractie: ,,Door te doen waar wij voor staan, namelijk niet de oude politiek toepassen, waarbij je geacht wordt je zogenaamde politieke verantwoordelijkheid te nemen door op te stappen. Nee, juist je verantwoordelijkheid als bestuurder op dit soort moeilijke momenten nemen door te blijven en maatregelen te nemen die het belang van de stad en de haven dienen.''

Maar meer dan over het eventuele opstappen van wethouders ging het debat – dat woensdag negen uur in beslag nam en donderdag elf uur – over de vraag of alle onduidelijkheden nu zijn opgehelderd. Klopt de conclusie van twee onderzoeken (in opdracht van het Havenbedrijf en het college van B en W) dat havendirecteur Willem Scholten buiten medeweten van wie dan ook voor 180 miljoen euro bankgaranties afgaf aan defensieondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen? Of heeft de Rotterdamse Rekenkamer gelijk wanneer hij stelt dat er mogelijk meer mensen van de garanties hadden gehoord, onder wie het hoofd Financiën & Control van het Havenbedrijf en de directeur Middelen & Control van de Bestuursdienst van de gemeente?

Deze laatste functionaris was beide dagen bij het debat aanwezig, omdat hij als `ambtelijk coördinator' was verbonden aan het onderzoek in opdracht van B en W. Maar als betrokkene bij de gebeurtenissen moest hij tevens de vraag beantwoorden wat hij zich herinnerde van een telefoontje aan hem van het ministerie van Defensie in november 2003. Defensie liet toen weten dat ,,door de Commerzbank een lening is verstrekt van 25 miljoen euro aan de RDM'' en vroeg of het gerucht klopte dat het Havenbedrijf zich hiervoor garant had gesteld.

Wethouder Van Sluis (Haven, Leefbaar Rotterdam) betwistte dat het telefoontje zo expliciet was geweest, maar weigerde een schriftelijke reactie van Defensie rond te delen waaruit dit zou blijken. Uit wat Van Sluis er na middernacht alsnog uit voorlas, viel evenwel op te maken dat in het telefoongesprek inderdaad de woorden `Commerzbank' en `25 miljoen euro' waren gevallen. De oppositie noemde het ,,natuurlijk fout'' (Manuel Kneepkens, Stadspartij Rotterdam) dat ,,een ambtenaar tegelijk coördinator is van het onderzoek en zich in het kader van datzelfde onderzoek moet herinneren wat hij nog weet''.

Een ander door de Rotterdamse Rekenkamer opgemerkt hiaat in het B en W-rapport betwistte het college niet. Volgens het B en W-rapport had `een bank' (Rabo) in oktober 2002 bij het hoofd Financiën & Control van het Havenbedrijf geïnformeerd naar de bevoegdheid van Scholten om garanties af te geven; het hoofd Financiën & Control had begrepen dat Scholten deze bevoegdheid niet had, waarna Scholten hem meldde dat deze garantie ,,niet meer aan de orde was''.

Volgens de Rotterdamse Rekenkamer was de volgorde andersom: de bank liet weten dat de garantie was ondertekend daags nadat de directeur het had ontkend. Toch is op de bevindingen van het B en W-rapport de conclusie gebaseerd dat Scholten geheel buiten ieders medeweten handelde.

Voor wethouder Van Sluis en in zijn kielzog Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD was het grootste belang van het debat dat er niet nog méér onderzoek zou komen: daar zouden advocaten van banken hun voordeel mee kunnen doen. Fractieleider Ronald Sørensen van Leefbaar Rotterdam zei in dit verband dat ,,juristen mij hebben verzekerd'' dat ,,een enquête de positie van de stad verzwakt''. Vooralsnog gaat het college er vanuit dat de bankgaranties nietig zijn en dat de gemeente niets hoeft te betalen.

Een onderzoek door het Havenbedrijf naar andere onder Scholten geëntameerde projecten wordt om dezelfde reden buiten de schijnwerpers van de openbaarheid gehouden. Dit zogenoemde B-onderzoek waarvan volgens waarnemend directeur Hans Smits van het Havenbedrijf de risico's hoog worden ingeschat, is ,,bedrijfsintern'', aldus de wethouder. Van Sluis: ,,Als je de financiële risico's wilt beperken, ga je de uitkomsten van zo'n onderzoek niet in de gemeenteraad bespreken. Dat ziet u toch ook niet als belang van de stad?''