`Maakstad' Tijuana wil hightech

Concurrentie van onder meer China leek het einde in te luiden van de assemblage-industrie in Mexico. Maar er is weer opleving bij deze als maquiladoras bekend staande bedrijven te zien. Toch: ,,Mexico loopt achter op wat er in de rest van de wereld gebeurt.''

Panasonic zoekt werknemers, net als Sony, Toyota en de nieuwe fabriek van Visionair Lighting. Op de spandoeken op de hekken van de industrieterreinen proberen ze elkaar af te troeven, sommige bedrijven schijnen langs de deuren te gaan op zoek naar wie maar wil werken. En overal gonst het door de straten van de Mexicaanse grensstad Tijuana: er is weer werk.

Na drie jaar economische neergang, ingezet door de Amerikaanse recessie en concurrentie van lagelonenlanden in Azië en Midden-Amerika, lijkt het tij gekeerd voor de Mexicaanse maquiladoras, de buitenlandse assemblagefabrieken die zich aan de grens met de Verenigde Staten hebben gevestigd en afgewerkte producten leveren voor de Amerikaanse markt. De afgelopen tijd zijn er in Tijuana 140.000 banen bijgekomen.

Bijna de helft van de totale export van het land wordt gegenereerd in de grensregio met de VS en de Mexicaanse werkloosheid is de afgelopen zeven jaar nog nooit zo hoog geweest. President Vicente Fox sprak tijdens een bezoek aan Tijuana begin oktober dan ook verheugd over ,,een wedergeboorte van de maquilas''. ,,We laten zien dat ze fout zitten, diegenen die volhouden dat Mexico niet dat concurrerende vermogen van andere landen heeft'', zei hij.

Economen betwijfelen echter of Fox' optimisme terecht is en of de maquila-industrie echt een wedergeboorte doormaakt. Op het hoogtepunt van de maquilas aan het einde van de jaren negentig waren er 2.800 buitenlandse fabrieken in de zes grensprovincies, waarvan 57 procent Amerikaans. Een groot deel vertrok in de loop van 2001 naar China.

Jorge Carillo, van de universiteit Colegio de la Frontera Norte in Tijuana, meent dat de nieuwe maquilas die zich nu in de grensregio vestigen vooral kleine bedrijven zijn waarvoor een verhuizing naar een lagelonenland in Azië te duur is, en achtergebleven multinationals slechts die werknemers inhuren die ze drie jaar geleden hebben ontslagen.

Dat blijkt ook op straat. Gilberto Calix (34), gekleed in cowboy-outfit, is net terug uit Veracruz om zijn oude baan weer op te pakken bij een fabrikant van stereo-apparatuur. ,,Het was te duur om hier zonder baan te blijven, maar nu kan ik weer verdienen.'' Hij zegt dat hij zo kon terugkomen en dat de meeste mannen uit zijn dorp terugverhuizen.

Volgens econoom Carillo heeft de regering-Fox er weinig aan gedaan om nieuwe bedrijven aan te trekken nu de vooruitzichten in de VS gunstig zijn. Ze had de concurrentiepositie van Mexico kunnen verbeteren door bijvoorbeeld de hoge energiekosten, slechte infrastructuur, corruptie en vooral bureaucratie aan te pakken, zegt hij. ,,We hebben hervormingsprogramma's, maar er wordt te weinig vooruitgedacht. Mexico loopt achter op wat er in de rest van de wereld gebeurt.''

Dat zegt ook Tony Ramirez, directeur van het consultantbureau Made in Mexico in San Diego dat Amerikanen helpt bij het opzetten van een maquila. ,,Tot op de dag van vandaag begrijpt Mexico niet dat als je bedrijven wilt vasthouden, je hun een wortel voor moet houden.'' Hij noemt vooral het belastingbeleid van de Mexicanen een probleem: ,,Ze belasten de maquilas op alles – water, elektriciteit, vuilnis – en tot de dood erop volgt.''

Hij meent bovendien dat de Mexicaanse bureaucratie een steeds groter nadeel is. ,,De wetten in Mexico zijn in grijs geschreven, de regels veranderen constant, evenals de interpretatie. Als je dat vergelijkt met de manier waarop bijvoorbeeld China en Vietnam je ontvangen en aan iedere wens tegemoetkomen, dan wordt de keuze makkelijk.'' De lonen in Azië zijn daarbij een fractie van de 1,70 dollar per uur in Mexico.

De bedrijven die ervoor kiezen in Mexico te blijven, zijn volgens Carillo en Ramirez fabrieken met zware, moeilijk te transporteren producten (koelkasten, auto's), alsmede producten die binnen een bepaalde tijd moeten worden geleverd en waarvoor de nabijheid van de VS daarom belangrijk is.

Beiden zeggen dat er wel iets is veranderd in de grensstreek. Het meeste handwerk en bijvoorbeeld de kleding- en speelgoedfabrikanten zijn naar China verhuisd. ,,De fabrieken met de meer geraffineerde en kostbare producten hebben de recessie doorstaan en richten zich nu meer op onderzoek, ontwerp en ontwikkeling van producten waarvoor hoger opgeleid personeel nodig is'', zegt Carillo. Ramirez: ,,Dat zijn ook bedrijven waarvoor het nadelig is om naar Azië te verhuizen omdat daar minder bescherming voor hun patenten is.''

Dat realiseert de stad zich ook, vertelt Alejandro Rivera van de Tijuana Economic Development Corporation. Tijuana probeert sinds begin dit jaar vooral de ruimtevaartindustrie, en de fabrikanten van computers, auto's en medische apparaten te trekken en sloot met universiteiten in de buurt overeenkomsten over het curriculum van technici en ingenieurs om te voldoen aan de vraag naar beter geschoolde, high-tech en vooral Engelssprekende arbeiders.

Het is een stap in de goede richting, zegt Ramirez van Made in Mexico. ,,Maar Mexico moet nog steeds een aantal serieuze problemen oplossen voor de maquila-industrie weer zo aantrekt als in de jaren negentig.''