Lot van Europese grondwet is ongewis

De Europese grondwet moet het bestuur van de Europese Unie eenvoudiger en democratischer maken. Maar het staat allerminst vast dat de nieuwe afspraken ook echt van kracht worden.

Met de plechtige ondertekening van de grondwet voor Europa hebben de 25 staatshoofden en regeringsleiders vanmorgen een volgende stap gezet in een proces dat eind 2001 in het Belgische Laken begon. Toen, enkele weken voor de invoering van de euro, besloot hetzelfde gezelschap dat op dat moment nog uit vertegenwoordigers van vijftien landen bestond dat het tijd was voor een forse impuls voor de Europese eenwording.

In een plechtige verklaring werd gesteld dat Europa zich op ,,een kruispunt van wegen'' bevond. Eindelijk was Europa ,,op weg om zonder bloedvergieten één grote familie te worden''. Daarbij werd gedoeld op de landen in Midden- en Oost-Europa die zich na de val van de Muur in 1989 één voor één bij de Unie hadden gemeld voor het lidmaatschap. De uitdijende Unie vergde een andere wijze van besluitvorming dan toen in de jaren vijftig België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland besloten intensief te gaan samenwerken.

Maar tevens was er een nieuw signaal nodig aan de burgers, om wie het immers toch allemaal was begonnen. Want, zo bleek toen ook al, die haakten steeds vaker af. De Europese instellingen dienden nader tot de burgers te komen, stelden de regeringsleiders in hun verklaring. ,,De burgers vinden dat alles veel te veel boven hun hoofd bedisseld wordt en willen een betere democratische controle.''

Om die reden werd besloten tot de oprichting van een speciale Conventie over de toekomst van Europa. Deze zou oplossingen moeten aandragen die de Europese leiders eerder onderling, zoals bijvoorbeeld in Nice, niet konden vinden. Onder leiding van de Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing zouden vertegenwoordigers uit alle EU-lidstaten een plan moeten maken dat uiteindelijk weer aan de regeringsleiders zou worden voorgelegd.

De Conventie was zeer breed samengesteld met vertegenwoordigers van zowel de regering als de diverse parlementen. Pikante bijkomstigheid: de bijeenkomsten zouden in het openbaar plaatsvinden. De eerste zitting werd op 28 februari 2002 gehouden. Op 18 juli 2003 presenteerde Giscard d'Estaing het eindresultaat: niet zo maar een nieuw ontwerp-verdrag, maar een ontwerp-verdrag voor een grondwet voor Europa, waarin zowel alle regels voor het bestuur van de EU als rechten van burgers zijn opgenomen.

Daarop volgde vorig jaar oktober in Rome een zogeheten Intergouvernementele Conferentie, waarin de landen van de EU en de nieuwe toetreders zouden onderhandelen over de uiteindelijke verdragstekst. Een proces dat twee maanden later tijdens de top van de regeringsleiders in Brussel beklonken had moeten worden.

Deze Europese Raad, onder Italiaans voorzitterschap, liep echter uit op een complete mislukking. Grootste struikelblok vormde de stemverdeling in het uitgebreide Europa tussen de verschillende landen. Spanje en de toekomstige EU-lidstaat Polen weigerden akkoord te gaan met het inleveren van invloed ten gunste van de grote vier: Duitsland, Franrkijk, Groot-Brittannië en Italië.

Het was vervolgens aan Ierland als de nieuwe voorzitter van de Europese Unie alsnog een compromis te vinden. Van het oorspronkelijke doel, Europa meer werkbaar en meer doorzichtig maken, was toen weinig meer over. Het probleem van het verlammende besluitvormingsproces, veroorzaakt door het recht van veto dat voor veel onderwerpen bestond, was maar zeer ten dele opgelost. Op het gebied van belastingen, meerjarenbegroting, sociale zaken, en talloze justitiële aangelegenheden zou het vetorecht blijven bestaan. ,,Wat nu op tafel ligt maakt Europa nog minder begrijpelijk dan het al was'', concludeerde de Finse minister van Buitenlandse Zaken Erkki Tuomioja, vlak voordat in juni van dit jaar de regeringsleiders een nieuwe poging ondernamen het met elkaar eens te worden.

Dat zij niet langer konden dralen, hadden de Europese verkiezingen van een een week eerder, duidelijk gemaakt. De opkomst was wederom lager dan de keer ervoor. Bovendien bleek de populariteit van eurosceptische partijen onder de kiezers die wél gingen stemmen, zeer groot.

In de avond van 17 juni werden de regeringsleiders het uiteindelijk eens over de tekst van de grondwet. Het woord `historisch' viel talloze malen. Maar ondertussen is het volgende obstakel al opgedoken. In steeds meer landen zijn referenda over de grondwet aangekondigd als onderdeel van de ratificatie. Er hoeft maar één land tegen te stemmen, en het lot van de grondwet is onzeker. En dat dit ergens zal gebeuren, is gezien het anti-establishmentklimaat in vele landen niet ondenkbaar.

WWW.NRC.NL Dossier uitbreiding EU