Industrie blijft cadeaus geven aan huisartsen

Vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie proberen nog steeds huisartsen om te kopen. Dit blijkt uit onderzoek van DGV, het Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik, waarvan de resultaten deze week zijn gepubliceerd.

Onder meer in ruil voor zaken als wijn, horloges, uitjes en barbecues, aldus DGV, schrijft een deel van de artsen het middel voor dat hen door de artsenbezoeker wordt aanbevolen.

In de periode van september 2002 tot en met maart 2004 maakten 53 huisartsen op verzoek van DGV een verslag van het bezoek dat zij van een vertegenwoordiger kregen. Deze huisartsen zagen in die periode 819 keer een artsenbezoeker in de spreekkamer, gemiddeld 15 per arts in 19 maanden. Bij bijna de helft van die bezoeken werd de arts een cadeau aangeboden. Daarvan was ongeveer de helft, In strijd met in 2003 aangescherpte regels, niet van nut voor de uitoefening van het beroep. DGV constateert wel dat de waarde van de cadeaus door de bank genomen lager is dan bij eerder onderzoek: nu was 3 procent meer dan 50 euro waard.

De huisartsen constateerden dat de artsenbezoekers vrijwel nooit spontaan informatie geven over bijwerkingen of contra-indicaties van de gepromote medicijnen. In een aantal gevallen werd onjuiste informatie gegeven, of werden indicaties aangeprezen waarvoor het geneesmiddel niet geregistreerd is.

Zeker een kwart van de artsen is overigens gevoelig voor de benadering door de fabrikanten: bij 7 procent van de bezoeken besloot de arts het middel voortaan te gaan voorschrijven en bij nog eens hetzelfde percentage werd besloten de patiënt, die al een middel krijgt, op het gepromote medicijn over te zetten.

Daarnaast besloot 8 procent het middel voortaan aan nieuwe patiënten voor te schrijven. ,,Artsenbezoek is dus een zeer effectief middel om het gedrag van huisartsen te beïnvloeden'', zo concludeert DGV.

Het instituut noemt artsenbezoek onwenselijk omdat het leidt tot niet-rationeel voorschrijven en verstrekking van te dure medicijnen. Voor informatie over nieuwe middelen is een bezoek ook niet nodig, meent DGV. Die is voldoende voorhanden uit informatiebronnen die elke arts tot zijn beschikking heeft. DGV pleit voor onderzoek naar de beïnvloeding van apothekers en medisch specialisten. Ook moet worden gekeken naar het naleven van de regels voor onderzoeken met patiënten.