Ik wil een hondje

Twee donderstenen van puppies, vrienden voor het leven. Maar op een dag blijft een van de hondjes weg uit het park. Net als haar baasje, een ziekelijk meisje dat van de dokter een wens mocht doen.

Het meisje mocht van de chirurg een wens doen. ,,Wat je maar wilt'', zei hij, ,,jij bent al zo lang zo flink geweest, je mag alles wensen wat je maar wilt.'' Haar leventje was sinds haar tweede levensjaar een lang gevecht geweest vol pijn en bloedkanker. Ze was nu 8.

,,Ik wil een hondje'', zei ze. Dat werd Rakker, een Beagle puppie. Mijn hondje en Rakker waren meteen vrienden voor het leven. Donderstenen van puppies allebei. Barstend van gezondheid en levenslust. Luisteren deden ze geen van beide. Ze hadden maling aan de wereld. Ze hadden alleen aandacht voor elkaar. Uitgelaten stoeiden ze rond het meer terwijl het meisje voorzichtig met ons mee schuifelde na haar beenmergtransplantatie.

Het ondernemende hondje, het stille kindje en haar opgewekte vader vormden een bijzondere combinatie. Het meisje was ernstig, haar vader altijd vrolijk, ik heb haar nooit zien lachen. Elke morgen kwam ik ze tegen met hun pup. Er volgde dan een uitbundige begroeting van onze hondjes met veel buitelingen, en vele rondjes keihard rennen. Ze genoot van dat uitje.

Omdat het meisje zwak was zat ze vaak op haar vaders schouder. Maar het ging steeds beter na de transplantatie. Ze had nieuw bloed gekregen van een Engelse bloeddonor. Ze liep al weer hele enden, voetje voor voetje. En ze hielp mee, als we onze uitgelaten hondjes met list en bedrog probeerden te lokken omdat we naar huis wilden. Er groeiden weer haartjes op haar hoofdje.

Rakker begon steeds beter te luisteren naar zijn baasje, maar mijn hondje wilde liever de wijde wereld in, zonder mij. Het ging niet meer. Ik kon haar niet meer los laten met andere honden in de buurt. Ze ging er vandoor. Zodra Rakker met enige moeite was aangelijnd nam Senna als een hazewind de benen op zoek naar ander vertier elders in het park. We verloren elkaar uit het oog.

We zijn nu een jaar verder. Ik probeer het opnieuw. Uitdagingen moet je niet uit de weg gaan, en daarom ben ik hier aan het Hondenstrand, tegen beter weten in. We hebben alle trucs van vele hondenkenners ter verbetering van dat hondje geprobeerd, helaas, de onstuimige vitaliteit van die kleine is niet te genezen. Ze laat zich niet vangen, ze blijft weglopen. Het is zomer aan het hondenstrand. Het is er druk met honden en mensen. Mijn hondje wil daar altijd en eeuwig blijven. Ze jat balletjes van andere honden. En ze blijft voor mij onbereikbaar in het water staan met haar gestolen waar. Ik word er niet meer warm of koud van.

Ik wacht al zo'n half uur aan de waterkant als ik word begroet door een kennis die vroeger vaak meeliep met het meisje en haar vader. Hij heeft ook een Beagle. ,,Het meisje is dood'', zegt hij plompverloren.

Ik schrik. ,,Dood? Dood?! Het ging zo goed met haar.''

,,Ze had het nog vaak over jouw hond. Dat kind leefde helemaal op als Rakker en jouw hond aan het spelen waren.''

,,Het ging juist zo goed met haar na die laatste operatie?''

,,Ja, het ging aanvankelijk heel goed met haar. Maar ze kreeg een terugval, de kanker was terug. Ze kon niet meer. Ze wilde ook niet meer. Niet weer opnieuw die strijd. De artsen zagen het eigenlijk ook niet meer zitten, het was een verloren gevecht geworden. Binnen een week was ze dood. In die week mocht ze ineens alles eten en snoepen, wat ze maar wilde. Ze had al die jaren op een streng dieet gestaan. Ze gingen in die week met haar naar het Dolfinarium, en naar Artis, elke dag hadden ze iets leuks voor haar gepland. En op een morgen vonden ze haar dood in haar bedje.'' Hij staart naar de grond.

,,Wat vreselijk.''

,,De begrafenis was vreselijk.''

Zijn beagle staat in het water te staren. Alle honden staan in het water. Het is warm. Rakker ontbreekt. Mijn Senna staat daar als een glimmend zwart zeehondje met haar gestolen ballen om zich heen. ,,Kom'', zegt hij, ,,ik ga weer eens.''

Ik blijf verslagen achter. Mijn hondje wil niet komen want de dag is nog jong. Ik spring pardoes met mijn kleren aan in het water en grijp het verbouwereerde kreng bij de halsband.

Thuis begin ik te huilen.