Gemengde stelsels

Als ouderwetse sociaal-democraat heb ik soms wilde sociaal-democratische dromen. Dan mijmer ik over een algemeen toegankelijke gezondheidszorg, gefinancierd met belastinggeld. Of ik beeld mij in dat er een systeem van kinderopvang zou zijn, met crèches en naschoolse activiteiten waar iedereen zijn kinderen gratis naar toe zou kunnen brengen en die met belastinggeld zouden worden betaald.

Rechtgeaarde liberalen hebben ongetwijfeld ook hun dromen. Die fantaseren over een vrije markt voor zorg en kinderopvang, waar zij op particuliere basis kindermeisjes en verpleegsters inhuren, waar ze de dokter contant betalen en waar ze naar eigen inzicht zaken doen met commerciële verzekeraars.

De sociaal-democratische en de liberale dromen zijn heel verschillend, maar zij lijken in één belangrijk opzicht op elkaar. In beide gevallen gaat het om eenvoudige, overzichtelijke systemen waar relatief weinig transactiekosten aan kleven. De ouderwetse sociaal-democraat profiteert in zijn dromen van een hoogwaardig aanbod van publieke voorzieningen en houdt netto gewoon minder over per maand. De liberaal betaalt alles uit eigen zak, zonder tussenkomst van administratie-kantoren, toetsende of controlerende instanties.

Er is geen schijn van kans dat wij in Nederland ooit één van beide dromen zullen verwezenlijken. Dat was vroeger al zo, dat is nu zo en dat zal ook zo blijven. Wij zijn een land van minderheden. Onze verzorgingsstaat was van meet af aan een amalgaam van sociaal-democratische, liberale en christen-democratische beginselen. De sociale zekerheid is een ingewikkeld systeem met sociale premies, sociale partners, administratiekantoren, reïntegratiediensten, aanvullende toeslagen, en wat al niet. De gezondheidszorg wordt betaald met ziekenfondspremies, AWBZ-premies, particuliere ziektekostenpremies en wettelijke toeslagen bovenop die particuliere ziektekosten. Zij wordt uitgevoerd door regionale indicatie-organen, ziekenfondsen, particuliere verzekeraars en koepelorganisaties van diverse aard.

Met die gemengde systemen valt best te leven. De gemiddelde Nederlandse burger, zo lazen wij in het deze week verschenen Sociaal en Cultureel Rapport, is tevreden tot zeer tevreden gestemd. Hij is gehecht aan zijn verzorgingsstaat. In een eerder rapport peilde het SCP de opvattingen van burgers over de publieke sector en toen bleek dat de meeste burgers ook redelijk tevreden waren over de zorg die zij zelf hadden ontvangen. De gemiddelde burger zit helemaal niet te wachten op welke stelselwijziging dan ook, ongeacht de voordelen van een stelselwijziging waar het kabinet op hamert. Kinderopvang zou juist goedkoper worden door de nieuwe wet! De zorgconsument krijgt meer keuzevrijheid en zorg op maat!

Hoe komt het nu dat de burger dit niet gelooft? Dat komt door het gezonde verstand van de gemiddelde burger. Die beseft namelijk heel goed dat een stelselwijziging in de Nederlandse context betekent dat we het ene ingewikkelde gemengde systeem met hoge administratieve lasten vervangen door het andere ingewikkelde gemengde systeem met hoge administratieve lasten.

Zo kreeg ik vorige week de documenten in huis horend bij de nieuwe wet kinderopvang. Twee kleine boekwerkjes. Al onze regelingen tot dusver (die al vrij veel administratieve en organisatorische energie hebben gevergd) komen per 1 januari 2005 te vervallen. Mijn partner en ik moeten beiden gaan achterhalen of en hoeveel onze werkgevers willen bijdragen aan de naschoolse opvang voor onze zoon. We moeten voor de belastingdienst gaan berekenen wat ons gezamenlijke inkomen voor volgend jaar wordt en we moeten nu aangeven wat de kinderopvang ons gaat kosten over heel 2005. Onze zoon bezoekt een naschoolse opvang voor kinderen tot zeven jaar. In de loop van 2005 zijn wij aangewezen op een andere opvang. Daarvoor staan wij op de wachtlijst. Wij weten nog niet of daar plaats zal zijn en zo ja voor hoeveel dagdelen. Wij weten ook nog niet of de prijzen daar gelijk zijn en blijven aan die van onze huidige opvang. Dat overzien wij niet.

Wij zijn helemaal niet uniek. Voor andere ouders, met meer kinderen, die zowel een crèche als een naschoolse opvang nodig hebben, gelden deze problemen in verhevigde mate. Het kan best zijn dat wij uiteindelijk 2 euro goedkoper uit zijn. Het is ook mogelijk dat andere mensen er nog iets meer van zullen profiteren. Maar dat zijn marginale verschuivingen en daarvoor betalen wij een prijs in de vorm van een hele forse hoeveelheid nieuwe rompslomp.

Ik zou meteen enthousiast zijn voor een stelselwijziging die mijn sociaal-democratische droom althans voor de kinderopvang zou realiseren. Ik moet bekennen dat ik, wanhopend boven mijn boekwerkjes, zelfs een beetje blij zou kunnen zijn met het uitkomen van de liberale droom in deze: stuur mij gewoon maar de rekening, en haal die boekjes weer weg uit mijn leven. Maar voor dit nieuwe systeem kan ik niet warm lopen.

Wat voor de kinderopvang geldt, geldt ook voor de zorg. De stelselwijziging daar, in de richting van een rechtse variant van het plan-Simons met gereguleerde concurrentie, particuliere premies en publieke vergoeding daarvan via het belastingbiljet, betekent ook het vervangen van het ingewikkelde gemengde stelsel dat je kende en onder de knie had door een ingewikkeld gemengd stelsel dat je niet kent, dat anderen ook nog niet kennen, dat dus een hoop toestanden met zich mee brengt en dat in eerste instantie kostenverhogend lijkt te werken.

Gemengde stelsels maken burgers conservatief.