Geld studenten

Het terugbetalen van de studieschuld wordt anders. Het wordt verder versoepeld en inkomensafhankelijker door:

verhoging van de aflossingsvrije voet, het grensinkomen waaronder een student na zijn afstuderen niet hoeft af te lossen (een bedrag van 20.400 euro voor ex-studenten met partner, en 14.280 euro voor alleenstaanden),

over elke euro die de ex-student meer verdient dan de aflossingsvrije voet moet hij 11 procent terugbetalen. Ex-studenten met een hoog inkomen lossen dus sneller af,

ex-studenten kunnen een aflossingsvrije periode inlassen van maximaal vijf jaar.

Een tweede wijziging betreft de opbouw van de studiefinanciering. Studenten kunnen voortaan collegegeld lenen met een apart collegegeldkrediet, zodat ze ervoor kunnen kiezen om meer geld over te houden voor levensonderhoud en overige studiekosten. De rente voor leningen, inclusief het collegegeldkrediet, wordt verhoogd met 1 procentpunt.

Een aantal kenmerken van het huidige stelsel blijft intact:

afbetalen begint twee jaar na het afstuderen,

na vijftien jaar vervalt de studieschuld,

het maximaal toegestane bijverdienverdrag blijft gelijk.