Eeuwige schaamte

De `Europese Literatuur', bestaat die eigenlijk? Margot Dijkgraaf maakt een tour d'horizon. Deze week de Italiaanse schrijfster Melania Mazzucco. ,,We zijn bang een cultureel Disneyland te worden. En toch zal dat gebeuren.''

Vanuit het raam van haar nieuwe woning, op de derde etage van een prachtig negentiende-eeuws pand, ziet Melania Mazzucco (1966) de kardinalen van het Vaticaan door de tuinen wandelen. De schrijfster woont net buiten de muur die Vaticaanstad scheidt van de rest van Rome, op een paar honderd meter van de ingang van de pauselijke musea. Een verademing, zegt ze. Vita, haar succesvolle roman over Italiaanse emigranten in de vorige eeuw, schreef ze nog in een hokje van zes vierkante meter, midden in Trastevere, een Romeinse wijk waar veel kunstenaars wonen. Nu woont ze op stand en reist ze de wereld rond om vertalingen van haar boek te promoten en onderzoek te doen voor haar volgende roman. In haar keuken, Italiaans design, hoor je voortdurend de klokken beieren van de talrijke kerken in de omgeving.

Europa is een onderwerp dat haar erg bezighoudt. ,,Ja, ik denk dat we kunnen spreken van een Europese literatuur. We hebben een geschiedenis gemeen en een visie op literatuur die bijvoorbeeld erg verschilt van de Amerikaanse.'' Wat Europese schrijvers gemeenschappelijk hebben is volgens Mazzucco voornamelijk ontgoocheling ten aanzien van de literatuur zelf. ,,We hebben geen vertrouwen meer in de literatuur. Kan literatuur iets veranderen? Kun je door middel van een boek de waarheid benaderen? Geen Europese schrijver die zich die vragen niet stelt. Een Amerikaan denkt daar niet over na. Die ontgoocheling is voor mij typisch Europees.''

Veel Europese auteurs hebben een ingewikkelde relatie met het verleden, de Italianen in het bijzonder. ,,Degenen die over het verleden schrijven nemen altijd een dubbele houding aan. Niemand die er ongecompliceerd mee om kan gaan. Het is erg moeilijk te accepteren dat het fascisme heeft geleefd in de harten van onze ouders en grootouders. Die realiteit onder ogen zien – dat valt niet mee. Onze literatuur is er geforceerd door geworden, zij moest er een verhouding toe vinden. Dat geldt ook voor de Duitse literatuur.''

De Italiaanse letteren hebben altijd met moeite hun weg naar het buitenland gevonden, meent Mazzucco, maar na de Tweede Wereldoorlog werd er geen enkele Italiaanse auteur meer in het buitenland gelezen. Op twee uitzonderingen na: ,,De lichtheid van Italo Calvino sloeg aan. Hij werd een icoon. En Umberto Eco natuurlijk. Hij heeft een nieuw literair genre geschapen, dat ook in de VS een groot succes werd. Hij is misschien de enige Italiaanse auteur die werkelijk een grote impact heeft gehad op de Europese literatuur.''

Verleden

Denkt men over het algemeen niet in de eerste plaats aan Dante en Boccaccio? ,,In het verleden zit onze hele rijkdom en dat is nu precies het probleem. Wij slagen er maar niet in een modern land te zijn. We leven in een soort museum en we zijn vreselijk bang een cultureel Disneyland te worden. En toch zal dat gebeuren. Onze schrijvers, onze regisseurs, onze filmmakers zien zich gedwongen in een dergelijk heden te werken. Het probleem van onze literatuur is dat wij er niet in slagen over het heden te schrijven. Wij kunnen de wereld maar niet aan haar verstand brengen dat Italië niet meer het land is waar buitenlanders van dromen. Iedereen die een beetje gecultiveerd is, houdt van Italië. Dat weet ik, ik heb veel gereisd en iedereen die ik ontmoette zei hetzelfde. Ieder komt hier zijn eigen droom zoeken of dat nu een toerist is of een buitenlands correspondent. Ze zoeken het Grote Italië, het land van de kunst, van de schilders, van de beschaving. Maar daarnaast is er het Kleine Italië, het land van de belachelijke politici en dat land heeft een verschrikkelijk slecht imago. Iedere Italiaan draagt die schaamte met zich mee, schaamte over het heden, over ons onvermogen het land politiek anders vorm te geven. Mijn vader was ook schrijver. Hij zei me al dat het een grote eer was om schrijver te zijn, maar ook dat je in die hoedanigheid eeuwige schaamte met je meedraagt, als een litteken dat nooit verdwijnt.''

Niet alleen in de literatuur heerst er een gevoel van ontgoocheling. Ook jonge regisseurs en jonge filmmakers kampen ermee. Mazzucco: ,,Italië is een land zonder geestdrift voor de toekomst. Kijk naar onze politici, dat zegt genoeg. Of het nu in de politiek is of in de kunst – nergens kunt je iets betekenen als je onder de veertig bent. We hebben het idee voor dichte muren te staan. Eén van onze belangrijkste romanschrijvers, Giacomo Leopardi, schreef het sleutelwoord al neer: in Italië verandert alles, maar niet echt. We doen er alles aan om niets te veranderen.''

Om een periode te vinden waarin de Italiaanse literatuur van belang was moet je, volgens Mazzucco, teruggaan tot de Renaissance. ,,Toen las iedereen Macchiavelli of de dichters van de Italiaanse Renaissance.'' Sindsdien bivakkeert de Italiaanse literatuur ,,op een soort eiland in de geschiedenis''. In voorgaande eeuwen werd met argusogen gevolgd wat er in buurland Frankrijk gebeurde. ,,In de negentiende eeuw lazen wij Franse literatuur. Wat er in Parijs gebeurde was je-van-het voor ons. Onze literatuur imiteerde de Franse. Heel lang hebben onze schrijvers niet de moed gehad nieuwe wegen in te slaan.''

Dat laatste is ook nu nog niet het geval, vindt Mazzucco, al zijn er wel een paar jonge auteurs die met bittere satire over Italië schrijven: Antonio Franquini, Bruno Arpaia en Valerie Apparella bijvoorbeeld. Ironie is een eigenschap die Mazzucco het meest waardeert in de Italiaanse literatuur, niemand neemt zichzelf al te serieus. Chauvinistisch zijn ze ook niet. ,,Die jonge auteurs zijn interessant, want wat ze schrijven gaat tenminste ergens over. Te lang heeft de Italiaanse literatuur een arcadisch karakter gehad. Het was schrijven om het schrijven, l'art pour l'art, literatuur voor niemand, mooischrijverij. Maar literatuur is niet zo maar een linguïstisch spelletje.''

Daarmee verklaart Mazzucco het feit dat er maar heel weinig Italianen hun nationale literatuur lezen. ,,De gemiddelde Italiaan vindt zijn eigen literatuur moeilijk en oninteressant. Men vindt dat het nergens over gaat. Er is een kleine literaire elite die heel veel leest, veel meer dan gemiddeld in Europa. Maar daarna houdt het op. Er is geen `gemiddelde lezer' in Italië, geen lezer die af en toe eens een boek leest. Het is alles of niets. Daarom is het zo moeilijk hier schrijver te zijn. Tot zo'n twintig jaar geleden had je helemaal geen lezers. Het is onze plicht een groter cultureel geïnteresseerd publiek te creëren.''

Alleen op het gebied van de film heeft Italië in een recenter verleden een gezichtsbepalende, Europese rol gespeeld, meent Mazzucco. Ze noemt Roberto Benigni's La vita è bella als een universele film. Het neorealisme van Rossellini heeft een werkelijk nieuwe impuls gegeven aan de Europese cinema. Voor de Italiaanse literatuur heeft Mazzucco haar hoop mede gevestigd op de nieuwe Italianen. ,,In Europa worden steeds meer boeken gepubliceerd door mensen die de laatste jaren hier zijn aangekomen. Zij willen Europeaan worden, zich Europees voelen, Europa ontdekken. In Italië zijn er nog geen immigranten die schrijven. De geschiedenis van immigratie is hier nog erg jong. De zonen van de eerste immigratiegolf zitten nog op de basisschool, dus er zijn hier nog geen literaire stemmen van elders. In Frankrijk en in Nederland wel, weet ik. Ik las Spijkerschrift van Kader Abdolah, een grote roman over een familiegeschiedenis, over een reis in het geheugen. Die literatuur van het nieuwe Europa staat voor mij naast de beste literatuur uit het oude Europa, met name de romans over familiegeschiedenissen die er de laatste jaren in Europa zijn verschenen. Dan denk ik aan Peter Estherhazy bijvoorbeeld, die in zijn werk vragen stelt over de roman, over onze verhouding tot de geschiedenis, over de keuzes van het `ik'. Een roman moet een kern van waarheid bevatten.''

Er is volgens Mazzucco veel te weinig aandacht voor de nieuwe Italianen. Italië vergrijst in hoog tempo en een kwart van de bevolking is ouder dan zestig en dus zijn de nieuwkomers belangrijk voor het land. ,,Op onze scholen zitten kinderen van mensen die ervoor hebben gekozen hier te wonen. Daar zit onze toekomst, maar men heeft er weinig aandacht voor.'' Het onderzoek dat Mazzucco deed voor haar eigen boek, Vita, over de emigratie van miljoenen Italianen naar de VS, in de vorige eeuw, heeft haar geleerd vraagtekens te zetten bij het Italiaanse onderwijs. ,,Op school leerde ik dat Italië in de G8 zat, dat het de vijfde wereldmacht was. In werkelijkheid was het armoe troef. In de vorige eeuw is er een miljoen mensen naar Amerika vertrokken. Die mensen zijn door de officiële geschiedenis gewoon doodgezwegen. Die emigratie heeft volgens de geschiedenisboekjes nooit plaatsgevonden. Wij weten bijna niets van ons verleden.'' Daaruit valt volgens de schrijfster het succes van haar boek te verklaren: noch in de geschiedenisboekjes noch in de Italiaanse literatuur was ooit aandacht besteed aan de Italianen die in de vorige eeuw naar Amerika emigreerden. Nooit eerder waren hun problemen, hun leven en hun verleden beschreven.

Burgerlijk

Mazzucco behoort tot een jongere generatie die in haar werk actuele maatschappelijke problemen aansnijdt. De schrijvers die in de jaren zestig en zeventig zijn geboren willen een verhaal vertellen en bovendien is er een publiek dat zich geïnteresseerd toont. ,,Voor de naoorlogse generatie gold de roman als een burgerlijk, commercieel genre en dus keerde men zich ervan af. Dat verbod erkent mijn generatie niet. Wij weten dat de roman een vitale, complexe vorm is die alle genres kan bevatten. Iedereen kan een roman begrijpen.'' Wat haar opvalt in de stijl van jonge romanciers is dat `hoog' en `laag' vermengd zijn. ,,Italiaanse literatuur wordt vaak als `hoge' literatuur beschouwd, waarin nobel taalgebruik wordt gebezigd. Mijn generatie gebruikt die net zo goed als taal van de straat, van de televisie en van het stripverhaal. Ook de thematiek is erg gevarieerd, van historische romans tot de razend populaire thrillers.''

Ze heeft de indruk dat in heel Europa een dergelijke herontdekking en herwaardering van de roman heeft plaatsgevonden. ,,Mijn generatiegenoten zijn opgegroeid in een wereldomvattend, kosmopolitisch milieu, waar veel gereisd wordt. Bovendien wordt er in Italië gelukkig veel buitenlandse literatuur vertaald: Italianen spreken noch lezen over de grens. Alleen kleine uitgevers, zoals Hyperborea, brengen literatuur uit de kleinere Europese landen in vertaling, de grote beperken zich vaak tot Engelstalig werk.''

Voor Mazzucco ligt de basis van de Europese roman in de twintigste eeuw, bij Proust en Thomas Mann. ,,De negentiende eeuw bracht ook een heel belangrijk genre voort, dat van de sociale roman. Balzac, Dickens, Tolstoj en hun tijdgenoten schreven sociale satire, waarin ze de vinger legden op de zwakheden van hun tijd. Wat de Europese literatuur kenmerkte in de negentiende eeuw, is tegenwoordig te vinden aan de overkant van de oceaan. Jonathan Franzen, Philip Roth en Richard Ford sluiten allemaal aan bij de negentiende-eeuwse romantraditie. Die bestaat niet in het huidige Europa, dat is een zwakte. Ik zou graag een hedendaagse sociale roman schrijven over het Italië van nu. Als ik in Parijs ben en de naam Berlusconi valt, heb ik het gevoel in een satire verzeild te zijn geraakt: men spreekt over Italië als over iets dat per definitie lachwekkend is, maar men heeft geen weet van wat er hier werkelijk gebeurt.''

Literatuur zou kunnen bijdragen aan een beter begrip van de Europese burgers onderling. Wie de literatuur van een land leest, alvorens het te bezoeken, kan veel opsteken over geschiedenis en tradities, over cultuur en volksaard. Mazzucco blijkt hoge verwachtingen te koesteren ten aanzien van Europa en een toekomstige Europese literatuur. ,,Ik voel me verwant met Engelstalige schrijvers uit het voormalige Britse imperium. Als V.S. Naipaul schrijft over de koloniale geest waarin hij heeft geleefd, dan herken ik de geest waarin ik zelf in Italië ben opgegroeid. In zekere zin was Italië ook een kolonie, na de Tweede Wereldoorlog. Toen is er echt een kloof geslagen. Voor mijn generatie, geboren in de jaren zestig, was Italië een kolonie van de VS. Wij voelden een soort koloniale geest, wij waren buitengesloten, we kregen een manier van denken, van leven opgedrongen, we hadden het gevoel dat we niets konden veranderen – dat is een koloniale geest, of niet?''

Dat zou betekenen dat, voor de Italiaanse literatuur, Europa een soort bevrijding is. Europese literatuur als dekolonisatie? Mazzucco: ,,We hebben vijftig jaar nodig gehad om de catastrofe van de Tweede Wereldoorlog te verteren, de vernietiging van Europa, het einde van Europa of hoe men dat ook heeft genoemd. We hebben de schaamte geaccepteerd en verwerkt, ook in de literatuur. Ik hoop dat we nu Europees kunnen zijn, dat we kunnen herleven. Italië bestaat niet, heeft men lang gezegd. Alleen Italiaanse steden bestaan: Rome, Napels, Florence. Italianen bestaan niet, wel Romeinen, Napolitanen, Florentijnen. Voor mijn roman heb ik daar onderzoek naar gedaan. De Italianen die emigreerden beseften niet dat ze Italianen waren. Dat begrepen ze pas toen ze Italië hadden verlaten. Het zelfbewustzijn van Italië is pas ontstaan ten tijde van de emigratie en ten tijde van de oorlog. Met de kennismaking met de dood, dus, ironisch genoeg. Ik zie Europa niet als een dichtgemetseld continent, integendeel, het is van een grote vitaliteit, veel meer dan de VS. Wij hebben het geluk open te staan, we laten ons niet opsluiten in een fort Europa. Europa maakt een tijd van grote veranderingen door en wij willen daar deel van uitmaken. We herleven. Niet voor niets zijn Italianen de meest overtuigde Europeanen van heel Europa.''

`Vita' verscheen onlangs in een Nederlandse vertaling van Manon Smits bij uitgeverij Mouria, €22,50.