De silhouetten van Rathmann hebben karakter

De illustraties in De dag dat de kleintjes het bos in kropen, van de Amerikaanse illustratrice Peggy Rathmann, doen denken aan de silhouetten die kunstenaars op het Parijse Place du Têtre knippen waar je bijstaat – in ieder geval zijn ze even begerenswaardig. De zwarte omtrekken van de tekeningen contrasteren sterk met de knallende paars/oranje en groen/blauwe achtergronden. Dat de gezichten van de kinderen in het boek niet te zien zijn, prikkelt de fantasie nog meer.

De dag dat de kleintjes het bos in kropen gaat over een heldhaftig jongetje met een brandweerhelm dat tijdens een dorpsfeest achter vijf ontsnapte baby's aangaat en hen, terwijl verder niemand iets in de gaten heeft, probeert terug te brengen. Het verhaal is op rijm gezet en mooi muzikaal vertaald door Bette Westera. Ze spreekt de lezer aan alsof die de held van het verhaal is: `Weet je nog, die ene dag?/ We reden paard, we aten taart./ Jij was de enige die het zag./ Met luiertjes om en slabbetjes voor,/ kropen de kleintjes ervandoor!'

De illustraties vertellen intussen een eigen verhaal. Bijvoorbeeld dat van het ontsnapte peutertje dat op elke tekening als een vleermuis op haar kop hangt. En op elke tekening komen weer een rups, een vlinder en een kikker voor. Op de laatste prent – als iedereen weer veilig thuis is – schijnt uit de zwarte huizen fel geel licht en zijn de silhouetten van de baby's te zien op schoot bij hun vader of moeder. Behalve dan dat ene vleermuis-meisje: die hangt samen met haar moeder ondersteboven aan het plafond.

Peggy Rathmann: De dag dat de kleintjes het bos in kropen. Vertaald door Bette Westera, Gottmer, 36 blz. 4+, €12,50