De oostkust is boos op Bush

Arthur Schlesinger is de stereotype East Coast liberal. Hij is een van de belangrijkste Amerikaanse historici van de twintigste eeuw, tweevoudig winnaar van de Pulitzerprijs, voormalig medewerker van president John F. Kennedy en tot op de dag van vandaag, bijna negentig jaar oud, een scherp waarnemer van de Amerikaanse politiek. In het begin van de jaren negentig schreef hij een fel protest tegen wat hij beschouwde als het ontspoorde multiculturalisme: The disuniting of America. Hij vreesde zelfs voor de toekomst van de Verenigde Staten, voor het uiteenvallen van het land. War and the American presidency is Schlesingers bijdrage aan het debat over de regering Bush en de oorlog in Irak. Het boek draait om zijn drie grote zorgen: het doorgeschoten unilateralisme in het Amerikaanse buitenlandse beleid; de groeiende macht van Washington (Bush' imperial presidency) en de zorgelijke toekomst van de democratie.

Unilaterale neigingen in de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten zijn zo oud als de republiek zelf, aldus Schlesinger. Internationalisme is uitzondering; isolationisme en unilateralisme zijn de norm. Bush heeft echter wel een heel bijzondere, noodlottige draai gegeven aan deze traditie: preventieve oorlogvoering. Deze Bush-doctrine blijkt echter al achterhaald voordat ze goed en wel van de grond kwam, meent Schlesinger. Een preventieve en eenzijdige oorlog, zoals tegen Irak, vereist immers boven alles adequate inlichtingen en die schoten in dit geval hopeloos tekort. De invasie was van begin af aan tot mislukken gedoemd. Bush heeft van de Verenigde Staten de rechter, de jury en de sheriff van de wereld gemaakt – een strategie die definitief strandde binnen de muren van de Abu Ghraib gevangenis.

Schlesinger is tenminste zo kritisch over de binnenlandse politiek van Bush. De macht van de overheid dijt gevaarlijk uit, schrijft hij. Amerika is op weg naar een superpresidentschap. Kan Bush' unilateralisme nog in de Amerikaanse traditie worden geplaatst, dat geldt niet voor diens imperial presidency. Schlesinger beschouwt deze ontwikkeling als uitgesproken `on-Amerikaans'. Ze gaat tegen de geest van de Amerikaanse grondwet in.

Schlesingers kritische beoordeling van de regering Bush is niet bijster origineel. Ze is gemeengoed onder Amerikaanse liberals (en onder een fors deel van de rest van de bevolking). Verrassender is Schlesingers pessimistische oordeel over de toekomst van de democratie in het algemeen. Democratie is een flits in de geschiedenis, schrijft Schlesinger. Meer mensen dan ooit mogen thans onder democratische politieke verhoudingen leven, maar het is de vraag of dit zo zal blijven.

Ik begrijp niet waarop Schlesingers pessimisme is gestoeld en ik vraag me af of `religieus fanatisme' inderdaad, zoals de auteur beweert, tot de belangrijkste bedreigingen van de politieke democratie kan worden gerekend. Democratie vergt voortdurend onderhoud, meer dan enige andere politieke orde, maar ze lijkt me aanzienlijk veerkrachtiger, dynamischer en bestendiger dan Schlesinger op zijn oude dag vermoedt.

Arthur M. Schlesinger, Jr.: War and the American presidency. W.W. Norton & Company, 160 blz. €22,79