...de kat en de hond

Of de voorkeur die een meerderheid in Europa heeft voor John Kerry ook in economische zin logisch is, is lastig te bepalen. Laten we eens die typisch Amerikaanse vraag stellen: what's in it for us?

De zittende president Bush beroept zich erop een recessie onder zijn bewind te hebben voorkomen. Dat is correct: strikt gezien heeft zich in de VS inderdaad geen recessie voorgedaan. De economische groei ligt daar nu al twee jaar rond de 4 procent, en dat is vanuit Europees perspectief gunstig geweest. Europa moest het de afgelopen jaren volledig hebben van zijn export, en zonder de onverzadigbare Amerikaanse consument had de economie er hier beduidend slechter voor gestaan.

Op het gebied van handelspolitiek begon Bush ongelukkig, met de bescherming van de binnenlandse staalindustrie en de landbouwsector. Anderzijds is daarna de samenwerking tussen zijn handelsgezant Robert Zoellick en de Europees commissaris Pascal Lamy gevierd als bijzonder vruchtbaar. Bush' antirecessiebeleid is wel ten koste gegaan van de begroting, die een fors gat van ruim 4 procent vertoont, en een nog grotere kloof in de Amerikaanse betalingsbalans, van tegen de 6 procent. Beide mogen worden gezien als een gevaar voor de stabiliteit van de wereldeconomie op de middellange termijn. De term `roekeloos' die Kerry gaf aan het beleid van Bush is in dit opzicht terecht. Amerika groeit, maar wel op krediet – ook ons krediet.

De bewegingsvrijheid van zowel Bush als Kerry zal door het hoge begrotingstekort beperkt zijn. Bush zal, zoals het er nu naar uitziet, doorgaan met de gok dat de Amerikaanse economie vanzelf uit de problemen groeit, en zijn lastenverlichting voor de allerrijksten permanent maken. Kerry wil die maatregel terugdraaien, maar heeft zich voor het overige nauwelijks uitgelaten over de begrotingspolitiek, uit angst te worden beschuldigd van lastenverzwarende voornemens.

Waar de Democraat zich wel profileert, is op het gebied van de handelspolitiek. Kerry presenteerde zich in de campagne als een gematigd protectionist met de belangen van de Amerikaanse werknemers voorop. Dat voorspelt weinig goeds voor de fragiele betrekkingen tussen Europa en de VS op dit vlak. Zo speelt nu, onder invloed van de verkiezingscampagne, een langdurig conflict rond de burgerluchtvaartindustrie tussen Boeing en Airbus weer op.

Ook kan Kerry moeilijk het plan van Bush voor tort-reform oppakken. De zittende president wil zo de uit de hand gelopen praktijk van rechtszaken tegen het bedrijfsleven en procedures over schadevergoedingen bestrijden. Kerry's vice-presidentskandidaat John Edwards werd van dit soort zaken als advocaat schatrijk. Voor de talrijke Europese en Nederlandse bedrijven met Amerikaanse activiteiten is dat een minpunt.

Wie het ook wordt, de volgende bewoner van het Witte Huis zit muurvast. Hij zal een antwoord moeten vinden op de gapende Amerikaanse interne en externe tekorten, en een schuldbeladen economie die het vanaf nu zonder kunstmatige impulsen zal moeten rooien. Hij zal kampen met een binnenlandse roep om bescherming tegen concurrentie van buiten, en met de verleiding de problemen via een verzwakking van de dollar af te wentelen op het buitenland. De volgende president zal bijten. Of het nu de hond wordt, of de kat.