Arafat is ziek, maar nog niet dood

De Palestijnse leider Arafat is niet dood, hij leeft en in Parijs gaan de artsen proberen hem beter te maken. Maar intussen wordt overal hard over het post-Arafattijdperk nagedacht.

En dáár was Yasser Arafat opeens weer. De ganse dag op sterven na dood verklaard, de journalistieke grafredes reeds gecomponeerd, maar in het Palestijnse avondjournaal rees hij weer op, zij het op tragikomische en ontluisterende wijze. Het olijfgroene uniform met oorkondes was verruild voor een lichtblauwe pyjama, en de Palestijnse zwart/witte keffiya voor een koddige skimuts. De boodschap was duidelijk: de `leeuw van Palestina' is ernstig verzwakt, zichtbaar ziek, maar bepaald niet dood. Of zoals één van zijn lijfwachten pathetisch riep: ,,De berg kan niet door elkaar geschud worden door de wind.''

Toch was zijn vertrek per Jordaanse helikopter naar Amman voor de doorreis naar een ziekenhuis in Parijs omgeven met een `einde van een tijdperk'-sfeer. De tranen in de ogen van medewerkers en lijfwachten, die Arafat – nu met bontmuts tegen de ochtendkou en in zijn olijfgroene jas – vanochtend in Ramallah op de bezette Westelijke Jordaanoever uitgeleide deden, waren afscheidstranen.

De mededeling van de Palestijnse minister van Informatie Saeb Erekat dat `Mister Palestine' waarschijnlijk leukemie heeft, versterkte het gevoel dat de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit alleen zal terugkeren in Palestina om begraven te worden. Overigens werd Erekat meteen tegengesproken door een van de Jordaanse artsen, die zei dat pas in Parijs de juiste diagnose gesteld kan worden. En Arafat zelf denkt dat hij premier Sharon aan diens belofte van een ongehinderde retourreis Ramallah-Parijs-Ramallah zal houden: ,,Ik zal terugkeren, inshallah!'' als God het wil, moet hij aan boord van de helikopter gezegd hebben.

Het was een etmaal vol symboliek: de skimuts leek te staan voor Arafats geslonken statuur, de zwakke handgebaren voor het chaotische, besluiteloze leiderschap sinds de laatste ontmoeting in en de verwarring over zijn conditie voor de chaos in de Palestijnse steden en de Gazastrook.

Maar het meest viel de lauwe belangstelling van de Palestijnen op. In het centrum van Ramallah ging het leven zijn gewone gangetje. Van een collectief blijk van medeleven was bij zijn hoofdkwartier, de Mukata, geen sprake. Of dat kwam omdat de Palestijnse kranten de gezondheidsproblemen van Arafat onderkoeld presenteerden of omdat ,,iedereen een keer dood gaat'', zoals een winkelende lerares zei, bleef in het midden.

Feit is dat de Palestijnse Autoriteit, een regering-in-wording van een staat die er mogelijk nooit zal komen, geen enkel aanzien heeft en generaties jonge Palestijnen Arafat alleen kennen van de foto's aan de muur thuis, op straat en in de media. In het leven van een ,,gefrustreerde, verarmde, hopeloze natie, die lijdt onder dagelijkse militaire aanvallen en een voortdurende bezetting'' (de Israëlische journaliste Amira Hass in Ha'aretz) speelt Arafat allang geen rol meer. Hij is het symbool van het streven naar Palestijnse zelfbeschikking, maar geen beleidsmaker of goed bestuurder. En hoe het met het streven naar de Palestijnse staat is gesteld, weten Palestijnen die dagelijks langs wegversperringen moeten of leven in chaotische, afgesloten steden maar al te goed.

Of, en zo ja wanneer, en door wie Arafat vervangen dan wel opgevolgd zal worden is allemans gok. Geen van de usual suspects (oud-premier Mahmoud Abbas, premier Ahmed Qurie, oud-minister Mohammed Dahlan of de gevangen Marwan Barghouti) is een vanzelfsprekende opvolger. Arafat heeft zijn opvolging nooit willen regelen, en misschien, gezien de vele clans en organisaties in het Palestijnse politieke landschap ook niet kunnen regelen zonder voor grote spanningen en geweld te zorgen.

Daarom wordt verwacht dat Mahmoud Abbas (Abu Mazen) samen met premier Qurie (Abu Ala) en een nog niet bekende derde figuur een soort collectief leiderschap zullen vormen: Mazen als leider van de PLO, Qurie als premier van de Palestijnse Autoriteit en mogelijk Dahlan uit Gaza-stad als leider van Al-Fatah.

Het hangt ook af van de conditie van Arafat. Sterft hij snel, sterft hij na een maandenlang ziekenbed of keert hij genezen terug naar Ramallah? Het enige dat met zekerheid gezegd kan worden is dat de kring van oude vertrouwelingen er alles aan zal doen de macht in handen te houden en te voorkomen dat de moslimextremisten van Hamas op de een of andere manier in het vacuüm duiken.

Israël, de Verenigde Staten en de Europese Unie maken hun eigen calculaties. Hoewel dat niet openlijk wordt gezegd, wordt gehoopt op een diagnose die de terugkeer van Arafat in Ramallah – en dus op het politieke toneel – zal uitsluiten. Een Palestijnse Autoriteit zonder Arafat opent nieuwe onderhandelingsperspectieven. De VS en de EU zullen daar zeker op aandringen. Immers, de weg naar hervatting van indirecte of rechtstreekse gesprekken met de VS als bemiddelaar en bruggenbouwer wordt met zijn politieke of fysieke dood weer vrijgemaakt.

Een eventueel verscheiden van Arafat kan gecombineerd met het besluit van de Israëlische regering om de Israëlische nederzettingen in de Gazastrook te ontruimen een nieuwe impuls geven aan `het vredesproces'. Een mogelijkheid waar de meeste Israëlische commentatoren en sommige politici aan zullen moeten wennen. Want Arafat is niet alleen een vijand, want ,,een terroristenleider'', maar juist daarom ook een excuus en een alibi om op de Westelijke Jordaanoever en in Jeruzalem geen concessies te hoeven doen.

Ter rechterzijde en in de kolonistenbeweging wordt nu gezegd dat ook het Gaza-plan uitgesteld moet worden, omdat de Palestijnen in een bloedige machtsstrijd verzeild zullen raken en om af te wachten wat mogelijke onderhandelingen opleveren. Premier Sharon haastte zich te verzekeren dat de plannen in Gaza worden uitgevoerd. Een voorlopige reactie, want ook hij komt voor de vraag en de test te staan of hij zonder Arafat tot een politiek vergelijk en dus een Palestijnse staat wil komen.