Zege Europarlement slecht voor Europa?

Financial Times

Het Europese Parlement heeft een onbetwistbare overwinning geboekt. Veel Europarlementariërs gaven juichend hun goedkeuring toen aanstaand Commissievoorzitter José Manuel Barroso zijn voorgestelde team terugtrok in plaats van het risico te lopen dat het parlement deze groep in zijn geheel zou afkeuren. Maar Barroso hoeft niet als verliezer uit de strijd te komen als hij nu de nationale regeringen ertoe kan zetten om met betere kandidaten voor het `dagelijks bestuur' van de EU te komen. [Hij heeft ook niet verloren] als een toekomstige groep van commissarissen een bredere parlementaire steun krijgt dan de krappe meerderheid waar gisteren op werd gehoopt. Maar als een institutionele impasse het gevolg is, hebben de Europsceptici reden om triomfantelijk hun gelijk te halen. [...]

In wezen voert het Europarlement niet een constitutionele strijd met de Commissie maar met de regeringen van de EU die de commissarissen nomineren – dat is ook de richting die de strijd nu opgaat. Het probleem is dat de EU-regeringen over het algemeen niet bereid zijn om de opstelling van genomineerden – zoals die oorspronkelijk aan Barroso waren gepresenteerd – te wijzigen. En Italië wil niet het enige land zijn dat gedwongen wordt om een andere kandidaat naar voren te schuiven.

Veel Europarlementariërs zien een aantal van de Commissie-kandidaten, die al niet goed werden bevonden gedurende de hoorzittingen, liever vertrekken. Er waren al twijfels gerezen over de vakbekwaamheid van de Hongaarse genomineerde, over de mogelijke conflicterende belangen van de Nederlandse kandidate en over het politieke verleden van de Letse kandidaat met betrekking tot het winnen van fondsen.

Een goed compromis zal niet eenvoudig zijn. Maar alle drie de instanties van de EU hebben nu een mogelijkheid om dit voor elkaar te krijgen. De nationale regeringen die zwakke kandidaten hebben voorgedragen, zullen nog eens diep moeten nadenken. Barroso zou ook beter werk moeten verrichten bij het wel of niet detecteren van talent. En de Europarlementariërs doen er intussen goed aan om op de lauweren van hun overwinning te rusten. Want zij hebben zich ervan verzekerd dat niemand hen ooit nog zal zien als een eenvoudig te passeren station.

Frankfurter Allgemeine

Deze terugtrekking is zonder twijfel een nederlaag voor de aanstaande voorzitter van de Europese Commissie, de voormalige Portugese premier Barroso. [...]

De zaak is ook een nederlaag voor de nationale regeringen, want de kandidaten voor de commissarisposten worden vanuit de hoofdsteden geleverd aan de voorzitter in spe, die zijn kracht of vaardigheid hooguit tonen kan in de verdeling of de afstemming van de portefeuilles. [...]

De kemphanen van alle fracties [in het Europarlement] zullen Barroso's aftocht [...] vieren als een overwinning voor het Europarlement en – ideologisch geïdealiseerd – als winst voor de democratie in Europa.

Het is de vraag of dat bij nadere beschouwing standhoudt. Het is in elk geval geen triomf voor de verscheidenheid en tolerantie in Europa dat een kandidaat om zijn religieuze overtuiging is afgewezen, hoewel hij gemotiveerd had waarom, naar goed Europees gebruik, moraal en recht gescheiden zijn. En als een voormalige minister van Buitenlandse Zaken wordt bekritiseerd omdat hij als kandidaat voor de post van energiecommissaris nog geen diepgaande kennis van die materie had kunnen verwerven, is dat ook niet erg overtuigend.

Bij het publiek zal dit alles een indruk van ruzie en crisis achterlaten. Dit zal het Europarlement waarschijnlijk geen goed doen, en de Europese zaak zeker schaden – en dát in een door twijfel aan het constitutieverdrag en misnoegen over het Turkije-beleid toch al gespannen situatie. Wanneer wij verder kijken dan het gekibbel van de dag over de bezetting van posten, hebben de afgevaardigden ook nog eens het EU-orgaan geschaad dat in de strijd tegen de nationale starheid in wezen hun natuurlijke bondgenoot is: juist de Commissie heeft er als instituut belang bij de supranationale, de integratie bevorderende krachten te versterken. En daar liggen voor het parlement, ondanks een sterker geworden vleugel van Eurosceptici, nog altijd de beste kansen.

Le Figaro

[...] Als wij ervan uitgaan dat het Europarlement in Straatsburg werkelijk de wil van de volkeren vertegenwoordigt, dan hebben die volkeren steeds vaker de gelegenheid om hun stem te laten horen. Zo is in verscheidene landen besloten tot een referendum over de toekomstige constitutie. De ironie van de geschiedenis wil dat juist aan de vooravond van de ondertekening van die constitutie in Rome door de staatshoofden en regeringsleiders van de vijfentwintig een institutionele crisis is uitgebroken.

Het is een leerzame crisis, die bovendien niet zonder diplomatieke betekenis is. Al toen de Commissie-Barroso deze zomer werd samengesteld werd zij door bepaalde landen koeltjes ontvangen. De keuze van de voormalige Portugese premier – die een liberaal en een atlanticus heette te zijn – was al het resultaat van een compromis. Frankrijk en Duitsland hadden liever de Belg Guy Verhofstadt gehad. Bij de verdeling van de portefeuilles trokken nieuwe landen aan het langste eind. Parijs kreeg Transport, terwijl Visserij naar Malta ging en Douanebeleid naar Letland. Heel wat waarnemers zagen daarin een overwinning voor het Donald Rumsfeld zo dierbare `nieuwe Europa'. Nu biedt de revolte van de Europarlementariërs de landen die zich tekortgedaan voelden hoop, op een rechtvaardiger verdeling van de kaarten.

Dat komt in hun straatje te pas. Jacques Chirac en Gerhard Schröder hebben zich trouwens van steun aan José Manuel Barroso onthouden. Ook Tony Blair heeft zich voorzichtig betoond. De Spaanse premier, die dichter bij het Frans-Duitse paar staat dan zijn voorganger, heeft de verklaringen van Rocco Buttiglione afgewezen. De affaire heeft ook trekken van wat een Tsjechische krant noemde 'de stellingenoorlog om invloed en macht'.

Inderdaad heeft het iets van een zoete wraak voor het oude Europa.