Rotterdam wil beweging stimuleren

Rotterdam is volgend jaar de officiële sporthoofdstad van Europa. Niet alleen om de stad te promoten, ook om de bewegingsarmoede tegen te gaan. ,,De sportdocent moet terug.''

Hij zegt het graag en hij zegt het vaak. Gisteren mocht Nico Janssens de aloude boodschap opnieuw verkondigen, en de sportwethouder deed het met grote stelligheid: ,,Rotterdam is en blijft wat het wil zijn, de City of Sports.'' En dus niet alleen `die onveilige probleemstad', die het in de ogen van velen is sinds de Fortuyn-revolte van twee jaar geleden, toen de vermeende tekortkomingen pijnlijk aan licht kwamen.

Sindsdien staan niet alleen veiligheid en integratie hoog op de agenda. Ook op sportief vlak blijft de geldingsdrang onverminderd groot in `Manhattan aan de Maas', zo benadrukte Janssens. Rotterdam claimt `dé sportstad van Nederland' te zijn, en die zelfbenoemde status wenst de stad te behouden. Was daar dinsdag al de presentatie van het bidbook voor de organisatie van de Grand Départ (startplaats Tour de France in 2008/09), gisteren volgde een ronkende toelichting op de uitverkiezing tot Europese sporthoofdstad van 2005.

Al jaren hanteert de gemeente top- en breedtesport als ,,een prachtig en effectief beleidsinstrument'', zoals Janssens' voorganger Hans den Oudendammer, tegenwoordig directeur Rotterdam Topsport, het drie jaar geleden in deze krant verwoordde. Het Europese sportjaar in de stad die werd voorafgegaan door Madrid, Stockholm, Glasgow en Alicante is dan ook vooral bedoeld om het eigen beleid kracht bij te zetten. ,,We houden onszelf tegen het licht'', zegt Den Oudendammer.

Want de Maasstad wil vooral een voorsprong nemen op de twee jaar geleden aangenomen tienpuntennota Rotterdam Sportstad. Daarin schetst de gemeente de kansen en de bedreigingen van en voor de sport (school, verenigingen, opleidingen) in de stad. ,,Het sportjaar is een tussenstand; een uitgelezen mogelijkheid om na te gaan of we richting 2010 op de goede weg zijn'', zegt Den Oudendammer.

Maar behalve Rotterdam Sportstad `een structurele impuls' geven, heeft de gemeente meer doelen voor ogen: het moet `een sportfeest voor en door de Rotterdammers' worden, het imago van een vitale stad versterken en, niet onbelangrijk, een economische spin-off teweeg brengen. Niet toevallig is Janssens niet alleen sportwethouder, de VVD'er beheert ook de portefeuille financiën en hoopt, net als vier jaar geleden (EK voetbal), op bijdragen van en voor het bedrijfsleven.

Topsport is als vanouds het breekijzer waarmee de stad het eigen imago, de eigen bevolking en het bedrijfsleven een dienst hoopt en denkt te bewijzen. De topsportkalender telt volgend jaar ,,maar liefst 33 evenementen'', stelde Janssens gisteren met gepaste trots vast. Hoogtepunten zijn (de herintroductie van) de Wielerzesdaagse (januari), het indoortennistoernooi (februari), de 25ste marathon (april), de EK judo (mei) en het WK honkbal (september). Het wereldkampioenschap voetbal voor junioren (tot 21 jaar) gaat, tot lichte verontwaardiging van de beleidsmakers, echter voorbij aan `voetbalstad' Rotterdam.

Den Oudendammer bestrijdt dat sport twee jaar geleden de tol heeft moeten betalen voor de Fortuyn-revolte. ,,Ook de Leefbaren onderkennen het belang van sport. Als een probaat middel om de sociale cohesie in de stad te verbeteren.'' Wat niettemin sneuvelde, was het door schaatser Bart Veldkamp geïniteerde plan voor de bouw van een multifunctioneel topsportcomplex (Optrium), met een modern 50-meterbad en een overdekte atletiek-, wieler- en ijsbaan, in de deelgemeente Prins Alexander. Het gemeentelijke investeringsbedrag (40 miljoen euro) was te hoog, oordeelde de raad.

Den Oudendammer kan ,,slechts hopen dat het sportjaar de politieke wil zal stimuleren om alsnog te investeren in topsportaccommodaties, zoals indertijd met het succesvolle sportpaleis Ahoy''. Een eerste mogelijke aanzet daartoe is het wegwerken van het achterstallige onderhoud op lager niveau: in de wijken, waar de gemeente in het kader van het sportjaar ruim elf miljoen euro investeert. Zo krijgen trapveldjes een kunstgrasmat, en worden negen sporthallen gemoderniseerd. Verder grijpen de organisatoren de manifestatie aan om de bijna vierhonderd, overwegend noodlijdende sportverenigingen (geen geld en vrijwilligers) te versterken.

De vlucht naar voren is bittere noodzaak, weet directeur Eric Gudde van de gemeentelijke dienst Sport en Recreatie. Aan de onderkant woekert immers de betonrot. Het grootste probleem: de bewegingsarmoede, en dan met name bij de jeugd. Gudde: ,,Het aantal te dikke kinderen in Nederland is de laatste jaren verdubbeld, dus ook in Rotterdam. In sommige deelgemeenten schommelt de sportdeelname tussen de tien en twintig procent. Dat zijn alarmerende cijfers. Als we daar niets aan doen, zal de samenleving daar snel hinder van ondervinden.''

Samen met zijn collega's van Onderwijs en de Gezondheidsdienst ijvert Gudde voor de terugkeer van de vakleerkracht. ,,De sportdocent moet gewoon terug. Op zestig procent van de scholen ontbreekt het aan een gediplomeerde kracht, en dat noem ik schrijnend.'' Een pilot-project op dertig scholen brengt de sport volgend jaar dagelijks tenminste één uur terug onder de aandacht van de jeugd. Gudde: ,,Het mag ook streetdance zijn, het kan me niet schelen. Als ze maar bewegen, en achter die computers vandaan komen.''

Ook een andere wens, de organisatie van de Olympische Spelen, heeft de stad nog niet uit het hoofd gezet. Toch zou Den Oudendammer graag zien dat de stadsleus (`Geen woorden maar daden') in praktijk wordt gebracht. Den Oudendammer: ,,Installeer een werkgroep die onderzoekt of het überhaupt wenselijk en haalbaar is. Aan alleen maar mooie woorden hebben we niets.''

www.rotterdamsportjaar2005.nl