Peilers gepeild

Amerikaanse opiniepeilers hebben het niet gemakkelijk dezer dagen. Sinds het uitslagenfiasco bij de presidentsverkiezingen in 2000, toen verschillende opiniepeilers de Democratische kandidaat Al Gore aanwezen als winnaar, staat het opinieonderzoek onder grote druk. Iedereen wil een herhaling ervan voorkomen.

Maar de weerzin tegen de peilingen en de mensen die ze uitvoeren is toegenomen. Boze demonstranten eisten een maand geleden het aftreden van Rob Daves, opiniepeiler van de Minneapolis Star Tribune, nadat hij een voorsprong voor Kerry van negen procentpunt op Bush had geconstateerd. Andere opiniepeilers waren op een veel kleiner verschil uitgekomen.

De onafhankelijke linkse actiegroep MoveOn.org plaatste een paginagrote advertentie in The New York Times met als aanhef: `Why does America's top pollster keep getting it wrong?'. MoveOn.org gaf meteen het antwoord: opiniepeiler Gallup zou uit politieke overwegingen systematisch te veel Republikeinen mee tellen in haar peilingen.

Opiniepeilers zelf klagen dat steeds minder Amerikanen bereid zijn aan hun peilingen mee te werken. Ooit was tweederde van de gebelde respondenten bereid antwoord te geven op voorgelegde vragen, nu is dat nog maar iets meer dan een derde.

Een enkel tv-station heeft besloten de peilingen geheel weg te laten. ,,Te verstikkend'', zegt Tony Burman van de Canadian Broadcasting Corp. (CBC) in de Washington Post. ,,Bovendien is de methodologie verdacht. We zijn zeer terughoudend.''