Onrust door Concessiewet en bezuinigingen

De politiek probeert al jaren greep te krijgen op de publieke omroep. In 2000 presenteerde toenmalig staatssecretaris Van der Ploeg (PvdA) de Concessiewet. Daarmee wilde hij de macht van de raad van bestuur van de Publieke Omroep versterken, zodat de omroepen beter zouden samenwerken. De VARA wilde zich echter niet conformeren en dreigde commercieel te gaan. Als handreiking aan de VARA garandeerde Van der Ploeg dat de Publieke Omroep als geheel tien jaar zou beschikken over drie televisienetten en vijf radiozenders. De individuele omroepen kregen uitzendrechten voor vijf jaar. Die zouden met vijf jaar verlengd worden als de omroepen in 2005 meer dan 300.000 leden hadden. Deze constructie moest een eind maken aan de onzekerheid van de omroepen over hun voortbestaan.

Maar de maatregel was tegenstrijdig. Om hun leden te behouden wilden de omroepen zich onderscheiden, maar volgens de Concessiewet moesten zij hun autonomie opgeven. Dit probleem speelt nog steeds.

Daarbij komen de bezuinigingen. De Publieke Omroep moet in 2004 40 miljoen euro bezuinigen, oplopend tot 80 miljoen in 2007. Dat probeert ze te bereiken door efficiënter te werken. Adviesbureau McKinsey concludeerde na een onderzoek in juni 2003 dat het publieke bestel als geheel 60 tot 90 miljoen euro kan besparen. In april 2004 presenteerde de visitatiecommissie-Rinnooy Kan haar rapport. Zij deed onderzoek naar de werkwijze van de Publieke Omroep en concludeerde dat de omroepen onvoldoende samenwerken. Afgelopen juni besloot het kabinet de tweede termijn van de Concessiewet, van 2005 tot 2010, met twee jaar te bekorten. Zo kan er met ingang van 2008 een nieuw omroepbestel zijn. Tot die tijd krijgt het centrale bestuur van de omroep meer macht. Begin 2005 presenteert het kabinet een visie op de toekomst van de publieke omroep.