Ondernemende ambtenaren

Eind november gaat de rijksoverheid een lijst publiceren met de 500 meest innovatieve ambtenaren in ons land. Het is een initiatief van het directoraat-generaal management openbare sector van het ministerie van Binnenlandse Zaken, en is bedoeld als signaal dat het afgelopen moet zijn met de regelgevende, controlerende ambtenaar. Wat daarvoor in de plaats moet komen is een soort ambtenaar die ,,niet alleen voor zijn politieke baas werkt maar creatief is en contact legt met burger en bedrijfsleven'', volgens deze krant op 20 oktober.

Innovatieve ambtenaren. Ik kan het niet helpen, maar ik moet denken aan de laatste woorden van Willem van Oranje – ,,Mijn God, heb medelijden met mij en met uw arme volk.'' Ambtenaren zijn helemaal niet bedoeld om innovatief te zijn, daar zijn ondernemers voor. Lees het bij de vermaarde Oostenrijkse econoom Schumpeter, die het begrip innovatie als eerste gebruikte als wezenskenmerk van het ondernemend kapitalisme. Ondernemers zijn ongedurig volk, immer op zoek naar Durchführung neuer Kombinationen, en zonder enig hartzeer wanneer daarbij oude vormen werden gebroken. Creative destruction, scheppende afbraak, noemde Schumpeter dat in zijn Amerikaanse tijd. Geef ondernemerschap vrij baan en je krijgt het wilde Westen. Pas toen de US Army en een elementaire vorm van burgerlijk bestuur in de vorm van sheriffs en judges er orde op zaken stelden, ontstond de stabiliteit die nodig was voor de ontwikkeling van het gebied. Ondernemers zijn bijna per definitie grenzenoverschrijders en regelbrekers. Het is mooi als ze er zijn, maar als ondernemerschap als absolute deugd wordt aangeprezen is het ook niet best. Het is een relatieve deugd, en zijn complement ligt in de begrenzing, de vertraging en de bezinning aan de hand van regels. Voor de bewaking van de regels hebben we ambtenaren aangesteld. De kern van hun functie ligt in de uitoefening van een ambt. Ambt is een zelfstandig naamwoord, niet een werkwoord als ondernemen. Ze staan er gewoon en roepen regelmatig `Ho' tegen ondernemende types en andere grenzenverkenners.

Innovatieve ambtenaren, in Rusland weten ze ervan mee te praten. Oligarchen heten die lui nu, het zijn de grondstoffentycoons die ooit, in de tijd van perestrojka, op een sovjetdepartement zaten en hun kans hebben gegrepen. Nu plunderen ze de Russische bodem en kopen buitenlandse voetbalclubs van de opbrengst. Althans van dat deel dat niet naar Zwitserse juweliers gaat die in de duurste hotelsuites hun brochures vooral in het Russisch neerleggen. Maar waarom zouden we zo ver over de grens kijken, we hebben toch zelf een superinnovatieve ambtenaar als lichtend voorbeeld? Ik neem tenminste aan dat de heer Willem Scholten, tot voor enkele weken directeur van het Rotterdamse Havenbedrijf, prominent aanwezig zal zijn in de top-500. Want we moeten niet kinderachtig zijn en alleen de successen achteraf belonen. Innovatief gedrag is kansen zien en risico's nemen en dan ontstaat er natuurlijk ook wel eens een verliesje. Zoals de 180 miljoen die Scholten inzette op Van den Nieuwenhuyzen. Dat is pas contacten leggen met burgers en bedrijfsleven. Creatief, dat was hij: geen enkele regelgevende, controlerende ambtenaar had dit kunnen bedenken. Niet alleen voor zijn politieke baas gewerkt? Klopt ook.

Sterker nog: hij heeft zijn creatieve

en innovatieve initiatieven helemaal buiten zijn politieke bazen om ontplooid. Als je daar geen ereplaats

mee verdient dan zijn de selectiecriteria van de erelijst toch een beetje vlees

noch vis. Misschien niet innovatief genoeg.

Er komt een tijd dat we bij elk kruispunt een innovatieve ambtenaar moeten omkopen. Dan zullen we ons afvragen wanneer het begonnen is fout te gaan, en we zullen terugdenken aan die keer, in november 2004, dat innovatieve ambtenaren voor het eerst in het openbaar en bij name gelauwerd werden. Ik beken natuurlijk dat ook ik talloze keren flauwe ambtenarengrappen heb verteld en aangehoord. Maar het lachen zal ons vergaan als de ambtenaren er niet meer zijn of allemaal innovatief zijn geworden. Innovatieve rechters, innovatieve dijkbewakers, innovatieve bouwvergunningverleners, je moet er niet aan denken. Helaas doen ze dat op het ministerie van van Binnenlandse Zaken wel, op dat directoraat-generaal management openbare sector. Afschaffen zou je ze. Of zouden ze bezig zijn zelf een staaltje weg te geven van hoe innovatief ambtenarengedrag eruitziet? Zouden hun politieke bazen weten hoe er plannen gesmeed worden om onze sociale bodemschatten te verkwanselen?

Ambtenaren zijn de onderhoudsdienst van de maatschappelijke infrastructuur. Het probleem bij ons is dat we geen eer en achting weten te geven aan de mensen die in bescheidenheid en betrekkellijke anonimiteit deze vitale taak uitvoeren. We verheerlijken vernieuwing, innovatie en creativiteit, daar kom je mee in het nieuws. Voor de tallozen die onopvallend en dienstbaar hun bijdrage leveren aan onze sociale en politieke infrastructuur hebben we geen oog. Iedereen prima donna, niemand in het koor. Iedereen Mick Jagger, niemand voor de organisatie, het transport of het licht. Iedereen stervoetballer, niemand grensrechter. Om daar wat aan te doen gaan we een top-500 opstellen van koorleden die innovatief een solootje aanheffen, technici die hun eigen lichtshow beginnen en meevoetballende grensrechters.

Nog even terug naar Willem van Oranje. `Je maintiendrai' was zijn lijfspreuk, ik zal handhaven. In een brief uit 1562 blijkt dat het voor hem werkelijk betekenis had, en hoe: ,,Ik zal handhaven de deugd en adeldom; Ik zal handhaven de hoogheid van mijn naam; Ik zal handhaven de eer, het geloof en de wet, van God, van de Koning, van mijn vrienden en van mij.'' Je maintiendrai is anno 2004 officieel het devies onder het wapen van ons Koninkrijk der Nederlanden. Laten we maar eens beginnen daar werk van te maken, en eer te geven aan de oprechte, niet-innovatieve handhavers.